De GGD waarschuwt voor plantsoenen

Het aantal teken in de stad neemt toe, en daarmee het risico om de ziekte van Lyme op te lopen. En er zijn nog andere ziektes die deze spinachtige kan overdragen.

April, mei, juni en juli zijn de maanden dat er weer teken zijn. Dat de venijnige parasieten in bossen en duinen voorkomen is algemeen bekend. Maar nu blijken ze op muizen, vogels en onze huisdieren mee te liften naar stedelijke gebieden. Teken kunnen de ziekte van Lyme veroorzaken. Moeten stadsbewoners zich zorgen maken?

Volgens Martin Hommenga van de GGD in Amsterdam wel. „Teken komen voor in tuinen, parken en zelfs op pleintjes in de stad. Het probleem is dat ze niet te bestrijden zijn. Dus waarschuwen wij voor de gezondheidsrisico’s door posters te verspreiden.” Bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit beaamt het verhaal van de GGD. „Wij werden gebeld over teken op het Voltaplein in Amsterdam. Het is zeker mogelijk dat ze in de stad voorkomen. We weten dat eenderde van het aantal tekenbeten in de tuin plaatsvindt en dat de gemiddelde besmettingsgraad met lyme op 24 procent ligt.”

Stadsbioloog Remco Daalder, die woont en werkt in Amsterdam: „Er is sprake van een toename van het aantal teken in de stad. Daarnaast neemt de besmettingsgraad toe.”

Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit blijkt dat teken in Nederland elk jaar voor circa 17.000 besmettingen met de ziekte van Lyme zorgen. De meeste beten worden opgelopen tijdens het wandelen, tuinieren en buitenspelen. Een teek verbergt zich in het struikgewas en klimt via de benen naar een comfortabel, liefst vochtig, plekje op het lichaam. Daar zet een teek zijn scherpe, van weerhaken voorziene, bekje vast in de huid en zuigt zich langzaam vol met bloed. Als een besmette teek binnen 24 uur wordt verwijderd, blijft het risico op de ziekte van Lyme beperkt. Maar niet iedereen heeft een beet snel in de gaten, omdat die niet voelbaar is.

Het aantal teken in Nederland is „verdrievoudigd in de afgelopen tien jaar”, aldus bioloog Van Vliet. Dat lijkt vooral te komen door klimaatverandering. Teken zijn afkomstig uit mediterrane landen en langzaam naar het noorden opgerukt. Zachte winters en warme zomers zorgen voor een verhoogde activiteit, met de zomer van 2006 als hoogtepunt. Naast klimaatverandering is er ook sprake van een toename van natuurrecreatie en een gematigder natuurbeheerbeleid, zegt stadsbioloog Daalder. „In parken en bossen wordt veel minder gesnoeid dan voorheen, met als reden dat de natuur haar gang moet kunnen gaan. Dus komen meer mensen in aanraking met teken en raken zij eerder besmet met Lyme.”

Lyme kan leiden tot permanente schade aan ledematen (verlamming), hersenen, organen en het hart. De veroorzaker van de ziekte is de bacterie Borrelia burgdorferi. Van Vliet: „Tot eenderde van de teken in Nederland draagt deze bacterie met zich mee. In de rest van Europa is dat rond de 10 procent.” Behandeling is mogelijk met antibiotica. Een vaccin is er niet. Maar stadsbioloog Daalder waarschuwt voor een andere „nog ernstigere” ziekte uit Oost-Europa: Frühsommer Meningo Encephalitis (fsme). Deze virusinfectie leidt tot hersenvliesontsteking en is moeilijk te behandelen, maar wel te voorkomen door vaccinatie. Er zijn al meldingen van het virus in Duitsland.

Teken zijn niet of nauwelijks te bestrijden. „Door in een ruststand te gaan kunnen ze maanden zonder eten (bloed). Zo overleven ze ook de winter”, vertelt Van Vliet. Hij weet wel van het bestaan van bepaalde schimmels die mogelijk dodelijk zijn voor teken, maar „dat is nog niet goed onderzocht”. Stadsbioloog Daalder vindt het gebruik van een schimmel „bloedje link”. „Je kunt niet voorspellen welke organismen er dan nog meer gaan sterven.” Daalder zegt eigenlijk „geen idee” te hebben wat in Europa de natuurlijke vijand van een teek is.

Wetenschappers van de Universiteit van Hohenheim in Duitsland denken het wel te weten. Zij doen proeven met schimmels, draadwormen en sluipwespen. Die parasiteren op de teek. Van Vliet adviseert voorlopig „insmeren met het insectenwerende middel Deet, lange mouwen en broekspijpen in je sokken dragen”. Maar ook dat is eigenlijk niet afdoende, want „ze klimmen door tot ze huid tegenkomen”.

    • Rachid van Holst