De geur van ondergang

Het nieuwe boek van Leon de Winter speelt in Israël in 2024.

Hij schreef vooral een spannend verhaal, over het werkelijk interessante deel van deze toekomstfantasie lees je niets.

De plek in Tel Aviv waar premier Yitzhak Rabin in 1995 werd vermoord. Israël speelt in verschillende romans van Leon de Winter een prominente rol. Foto AP An Israeli woman points to a wall covered with graffiti with 'sorry' written at the top, as she stands with a young boy at the site were Israeli Prime Minister Yitzhak Rabin was assassinated in 1995, in Tel Aviv, Tuesday, Oct. 23, 2007. On Tuesday, Israel marked twelve years since Rabin's assassination according to the Hebrew calendar. (AP Photo/Ariel Schalit) Associated Press

Weinig mensen zullen zich iets vrolijks voorstellen bij de gedachte aan Israël in 2024, maar in de verbeelding van Leon de Winter is er wel heel weinig over: Tel Aviv is een ommuurde stad in een door Palestijnen beheerst gebied. ‘Het rook zowel naar zee als stad’, staat er op de eerste pagina van Het recht op terugkeer, ‘naar iets wat vandaag in alle onschuld en prilheid begon maar ook naar iets bestendigs wat al duizenden jaren kenmerkend was voor dit deel van de wereld: de geur van verrotting en ondergang.’

De achtergebleven inwoners worden onophoudelijk in de gaten gehouden. Om de stad in te komen moeten bezoekers een DNA-test ondergaan: de autoriteiten menen daaruit af te kunnen leiden wie er wel en niet joods is – en dus wie te vertrouwen is. Nog altijd wordt Israël bedreigd door islamitische terroristen. Het schrijnendst is de onophoudelijke exodus, vooral van mensen met kinderen, naar of all places Polen en Rusland. Tegen dit decor speelt Het recht op terugkeer zich af. Hoofdpersoon is Bram Mannheim, ooit een eminent progressief historicus, maar nu vrijwilliger op een ambulance en daarnaast werkzaam als een detective die gespecialiseerd is in het terugvinden van vermiste kinderen. Dat laatste heeft een voorgeschiedenis, die De Winter in lange flashbacks in de eerste helft van de roman uit de doeken doet. In het tweede deel van de roman brengen zijn werkzaamheden als kindervinder hem in Kazachstan, tussen de fundamentalisten.

De Winter houdt zijn verhaal spannend door eens in de zoveel bladzijden een scène in te bouwen die de lezer even goed wakker schudt – en dat gebeurt met de subtiliteit van de B-film. Die verteltechniek maakt Het recht op terugkeer tot een spannend boek, maar ook tot een kunstmatige roman. Die kunstmatigheid wordt vergroot doordat een deel in de toekomst speelt. De Winter moet zich dus buigen over de staat van het menselijk bestaan over achttien jaar. Veel verder dan de verbetering van bestaande zaken (DNA-identificatie) gaat zijn fantasie daarbij helaas niet.

De visie op de penibele situatie van Israël die uit De Winters toekomstvisioen oprijst is eerder helder dan leerzaam. De Israëliërs zijn in Het recht op terugkeer slachtoffers die geen weerstand konden bieden aan de moordlustige Palestijnen, die door hun numerieke overwicht aan het langste eind trokken. ‘Met hun baarmoeders’, zegt een aangeschoten ambulancebroeder in het boek. Maar aan het werkelijk interessante deel van deze toekomstfantasie, hoe en waarom de oppervlakte van Israël zo radicaal is gekrompen, lees je amper iets.

Tussen de moeizame plotwendingen en de effectbewuste wijze waarop De Winter zijn verhaal spannend houdt, zijn soms sporen te vinden van de literaire auteur die De Winter ooit was: bijvoorbeeld in terugkerende motieven als het kind dat opgroeit in een anders gelovende omgeving en het onvermogen om at sight een jood van een Arabier te onderscheiden. Of in de goede zinnen die soms opduiken, zoals deze tekening van een door de oorlogsrealiteit ingehaalde vredesactivist: ‘Verwoest. Maar zijn kleren waren onberispelijk.’

Die laatste zin raakt aan het interessantste aspect van deze roman, het enige punt waarop De Winter het heeft aangedurfd de zaken te compliceren. Dat is de wijze waarop zijn personages zich verhouden tot de deprimerende Israëlische realiteit. Daarbij is vooral het verschil tussen Bram Mannheim en zijn vader Hartog interessant. Deze laatste is een overlevende van de Tweede Wereldoorlog, biochemicus, Nobelprijswinnaar en een zionist van de oude stempel, die vanaf het begin vond dat vijanden vernietigd moeten worden, vóórdat zij jou vernietigen. Zijn zoon, Bram, is in veel opzichten zijn tegenpool. Een historicus, een alfa. Iemand die naar eigen zeggen altijd op zoek was naar ‘het verhaal’. Een man van nuance, actief in de vredesbeweging. Die positie wordt langzamerhand ingehaald door de realiteit. Eerst wanneer hij op straat wordt overvallen door een groep jongens. Arabieren, meent hij. Pas in tweede instantie komt hij erachter dat het in werkelijkheid joodse jongens waren. Door Brams aanvankelijke vergissing laat De Winter zien dat de tolerantie van Mannheim vernis is. Dat lijkt in lijn te liggen met de ontwikkeling van de columnist Leon de Winter, die in de loop der jaren is opgeschoven van links idealisme naar rechtser realisme.

In de keuze tussen havik en duif blijft Mannheim het hele boek een tweeslachtige positie innemen. Wanneer hij vermiste kinderen zoekt is hij hard en kan hij wraakzuchtig zijn. Maar tegelijkertijd houdt hij steeds – en nagenoeg als enige in Tel Aviv – een soort vertrouwen in een menselijke toekomst. Hoezeer de wereld hem ook in de hardvochtige positie van zijn vader lijkt te willen duwen, hij blijft naar de nuance neigen. Anders gezegd: hij blijft een verhalenman.

Dat kun je moeilijk los zien van de positie van De Winter zelf. Die schreef zaterdag in NRC dat deze roman nogal wat vertraging had opgelopen door wat hij niet zonder ironie aanduidde als zijn werk als ‘columnist /commentator/essayist’. Maar ook bij hem blijkt de urgentie van de actualiteit de verhalenverteller toch niet buitenspel te kunnen zetten. En met die verhalen een zekere vorm van nuance. Het is de verbeelding van die strijd tussen radicaliteit en redelijkheid, in Mannheim en in zijn schepper, die Het recht op terugkeer toch een bodem van authenticiteit geeft.

De website van de auteur: www.leondewinter.nl

Leon de Winter: Het recht op terugkeer. De Bezige Bij, 462 blz. € 19,90