Amsterdam in beeld in ‘La Commedia’

La Commedia in Carré: in het wit Claron McFadden als Beatrice, in het rood Cristina Zavalloni als Dante, op de voorgrond Jeroen Willems als Lucifer Foto Hans van den Bogaard Scene uit La Commedia Opera La Commedia van Louis Andriessen door de Ned. Opera, Asko/Schönberg Ensemble, Synergy Vocals en De Kickers. Decor: Paul Clay; kostuums Robby Duiveman; regie Hal Hartley. Gezien: 12/6 Carré Amsterdam. Bogaard, Hans van den

Opera La Commedia van Louis Andriessen door de Ned. Opera, Asko/Schönberg Ensemble, Synergy Vocals en De Kickers. Decor: Paul Clay; kostuums Robby Duiveman; regie Hal Hartley. Gezien: 12/6 Carré Amsterdam. Herh. t/m 18/6 (uitverkocht).

Over de rode loper betraden koningin Beatrix en een groot deel van de Amsterdamse culturele elite gisteravond het Koninklijk Theater Carré voor een opvallend evenement in het Holland Festival: de wereldpremière van Louis Andriessens La Commedia door de Nederlandse Opera. Alle volgende voorstellingen zijn al uitverkocht.

Louis Andriessen (69) heeft van alle Nederlandse componisten de langste en succesvolste verbintenis met de Nederlandse Opera. Bijna veertig jaar geleden, in 1969, schreef hij met Misha Mengelberg, Reinbert de Leeuw, Jan van Vlijmen en Peter Schat de opera Reconstructie op teksten van Harry Mulisch en Hugo Claus. Daarna componeerde hij De Materie (1989), Rosa, a Horse Drama(1994) en Writing to Vermeer (1999).

Nu is er La Commedia, net als zijn twee laatste stukken met Peter Greenaway, een ‘filmopera’, deze keer in de regie van Hal Hartley en opnieuw zeer krachtig gedirigeerd door Reinbert de Leeuw. Het vijfdelige werk van een uur en drie kwartier heeft teksten uit onder andere La Divina Commedia van Dante, Lucifer en Adam in ballingschap van Vondel en het Oude Testament.

Met La Commedia keert Andriessen terug in Carré, waar de opvoeringen plaatsvonden van het collectieve werkstuk Reconstructie, waarin een monument werd opgebouwd voor de gevallen vrijheidsstrijder Che Guevara.

Hoewel La Commedia geen dramatische handeling heeft en in de teksten geen expliciete verwijzingen naar een recent verleden kent, verschaft de enscenering van Hartley met stadsrumoer en nieuw gemaakte filmbeelden wel een specifieke achtergrond.

La Commedia gaat in die ‘gedateerde’ zwart-witbeelden vooral terug naar het oostelijk deel van het centrum van de roerige stad Amsterdam. Dat herinnert vaag aan de Vietnamprotesten in de Reconstructie-tijd en de Nieuwmarktrellen, als de politie een vreedzame groep muzikanten verdrijft. Het is ook de buurt waar Vondel woonde en werkte.

Net als in Reconstructie is er een enscenering met bouwvakkers. Een van hen (Marcel Beekman) zingt een liefdeslied in oude Italiaanse stijl. In de bouwput Amsterdam is er een brug met een hijskraan en een hydraulisch beweegbaar werkplatform.

Veel constructiefs gebeurt er niet. De brug beweegt vooral tussen hemel en aarde – het thema van het Holland Festival. En net als in Messiaens Saint François d’ Assise gaat de voorstelling opmerkelijk vaak over het paradijs, over muziek en verblindend licht.

Andriessen situeert in zijn tekstcollage daaronder nog de hel, waarbij Jeroen Willems met zijn enorme presence de fascinerende rol van Lucifer heeft. Hij is Satan, de duivel, overal aanwezig in het theater en uit op de vernietiging van de wereld. Hij zingt een schrikwekkend vals credo en belastert in een virtuoze cynische monoloog het oude Florence, dat opeens nogal op Amsterdam lijkt.

Beatrice, een fenomenale en engelachtige rol van de ijselijk hoog zingende Claron Mc Fadden, is in het hiernamaals de gids van Dante. Die wordt vertolkt door het het zingende fenomeen Cristina Zavalloni, die hier een catalogus van haar expressieve mogelijkheden opent.

Bij La Commedia zoekt de toeschouwer tevergeefs naar een verhaal, naar het samengaan van muziek en tekst, naar een duiding. Muziek en tekst functioneren goeddeels onafhankelijk van de enscenering. Net zoals componist John Cage en choreograaf Merce Cunningham los van elkaar werkten en hun werk pas bij de première werd samengevoegd.

Het resultaat is zoiets als het stadse leven zelf: allerlei ongelijksoortige dingen en gedachten spelen zich tegelijkertijd af, van oppervlakkig tot diepzinnig, van futiele tot eeuwige waarheden.

Daarbij zijn de teksten en de muziek van Andriessen verreweg het interessantst. De muziek is typisch Andriessen, met veel en luid ostinato, maar gaat toch vaak verder dan voorheen, vooral in de frequente afwisseling van sfeer en het gebruik van citaten (tot en met Bernstein) en stijlcitaten.

‘De Tuin der Lusten’ – met een boottocht over de Amsterdamse grachten– is opmerkelijk vrij en associatief, luchtig lyrisch en poëtisch. De sterkste scène is ‘Lucifer’, waarbij het orkest in de verlaagde piste een overdonderend zwaar en wringend beeld van de hel produceert.

Als Andriessen niet samenwerkt met Peter Greenaway is de enscenering van zijn werk vaker een probleem. De Materie heeft zich inmiddels ontworsteld aan de toneelbeelden van Robert Wilson en heeft een incidenteel zelfstandig en succesvol bestaan. Zo’n toekomst als een puur enerverend concertstuk zonder zinloos afleidende beelden ligt duidelijk ook in het verschiet voor La Commedia.

Lees een interview met Louis Andriessen op nrc.nl/kunst

    • Kasper Jansen