Allemaal op Spaanse les

De schaarste van organen is een groot probleem dat niet wordt verholpen door het huidige debat, meent Marcel Canoy. De focus op donorselectie is niet de juiste, kijk naar Spanje.

De discussie over orgaandonaties moet vooral niet gaan over wel of niet een bewuste keuze maken om donor te worden. Het uiteindelijke doel is namelijk om meer transplantaties te realiseren. Het Spaanse model leert dat veel meer winst valt te behalen door een goed logistiek en organisatorisch model in te voeren.

Deze week kreeg de discussie over orgaandonaties een nieuwe wending omdat minister Klink (Volksgezondheid, CDA) op voorhand het advies van de Coördinatiegroep Orgaandonatie (de commissie-Terlouw) afwijst. De commissie wil een zogeheten opt-out -systeem, waarbij burgers automatisch donor worden tenzij ze aangeven dat niet te willen.

De minister ziet hier niets in. De commissie reageerde beledigd en besloot het rapport niet uit te reiken. Eerder dit jaar kwam de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) met het idee op de proppen om mensen te betalen voor het doneren van hun organen.

Iedereen is het er over eens dat orgaandonatie een nijpend probleem is. Net als vele andere landen in Europa heeft Nederland een groot gebrek aan bruikbare organen. Het is maatschappelijk onaanvaardbaar dat zoveel patiënten sterven omdat ze op een wachtlijst staan voor een donatie (wat maar liefst 152 nierpatiënten overkwam het afgelopen jaar).

Het is opvallend hoe selectief maatschappelijke verontwaardiging kan zijn. We maken ons wel druk over allerlei klein leed, maar accepteren quasi vanzelfsprekend groot leed. Een listige BNN Donorshow gaf weliswaar een tijdelijk impuls, maar daarna gingen we weer over tot de orde van de dag.

De maatschappelijke baten van extra orgaantransplantaties zijn werkelijk enorm: het bespaart majeure kosten op bijvoorbeeld nierdialyse, het verhoogt de kwaliteit van het leven van patiënten in sterke mate, en de kosten zijn relatief beperkt. Een berekening laat zien dat als Nederland het genoemde doel van een 25 procent stijging van orgaantransplantaties haalt dit tot een welvaartswinst leidt die in de vele miljoenen euro’s loopt. Daarnaast zijn er aanzienlijke andere baten, zoals de verrijking van het sociale leven van de patiënten. Er zijn niet veel gebieden te bedenken waar de baten van verbeteringen zo groot zijn ten opzichte van de kosten.

Ondanks deze forse kansen blijft de schaarste van organen een hardnekkig probleem. Eén van de redenen is dat de discussie niet over de juiste thema’s gaat.

Allereerst is het een onzalig idee om betalingen in te voeren voor donors. Los nog van alle ethische bezwaren die hiermee gepaard gaan (denk maar even aan de ongewenste motieven die bepaalde groepen mensen kunnen hebben om een nier af te staan), ondergraaft het ook de motivatie van de huidige donors die betalingen veelal banaal en beledigend vinden.

Ten tweede moet de discussie niet over opt-out of opt-in gaan. Ook in landen met een opt-out is de familie meestal verantwoordelijk voor de keuze om wel of niet een orgaan te doneren. In landen met een opt-in zijn er weliswaar minder potentiële donoren maar die hebben wel een bewuste keuze gemaakt, wat het de familie makkelijker maakt om uiteindelijk een positieve beslissing te nemen. Wat is wijsheid? Er zijn landen met opt-out die goed scoren (België) maar ook die heel slecht scoren (Zweden).

Je kunt transplantaties op twee manieren beïnvloeden: door de hoeveelheid potentiële donoren te vergroten of door de kans dat een potentiële donor ook een transplantatie oplevert te vergroten. Opt-out versus opt-in gaat alleen over de hoeveelheid potentiële donoren, maar met onduidelijke opbrengsten.

Door deze discussie - met allerlei ethische haken en ogen - sneeuwt het werkelijke succesverhaal van een land als Spanje helemaal onder. En dat is jammer want in Spanje zijn fenomenale resultaten geboekt waar Nederland van kan leren. Verrassend genoeg grijpt het Spaanse model niet primair aan op het mobiliseren van nieuwe donors, maar op de logistieke en organisatorische kant van het systeem.

Zo heeft men in ieder ziekenhuis orgaancoördinatoren ingesteld, is er een geolied kwaliteitssysteem en is het medische personeel goed getraind in communicatie met de familie van potentiële donoren. Spanje heeft daardoor een heel hoge effectiviteit: potentiële donoren leiden veel vaker tot transplantatie dan elders in Europa. Sinds introductie van het systeem zijn de orgaandonaties van 14.3 organen per miljoen inwoners in 1989 in tien jaar tijd naar 33.6 per miljoen gestegen.

Voor Nederland - dat zich in de ‘degradatiezone’ bevindt op het gebied van orgaandonaties in Europa - moet dit toch een stimulans zijn deze lessen toe te passen. De lessen zijn bepaald niet nieuw want vele studies - ook in opdracht van het ministerie van Volkskgezondheid, Welzijn en Sport - kwamen tot dezelfde bevindingen.

Op het toepassen van het Spaanse model is nog wel het een en ander af te dingen. Zo heeft Spanje het ‘geluk’ dat er zoveel verkeersongevallen zijn (net als België), een tamelijk pervers gegeven maar niettemin van groot belang omdat de meeste transplantaties van organen van verkeersslachtoffers komen. Natuurlijk is het zo dat een Spaans model alleen grote winst voor Nederland oplevert als er genoeg donoren zijn, dus het werken aan de hoeveelheid donoren moet zeker onverminderd worden voortgezet. Maar ook daar doet Spanje wat aan, onder meer door expliciet gebruik te maken van de mogelijkheden van massamedia.

Alle middelen dienen hier ingezet te worden, bijvoorbeeld door mensen verplicht te laten kiezen of door donoren regelmatig publiekelijk in het zonnetje te zetten, waardoor het maatschappelijk respect voor donoren toeneemt. De minister-president dient hier persoonlijk achter te gaan staan.

Maar laat de publieke en politieke discussie vooral niet ontaarden in een wellis-nietis-discussie over opt-out versus opt-in of over betalingen. Daarvoor is het maatschappelijke belang te groot.

Marcel Canoy is hoogleraar zorgeconomie bij TILEC, Universiteit van Tilburg en chief economist bij ECORYS. Tot voor kort was Canoy werkzaam voor de Europese Commissie waar hij onder meer onderzoek heeft gedaan naar orgaandonaties.