Alledaags Birma

De Franse striptekenaar Guy Delisle maakte een boek over zijn verblijf in Birma. Het is nu vertaald. Delisle tekent vooral de details van het dagelijks leven.

Striptekenaar Guy Delisle uit Canada zijn boek met de titel Birma is nu in het nederlands verkrijgbaar. In de stripboekwinkel Lambiek. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram;

Hij is hier net aangekomen, en meteen bijt de blik van de Frans-Canadese striptekenaar Guy Delisle zich vast in iets voor Nederland heel alledaags: fietsen. Delisle (42) zal er de rest van de dag een lichte obsessie voor aan de dag leggen. De frames zijn veel steviger dan in Frankrijk, constateert hij. En de ontwerpen veel mooier. En er zijn fietsen die je kunt opvouwen, en meenemen in de trein.

Kijken naar het alledaagse – bestaat er in Nederland iets alledaagser dan fietsen? – dat is precies wat Delisle, geboren in de Canadese stad Quebec, woonachtig in Montpellier, in zijn strips doet.

Als Delisle een babyshower in Rangoon bezoekt, ontdekt hij dat er uit iedere flatwoning touwtjes hangen, waarmee je kunt ‘aanbellen’ door eraan te trekken. De huizen in de volkswijken hebben maar een paar uur per dag stroom.

In het trapportaal ziet hij in de hoeken grote bruine vlekken. Daar spuwen de mannen hun betelsap, het kwijl dat ontstaat door het pruimen van betelbladeren, een soort kruid.

Deze week verschijnt er voor het eerst een Nederlandse vertaling van een van zijn reisverslagen in stripvorm, het deel dat zich afspeelt in een van de meest geïsoleerde dictaturen ter wereld: Birma. Van begin 2005 tot maart 2006 verbleef de tekenaar in dit land, omdat zijn Franse vriendin er was gedetacheerd door haar werkgever Artsen Zonder Grenzen (Médecins Sans Frontières). Terwijl zij in de strijd tegen malaria mobiele klinieken in de jungle opzette, wandelde Delisle met zoon Louis in een buggy door de toenmalige hoofdstad Rangoon.

In Birma, maar ook in de eerdere reisverslagen uit China (Shenzhen, 2000) en Noord-Korea (Pyongyang, 2003), die (nog) niet in vertaling verschenen, zoekt Delisle naar dingen die de lokale bevolking nauwelijks meer opvallen, maar waardoor ze sterk worden gekarakteriseerd. „Ik vond het bijvoorbeeld heel leuk toen ik ontdekte dat alle trappen in Birma een oneven aantal treden hebben”, vertelt Delisle. „Birmezen zijn van mening dat een even aantal treden ongeluk brengt.”

En als Delisle merkt dat hij geen e-mail meer kan versturen, gaat hij langs bij een van de internetproviders. De ene provider is van een minister, de andere van zijn zoon. Omdat hij meer van internet blijkt te weten dan de Birmezen, wordt hij toegelaten tot het zwaar bewaakte gebouw, waar een bewaker op wacht zit naast een server zo groot als een kamer. Internet in Birma, een land waar het leger, sinds het in 1962 de macht greep, een dictatuur vormt.

Delisle is in Nederland

om Birma te promoten op de Stripdagen Haarlem. Een paar uur in zijn aanwezigheid is genoeg om te concluderen dat hij zelf zo onopvallend mogelijk wil blijven. Hij verschuilt zich achter zijn schetsblok. „Als ik een strip lees die al te intiem is, voel ik me ongemakkelijk. Neem bijvoorbeeld Vallende ziekte van David B. Een prachtig boek over zijn broer, die epileptisch is. Maar ik heb wel het gevoel dat hij me te dicht bij het gezin brengt. Te intiem.”

Delisle richt zijn scherpe blik meer naar buiten. Hij ziet bijvoorbeeld dat rijke Birmezen op zoek naar statussymbolen hun huizen door krankzinnige architecten laten bouwen, wat een soort Chinese tempels oplevert. Die huizen hebben niet meer de voordelen van de traditionele op palen gebouwde huizen, zoals een schaduwplek.

Met zijn werk verwierf Delisle in Frankrijk en de Verenigde Staten al faam. Delisle ligt goed bij de critici, maar ook bij het publiek. „Na Marjane Satrapi ben ik de best verkopende auteur van graphic novels, zowel in Frankrijk als in de Verenigde Staten”, vertelt hij met gepaste trots in een Amsterdams café.

In Birma beschrijft Delisle aan de hand van persoonlijke belevenissen het land en de dictatuur van de junta. Hij wandelt met zijn zoon in een buggy overal heen, maar op een keer wordt hij tegengehouden: hij blijkt om de hoek te wonen bij oppositieleidster en Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, die al jaren huisarrest heeft. Toeristen worden uit haar straat geweerd. Hij beschrijft ook de geneugten van het jaarlijkse Birmese waterfeest, waarop je elkaar dagenlang mag natspuiten, maar ook hoeveel bureaucratische rompslomp het kost voordat Artsen Zonder Grenzen een noodkliniek in de binnenlanden van Birma kan opzetten. Hij beschrijft hoe er pagina’s uit zijn tijdschriften zijn geknipt door de censuur, en hoe de junta ineens besluit om Rangoon te verlaten en een nieuwe ‘hoofdstad’ te betrekken.

Begin vorige maand trok de cycloon Nargis over het zuiden van Birma. Miljoenen mensen raakten dakloos, maar de junta weigerde hulpdiensten toe te laten. Het doet denken aan de frustraties rond de noodklinieken die u beschrijft.

„Het was inderdaad toen ook al een bureaucratische nachtmerrie, maar nu willen de dictators bovendien niet dat foto’s van de ramp het land verlaten. Een Birmese vriend van mij, een acteur, is opgepakt omdat hij zulke foto’s op zijn computer had staan, en omdat hij met anderen in het zuiden slachtoffers wilde gaan helpen.”

De Maltezer stripjournalist Joe Sacco reisde rond in Joegoslavië en de Palestijnse gebieden, juist toen daar conflicten speelden. Zou u nu naar Birma terug willen?

„Ik denk dat mijn aanpak, een klein boekje maken met strips in zwart-wit plaatjes, niet de juiste manier is om zulke grote gebeurtenissen te beschrijven. Voor mij was een rustig Birma het meest inspirerend, toen ik het alledaagse leven kon beschrijven.”

Heeft u tijdens uw jaar in Birma persoonlijk ervaringen gehad met de junta?

„Buiten de afgezette straat van Aung San Suu Kyi niet. Toen een bevriende journalist mij in Rangoon bezocht, zei hij: ‘Het is hier zo vredig’. Dat klopt: zolang je netjes op de stoep blijft wandelen, gebeurt er niks. Maar als je in hun ogen een grens overgaat, slaat de junta hard toe. De meeste Birmezen blijven binnen die grenzen. Ze zijn boeddhist, het huidige leven is in hun ogen toch maar een voorportaal van het volgende.

„Dat geloof in reïncarnatie leidt trouwens tot komische situaties. Hoge generaals lijken zich bewust te zijn van het kwaad dat ze doen. Omdat ze niet als rat of iets soortgelijks willen reïncarneren, laten ze grote hoeveelheden pagodes bouwen.”

Is er een tekenaar die u sterk heeft beïnvloed?

„Eind jaren tachtig publiceerde Art Spiegelman Maus, waarin hij de holocaust door de ogen van zijn vader verbeeldde. Ik had toen ik jong was veel strips gelezen, maar hield er als adolescent mee op. Ik had genoeg van al die avonturen. De strip was totaal voorspelbaar geworden. En toen kwam dat kleine zwart-wit boekje. Het was zo krachtig. We zagen dat je in strips ook een persoonlijk verhaal kunt vertellen. Mijn generatiegenoten, twintigers, gingen ook strips maken voor een volwassen publiek. Over nachtmerries, of over reizen in Noorwegen.”

Uw strips zijn niet sterk autobiografisch.

„Ik ben liever niet al te open over intieme details. Collega-tekenaars als Robert Crumb en Joe Matt beschrijven al hun seksuele frustraties en onzekerheden. Daar ben ik te gereserveerd voor.’’

U gebruikt in uw strips een heldere stijl.

„Ik heb lang gezocht naar de juiste balans tussen tekst en beeld. Ik maak geen literatuur, ik maak eenvoudige zinnen. Daarom vind ik dat de tekeningen ook eenvoudig moeten blijven. Dan heb je een goed leesritme. Mijn pagina’s zijn nu licht; ik kan er veel op kwijt, zelfs veel tekst, zonder dat het beangstigend druk wordt.”

Volgende maand vertrekken uw vriendin en u voor een jaar naar Jeruzalem. Komt het volgende reisverslag uit Israël?

„Ik weet het nog niet. Een verblijf van een jaar in Ethiopië heeft uiteindelijk ook niet geleid tot een reisverslag. Ik ga zeker aantekeningen maken. En om me voor te bereiden heb ik al een prachtig boek uit Israël gelezen: de strip Vermist van Rutu Modan.”

Guy Delisle, ‘Birma’, 262 pagina’s, Uitgeverij Oog & Blik, 2008. € 24,95.

    • Ward Wijndelts