Zo’n wagen laat je niet snel staan

Vandaag protesteren vrachtwagenchauffeurs tegen de hoge benzineprijzen.

Wat als een volle tank onbetaalbaar wordt? Daar denkt men liever niet aan.

De laatste keer dat er in Nederland crisis heerste over benzine was in 1973. Foto Florèn van Olden Utrecht 10-6-2008 Klanten van een budget pomp in Utrecht. Met de hoge brandstofprijzen is gas voor 55 cent per liter een goed alternatief. Foto Floren van Olden Olden, Floren van

Vorige week rekenden de Gebroeders Iesberts 1 euro 54,9 voor een liter benzine. Afgelopen maandag was het 1 euro 55,9. „En vandaag”, zegt Henny Iesberts, „zijn we weer omhoog gegaan: 1 euro 57,9.”

Hij zit achter de kassa van zijn tankstation aan de Albert Schweitzerdreef in Utrecht, de verbindingsweg tussen de A2 en de A27. Aan de overkant, tegen de flats van Overvecht aan, is een Shellstation. Verderop, tussen twee overgebleven boerderijen in, is een BP-station. Het is er druk, maar bij de witte pomp van de Gebroeders Iesberts is het drukker, want al is de benzine ook hier nog nooit zo duur geweest, hij is 4 cent minder duur dan bij de concurrentie.

Bovendien verkopen de Gebroeders Iesberts ook gas, voor nog geen 55 eurocent per liter. (De vraag naar gas stijgt zo hard, dat het bedrijf Fuwell voor 95 miljoen euro 315 tankpunten voor aardgas gaat bouwen.)

„Ik zit de hele dag te lachen”, zegt Henny Iesberts. „Ik zie hier veel klanten die ik nooit eerder heb gezien.” Normaal verkoopt hij op een dag 20.000 liter. Nu is het 22.000 liter, een omzetverhoging van 10 procent. Hoort hij mensen klagen? Begint er in Nederland iets van paniek te ontstaan nu er al wordt gesproken over prijzen van twee euro per liter?

In Spanje, Portugal, Frankrijk en Italië wordt al weken actie gevoerd tegen de hoge brandstofprijzen, door vrachtrijders, vissers, boeren. Dat zijn niet de gewone autorijders, maar het hele openbare leven lijdt eronder. Wegen worden geblokkeerd, supermarkten krijgen geen voorraden meer. Er wordt gehamsterd. Er heerst een gevoel van crisis.

In Nederland was dat gevoel er in 1973, toen de eerste oliecrisis uitbrak en de benzine voor de eerste keer opeens veel duurder werd. Henny Iesberts zegt dat zijn klanten gelaten zijn. „Ze praten er wel over, maar gekscherend. Ophouden met autorijden? Dat is ondenkbaar.”

Toch begint er ook in Nederland wel iets van een crisisgevoel te ontstaan. Vrachtwagenchauffeurs gaan vandaag op achttien plaatsen vanaf vijf voor twaalf ’s middags – let op de symboliek – een halfuur lang 50 kilometer per uur rijden, onder het motto ‘De maat is vol’. Ze hopen dat automobilisten achter hen aan gaan rijden, om sámen aan het kabinet te laten zien dat het zo niet langer kan.

De ANWB merkt het aan de autorijders die verontruste e-mailtjes sturen of bellen. Hoe veel erger wordt het nog? Op de website van de ANWB staan tips om zuiniger te rijden. Alleen al door de bandenspanning elke maand te controleren kan er per jaar 150 euro worden bespaard. Ook de mensen die gistermiddag stonden te tanken bij de Gebroeders Iesberts of bij de Q8 aan de Eykmanlaan beginnen zich zorgen te maken. Er zijn er zelfs die er af en toe de auto voor laten staan.

Monique van Tiel bijvoorbeeld, een lerares. Naar school kan ze lopen en ze heeft nu tegen zichzelf gezegd dat ze binnen de stad niet meer met de auto mag. Ze neemt de fiets. Nu gaat ze naar haar moeder in Den Dolder en daarna naar Terschelling voor het Oerolfestival. Gelukkig rijden er mensen met haar mee, ze delen de kosten. „Tien euro per persoon”, zegt ze.

Franklin Brown, een instrumentenmaker, rijdt elke dag van Maarssen naar Vaassen, in Limburg. „Dat is 102 kilometer”, zegt hij. „Als ik moet lopen, doe ik er een paar dagen over.” Hij lacht, rekent een volle tank af bij Henny Iesberts en roept dat hij van zijn werkgever maar 19 cent per kilometer krijgt. „Dus wat ga ik doen? Ik ga een andere baan zoeken.”

Mohammed Dahri en Mitchel Jansen, twee piloten in opleiding, zouden wel minder wíllen rijden, maar ze zouden niet weten hoe. Zij wonen in Groningen, hun ouders in Utrecht en Almere, ze moeten naar school in Eelde en dan hebben ze ook nog hun vriendinnen waar ze heen willen. Per week rijden ze 800 tot 1.000 kilometer. „Kost me 100 euro per week”, zegt Mohammed Dahri. Hij rijdt in een Opel Astra, op diesel. Hij kan het eigenlijk niet betalen. Wat doet hij als het straks 150 euro is? „Weet niet”, zegt hij. „Ik denk er niet aan.”

Dat mensen zich zorgen maken over de benzineprijzen, is ook te merken aan de autoverkoop. Dat is te zien in de statistieken van de ACEA, de Vereniging van Europese Autofabrikanten. Zelfs van de kleine en zuinige auto’s worden er minder verkocht: nog 30.000 in januari 2007 in Nederland, minder dan 25.000 een jaar later.

Het is ook te horen aan de Autoboulevard, twee kilometer van het tankstation van de Gebroeders Iesberts vandaan. „Van die grote jongens verkopen we er op het moment bijna niet één meer”, zegt Yorick van Dijk. Hij wijst naar de Nissan Pathfinder en de Nissan Patrol. De dealer, Knoops en Fivan, verkoopt ook Fiat en Yorick van Dijk maakt nu voor het eerst mee dat klanten van hun werkgever in een auto met een A-label moeten gaan rijden – de zuinigste. „Dan kom je dus uit bij een Fiat Bravo”, zegt hij. Hij kijkt erbij alsof een normaal mens er nog niet dood in gevonden wil worden.

Zelf rijdt hij in een Fiat 500 van de zaak en hij tankt ook op kosten van de zaak. „Ik hoef me voorlopig nergens zorgen om te maken.” Privé heeft hij een Renault Clio, in een sportuitvoering, maar die staat nu in de garage. Een volle tank kost hem 70,75 euro. „Wordt het 100 euro, dan ga ik wel nadenken”, zegt hij. Bedoelt hij dat hij dan minder gaat rijden?

„Weet niet”, zegt hij. „Ik ben een echte petrol head. Ik pak altijd de auto. Ook als ik maar een paar kilometer hoef te rijden. Maar 100 euro?” Hij denkt even na. „Dan pak ik misschien weer eens de fiets. Maar ik heb er geen zin in.”

Neem je ook vaker de fiets in plaats van de auto door de hoge benzineprijzen? Discussieer mee op nrc.nl/opinie

Zoek uit waar je in de buurt het goedkoopste kunt tanken op goedkooptanken.nu