‘Wij beleggen niet in schaarste’

De Triodos Bank heeft geen last gehad van de onrust op de financiële markten, want de bank belegt niet in ondoorzichtige financiële producten.

Peter Blom Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Zeist, 13-06-2007 Triodos Bank. Peter Blom Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Met enige afstand kijkt directeur Peter Blom van de Triodos Bank deze maanden naar de onrust op de financiële markten. De kredietcrisis haalt wereldwijd de koersen van grote banken onderuit. Snelle beleggers komen en masse op straat te staan nu de waarde van hun fondsen als sneeuw voor de zon verdampt. De bank van Blom ontsnapt met groot gemak aan de malaise.

Hoe? Triodos gaat niet voor maximale winst, maar voor maximale duurzaamheid, de bank heeft er altijd voor gekozen dicht bij de reële economie te blijven. En dat betekent dat de in Zeist gevestigde bank ondanks herhaalde aanbiedingen ver weg is gebleven van de op drijfzand gebaseerde hypotheekobligaties en andere complexe financiële producten die nu tot zoveel schade leiden.

Blom zegt het met enige trots. Hij zit inmiddels ruim 25 jaar bij de bank, die in 1980 werd opgericht. Voor iemand met zo’n lange staat van dienst, praat Blom nog steeds met een opmerkelijke gedrevenheid over de missie van Triodos.

Triodos groeit al jaren met gemiddeld 25 procent per jaar maar ziet haar marktaandeel slinken nu ook andere banken en beleggingsmaatschappijen duurzaamheid in het vaandel gaan voeren. De ASN Bank adverteert stevig, en bij de kredietverlening aan duurzame projecten speelt ook Rabobank een rol. Blom zegt er oprecht tevreden mee te zijn dat meerdere banken het thema duurzaam hebben omarmd. „Zeker, het gaat ten koste van ons marktaandeel, maar we zijn er blij mee, het gaat ons om meer aandacht voor duurzaamheid.”

Maakt duurzaamheid inmiddels deel uit van het vaste rijtje afwegingen van de consument?

„Steeds meer. Anders dan bedrijven of zelfs de overheid zijn burgers van nature geneigd in generaties te denken. Ze hebben ouders, krijgen zelf kinderen. De sterkste groei bij ons zit in de kinderspaarrekeningen, daar zie je goed dat mensen aan duurzaamheid denken als het gaat om de toekomst van hun kinderen.”

Triodos is vorige week met een fonds voor duurzaam beleggen gekomen voor gemeentes. Hoe zit dat?

„Eigenlijk is dat de nasleep van de Ceteco-affaire. Daar bleek dat gemeentes en provincies zeer risicovol aan het beleggen waren. De wetgeving (de Wet financiering decentrale overheden, Fido) is toen aangescherpt, waardoor gemeentes alleen nog mochten beleggen bij grote instellingen met een zeer hoge kredietwaardering. Wij waren en zijn te klein om voor zo’n rating in aanmerking te komen en gemeentes konden dus niet meer via ons duurzaam sparen. Daar hebben we nu een oplossing voor gevonden door het zogenoemde Fido-fonds op te richten. Dat voldoet aan de nieuwe wetgeving en biedt gemeentes de kans toch weer duurzaam te beleggen.”

Steeds meer bedrijven suggereren ook duurzaam te zijn. Is dat goedkope pr of een intrinsiek besef dat doorgaan op dezelfde weg niet kan?

„Het is nog niet intrinsiek. De grote multinationals zijn volgend wat dat betreft. De koplopers in het bedrijfsleven op duurzaamheid zitten in het midden- en kleinbedrijf. De manier waarop groenrechts met duurzaamheid omgaat is alleen het gevoel verkopen. De groenlinkse stroming maakt duurzaamheid te veel afhankelijk van overheidsstimulering. Wij bepleiten een derde weg, met een goede balans tussen korte- en langetermijnbelangen.”

Redt een bank als Triodos het inmiddels zonder fiscale stimulering van de overheid?

„Dat ligt genuanceerd. Nu hebben de groene beleggingsfondsen de stimulans nog nodig, maar dat komt omdat het systeem eigenlijk verkeerd is. Als je in plaats van duurzaamheid te subsidiëren een belasting heft op bedrijven die waarde onttrekken aan de maatschappij, dan is overheidssteun niet nodig. De vervuiler moet betalen, ook de belegger die in vervuilende producten belegt. Maar dat is nu nog niet aan de orde.”

Maar u belegt toch ook in grondstofmarkten?

„Ja, maar nauwelijks. We zitten bewust niet in heel speculatieve markten zoals de termijnhandel. Beweeglijke markten zijn per definitie niet duurzaam. Andere partijen springen van markt naar markt op zoek naar de hoogste winstmarges, maar wij beleggen bijvoorbeeld niet in mijnbouw. Het gedrag van andere banken wordt aangewakkerd door de bonussencultuur. Dat is een systeem waar we vanaf moeten. Korte termijn is niet duurzaam, we moeten op meerdere terreinen investeren in een lange termijn, duurzame visie.”

Maar u belegt dus wel in voedsel? Draagt u niet bij aan de stijging van de voedselprijzen en aan de honger die daardoor in sommige landen ontstaat?

„Nee, want wij beleggen niet in schaarste. We financieren fairtradehandel. Je ziet op bijvoorbeeld de fairtradekoffiemarkt de invloed van speculanten enorm toenemen. De arme boeren sluiten contracten met de hoogste bieder, dat is begrijpelijk, maar niet goed voor de leveringszekerheid. Wij vinden dan ook dat je meer in de hele keten moet investeren in plaats van alleen profiteren van tijdelijke markttekorten.”

Heeft u concrete voorstellen hoe duurzaamheid een grotere rol kan spelen in het bedrijfsleven?

„Je zou kunnen beginnen met het belonen van een duurzame relatie tussen aandeelhouders en een bedrijf. Het stemrecht op de aandeelhoudersvergadering moet je koppelen aan de duur van het aandeelhouderschap. Een duurzame relatie werkt al wel bij werknemers en klanten, dus waarom niet bij de aandeelhouder?”

Hoe werkt dat in de praktijk?

„Nu kopen partijen soms vlak voor de aandeelhoudersvergadering een pakket aandelen, en zijn ze met hun stemgedrag alleen gericht op kortetermijnwinst. Als je langetermijnbeleggers beloont, die het beste met de toekomst van het bedrijf voorhebben, stimuleer je duurzaamheid. Een bedrijf als Shell zou daar baat bij kunnen hebben. Aandeelhouders die het bedrijf ook op lange termijn een goede toekomst gunnen, zullen Shell stimuleren om meer te investeren in zonne-energie in plaats van olie. Want olie is eindig.”