Romanticus

In Epe merkte ik weer eens dat ‘de oorlog’ nooit ver weg is als je met de oudste generatie in aanraking komt. Het bleef niet bij die man uit het jongenstehuis, over wie ik gisteren schreef.

Nadat ik afscheid van hem had genomen, liep ik naar het gemeentehuis waar een tentoonstelling werd geopend over Chris Lanooy. Hij leefde van 1881 tot 1948 en was een van Nederlands beste kunstpottenbakkers van de vorige eeuw. Hoewel geboren in het Zeeuwse St. Annaland, bracht Lanooy de laatste 29 jaar van zijn leven in Epe door. Hij had voor de Veluwe gekozen vanwege gezondheidsproblemen bij een van zijn kinderen. Door dat toeval mag Epe Lanooy nu tot zijn bekendste zonen rekenen. Er is dan ook een weg naar hem vernoemd, al is het eerder een weggetje – kunstenaars worden in Nederland zelden overdreven geëerd.

Lanooy was een groot, veelzijdig kunstenaar. Deze tentoonstelling, klein maar zeer fijn, laat zien waartoe Lanooy vooral op het gebied van de keramiek en de glaskunst in staat was. Schrijver Jan Greshoff noemde hem eens in een lang, bewonderend essay „een impressionist, maar een van het zuiverste water.”

De tentoonstelling heeft de merkwaardige titel ‘Hoe heeft Chris Lanooy het voor elkaar gekregen?’ Die slaat op verwijten van critici en collega’s van destijds dat de autodidact Lanooy maar wat raak rommelde en bij toeval zijn schitterende glazuurlagen tevoorschijn toverde. Inmiddels staat dankzij recentelijk gevonden glazuurrecepten vast dat Lanooy wel degelijk de abstracte natuurimpressies die hij in zijn glazuren wilde vastleggen, goed had doordacht.

Maar hij experimenteerde graag en produceerde veel, omdat hij een groot gezin en hoge bedrijfskosten had. Zijn kleindochter, Marianne Jager-Lanooy, betreurt achteraf die overproductie. Er worden op rommelmarkten nogal wat matige ‘Lanooys’ met allerlei foutjes aangeboden. Zij benemen enigszins het zicht op de briljante topstukken van Lanooy.

Lanooy was een intrigerende man. Op foto’s blijkt hij een kleine man met een imposante baard en een levendige oogopslag. Hij bakte zijn keramiek in zelfgebouwde ovens op een groot terrein aan de rand van Epe, waar hij ook zijn bedrijfsgebouwen en woning had gebouwd. Lanooy was een charmant romanticus, die veel indruk maakte op de rijkere dames van Epe, aan wie hij dan ook veel verkocht.

Toen de oorlog uitbrak, bleek hij allerminst bang aangelegd. Zijn biograaf Willem Heijbroek beschrijft in Tussen twee vuren hoe het gerechtshof in Arnhem in 1942 proces-verbaal tegen hem opmaakt omdat hij geen lid is van de Nederlandsche Kultuurkamer. „(…) als ik hiervoor bekeurd moet worden, moet U het maar doen”, laat hij laconiek weten.

Twee jaar later werd hij door de Sicherheitsdienst opgepakt omdat er op zijn terrein wapens van het verzet waren gevonden. Hij zou met andere verzetsmensen in Apeldoorn geëxecuteerd worden, maar omdat hij (suiker)ziek was en in coma raakte, kon hij de dood ontlopen. Hij zat de oorlog in concentratiekamp Amersfoort uit.

Er is een foto waarop hij kort na zijn bevrijding uit het kamp verwelkomd wordt. Zijn baard is grijzer geworden en zijn gezicht magerder, maar hij oogt nog ongebroken. Hij had voor hetere vuren gestaan.