‘Nucleair Iran ergste nachtmerrie’

In Israël is het geen vraag of Iran een gevaar is of niet. Politici zinspelen dagelijks op mogelijke aanvallen tegen ‘het grootste gevaar voor de Joodse staat".

Demonstrant in Teheran voorspelt het einde van Israël tijdens een betoging tegen het zestigjarige bestaan van Israël, afgelopen mei. Foto AFP An Iranian student flashes the V for 'victory' sign as he holds an anti-Israeli poster during a protest against the 60th anniversary of the establishment of the state of Israel, outside the British embassy in Tehran on May 13, 2008. Iranian President Mahmoud Ahmadinejad said today he would not respond to the warning by the Saudi foreign minister on possible interference in Lebanon "out of respect" for the Saudi King Abdullah. AFP PHOTO/BEHROUZ MEHRI AFP

Guus Valk

Op Amerikaanse televisiezenders is deze maand een ronkend spotje te zien. „Israël, een democratie, gaf heel Gaza op voor vrede”, zegt de voice-over. „Nu wordt Gaza bestuurd door het door Iran gesteunde Hamas. Israëlische families worden aangevallen en gedood. Kinderen moeten hun speeltuinen verlaten om in schuilkelders te zitten.”

Het spotje is gefinancierd door The Israel Project, een conservatieve Amerikaans-Israëlische lobbyorganisatie die de publieke opinie in de Verenigde Staten probeert te overtuigen van het gevaar van Iran voor Israël. Voor journalisten zijn mappen voorhanden met alle bedreigingen per onderwerp gesorteerd: Iran schendt de mensenrechten, Iran ontkent de Holocaust, Iran steunt Hezbollah en Hamas.

De Amerikanen moeten om, zegt militair historicus Michael Oren van de even zo conservatieve denktank Shalem Center in Jeruzalem. „Hier in Israël is er nauwelijks meer debat over, 95 procent van de Israëliërs ziet Iran als het grootste gevaar voor het voortbestaan van de Joodse staat. Israël kan niet zonder Amerikaanse steun actie ondernemen tegen Iran. Het land heeft politieke, maar ook logistieke steun nodig. Iran ligt immers ver weg. Maar de Amerikanen hebben weinig zin opnieuw hun vingers te branden in het Midden-Oosten.”

Wie Israëlische politici deze dagen aan het werk ziet, krijgt al snel de indruk dat ze hun F16’s morgen willen laten opstijgen om Iraanse doelen aan te vallen. Het land financiert volgens premier Ehud Olmert niet alleen Israëls naaste vijanden Hezbollah (in Libanon) en Hamas (in de Palestijnse Gebieden). Het land zou ook werken aan een nucleair programma dat op zijn minst het nucleaire evenwicht in het Midden-Oosten verstoort en op zijn slechtst Tel Aviv kan wegvagen. Tussen 2010 en 2015 kan Iran over een atoomwapen beschikken, menen de Israëlische inlichtingendiensten.

„Elke dag komen we dichter bij het stopzetten van het nucleaire programma van Iran”, zei Olmert vorige week. Olmert duldt naast Israël zelf geen tweede kernmacht in het Midden-Oosten. Minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni had het over de „militaire optie’ om Iran te stoppen. Vicepremier Shaul Mofaz, een geboren Iraniër en partijgenoot van Olmert, ging nog een stap verder. „Het aanvallen van Iran om zijn nucleaire plannen te stoppen zal onvermijdelijk zijn”, zei Mofaz, als Iran het atoomprogramma werkelijk doorzet.

„Dat was ongelooflijk stom”, noemt Michael Oren die uitspraak. Israëlische media namen de uitspraak niet al te serieus – Mofaz zou zich willen profileren als havik om Olmert te kunnen opvolgen als partijleider van Kadima. Wel maakte hij met zijn actie „maanden van stille diplomatie in één klap ongedaan”, zegt Oren. En het is al zo moeilijk om de steun van de Verenigde Staten te winnen. Zes maanden geleden publiceerden de Amerikaanse inlichtingendiensten een rapport over de nucleaire ambities van Iran. Het atoomprogramma zou al in 2003 zijn stopgezet. Oren, die die conclusie niet deelt: „Dit rapport heeft een desastreuze uitwerking gehad op het klimaat in de Verenigde Staten en Europa. Het zou allemaal wel loslopen met Iran.”

In Israël zijn de emoties heftiger. Links en rechts, vredesorganisaties en militaire lobbygroepen, niemand betwist het gevaar van Iran. Nucleair bewapend Iran is dan ook „de ergste nachtmerrie voor Israël”, schreef de Duitse oud-minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer onlangs in de krant Haaretz. Of het nu waar is of niet, doet er volgens hem niet zozeer toe. „Politiek gaat niet over feiten, maar over beelden. Israël neemt de bedreiging met vernietiging van de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad serieus vanwege het trauma van de Holocaust.” Het Midden-Oosten is op deze manier hard op weg naar een nieuwe grote confrontatie, aldus Fischer.

Ook Adam Keller, oprichter van de vredesorganisatie Gush Shalom, vreest voor een confrontatie met Iran nu de retoriek van Israëlische politici scherper wordt. „Het hoeft geen gewapende strijd te worden, het kan ook een nieuwe Koude Oorlog in het Midden-Oosten betekenen.”

Volgens Keller is Israël medeschuldig aan de spanning, door in de jaren vijftig van de vorige eeuw zelf aan een nucleair programma te beginnen. „Het is een arrogante gedachte om te denken dat je een nucleair monopolie in de regio kunt hebben. Dat lokt reacties uit.” Keller denkt, als een van de weinige Israëlische opinieleiders, dat Iran ook met een atoombom geen direct gevaar voor Israël hoeft te zijn. „Ze weten dat de prijs gigantisch hoog zal zijn. Helemaal gek zijn ze daar ook niet.”

    • Guus Valk