Nieuwe groeikans voor uitzendbureaus

De Europese Commissie heeft de mogelijkheden voor uitzendwerk in Europa verruimd. Groeikansen voor de expanderende Nederlandse uitzendbureaus.

De Europese uitzendbranche heeft jarenlang gelobbyd. De Nederlandse organisatie voor de uitzendbranche ABU was er druk mee, net als uitzendconcern Randstad dat vijf jaar lang ‘fors’ lobbyde, weer in samenwerking met Europese uitzendkoepel Eurociett. De strijd is gestreden nu de Europese Commissie deze week een wetsvoorstel deed over de rechten van uitzendkrachten. De uitzendorganisaties hebben hun werk gedaan en ze zijn „tevreden” en „blij” met het besluit.

De Europese Commissie bepaalde dat uitzendkrachten in Europa dezelfde rechten moeten krijgen als vaste werknemers van een bedrijf. Tijdelijke krachten moeten hetzelfde salaris krijgen als reguliere werknemers – gelijk werk, gelijk loon – en moeten de mogelijkheid krijgen voor kinderopvang en zwangerschapsverlof. Als het Europees Parlement het voorstel goedkeurt, moeten alle lidstaten daarnaast een onderzoek instellen naar de belemmerende factoren voor uitzendwerk.

De nieuwe regels klinken op het eerste gezicht niet aantrekkelijk voor uitzenders. Uitzendbureaus kunnen nu in veel Europese landen nog tegen lagere lonen werknemers aanbieden en zo hun concurrentiepositie versterken. In Nederland is gelijke beloning voor gelijk werk meer regel dan uitzondering, maar in veel Europese landen geldt dat niet. In Duitsland en Italië kent men bijvoorbeeld geen wettelijk minimumloon. Zo denkt de uitzendbranche echter niet: imago is voor de uitzendtak belangrijker dan lage lonen. „De gelijke arbeidsvoorwaarden vergroten de acceptatie van uitzendwerk”, zegt de woordvoerder van de ABU. De markt moet juist opener worden door de nieuwe regels.

De betere positie van uitzendkrachten moet in Italië en Spanje, maar ook in de nieuwe Oost-Europese lidstaten meer uitzendwerk opleveren. In die landen is uitzendwerk niet zo normaal en geaccepteerd als in Nederland. Uitzendconcern Olympia maakt van de gelegenheid gebruik: dit jaar opent het bedrijf dertig nieuwe vestigingen in Portugal, Italië en Polen. „Precies de juiste timing”, zegt Yvonne van Assem daarover, die binnen Olympia over het Europese beleid gaat. Het is juist fijn als er een richtlijn voor beloning bestaat, dan krijgt ook uitzendwerk het imago van een erkend ‘vak’, denkt zij. „Werkgevers zullen uitzendkrachten nog eens als serieuze optie in overweging nemen.”

Randstad kijkt anders tegen de gelijke betaling van uitzendwerknemers aan. Fred van Haasteren, directeur van Randstad Nederland, ziet de afspraak als ruil voor het onderzoek dat de lidstaten moeten doen naar hun regelgeving over uitzenden. Daar is volgens Van Haasteren de echte winst te behalen: de belemmerende factoren wegnemen die in veel Europese landen nog voor uitzendwerk gelden. Die regels zijn verouderd en houden de groei van de uitzendmarkt tegen, daarover zijn de Nederlandse uitzendorganisaties het eens. Van Assem vergelijkt de situatie met hoe Nederland twintig jaar geleden tegen uitzendwerk aankeek: aarzelend.

In België, maar ook opnieuw in Frankrijk, Italië en Spanje, gelden strenge regels voor bedrijven die gebruik willen maken van uitzendbureaus. Ze mogen alleen in geval van ziekte iemand inhuren, of alleen tijdens de piek van de productie als ze het werk niet aankunnen met hun vaste krachten. Of de beperkingen zijn aan sectoren gebonden: in veel EU-landen is uitzendwerk in de publieke sector nog niet toegestaan, en in Spanje is uitzenden in de bouw verboden. Zonder deze regels „is er meer ruimte voor uitzendwerk”, hoopt Van Haasteren.

De cijfers geven hem gelijk. Onderzoeksbureau Bain berekende dat de Europese arbeidsmarkt er tot 2012 ruim een half miljoen extra uitzendbanen bij krijgt als de huidige drempels wegvallen. Het totale aantal uitzendkrachten neemt hoe dan ook nog flink toe, berekende het bureau. Nu werken 3,3 miljoen Europeanen voltijd als uitzendkracht, in 2012 zijn dat er ruim 5 miljoen.

Het is dus niet vreemd dat de Nederlandse uitzendbranche halsreikend uitkijkt naar versoepelde regelgeving in andere Europese landen. Door de restricties zijn de groeikansen in Zuid-Europese en Oost-Europese landen nog groot. In Nederland is de uitzendmarkt volwassen, met een penetratiegraad van ongeveer 2,5 procent. Een hoge score in vergelijking met andere landen. In Italië en Spanje ligt het aantal uitzendkrachten verhoudingsgewijs op 0,7 procent. In Duitsland is dat 1,3 procent, dus ook daar valt nog flinke groei te behalen.

Een laatste reden waarom de uitzendwereld tevreden is: de flexibiliteit die de Commissie inbouwde. Het voorstel biedt de ruimte voor uitzonderingen om afwijkende afspraken met werkgevers en uitzenders te maken over beloning en sociale regelingen. Het geeft uitzenders de ruimte om bijvoorbeeld geen pensioenopbouw te regelen voor een uitzendkracht die maar twee of drie weken werkzaam is. Maar er zijn niet alleen voordelen voor de organisaties, ook voor de uitzendkracht: iemand die eerst zes weken bij Philips werkt en daarna vijf weken bij KPN, krijgt door de uitzonderingsmogelijkheid die elf weken hetzelfde loon uitbetaald. „Anders zou het verwarrend zijn”, zegt Van Assem van Olympia.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Europese Commissie

In het artikel Nieuwe groeikans voor uitzendbureaus (12 juni, pagina 17) staat dat het wetsvoorstel voor uitzendkrachten door de Europese Commissie is ingediend. Dat klopt niet, het voorstel kwam van de Europese ministers van Sociale Zaken.