Jack de Vries verslikt zich in nevenfunctie denktank

Staatssecretaris De Vries trad vorige week toe tot een denktank, maar legde deze nevenfunctie vandaag weer neer. Bij nader inzien is het „zo klaar als een klontje” dat het niet kan.

In een Tweede Kamerdebat in 2005 was premier Balkenende nog helder, zelfs licht geïrriteerd. Ministers bleken hem niet te hebben geïnformeerd over een reeks nevenactiviteiten en nevenfuncties. „Ik betreur dit”, zei hij.

Nu blijkt uitgerekend partijgenoot Jack de Vries – jarenlang als politiek adviseur zijn vertrouweling en nu staatssecretaris van Defensie – hem niet te hebben ingelicht over een nevenfunctie die hij per 1 juni had aanvaard. Balkenende hoorde hier pas gisteren van, toen NRC Handelsblad er vragen over stelde. En dat terwijl de regels toch duidelijk voorschrijven dat elke nevenactiviteit van bewindslieden moet worden gemeld.

Jack de Vries blijkt per 1 juni te zijn toegetreden tot de Public Space Foundation, in 1999 opgericht op initiatief van adviesbureau Boer & Croon. Daar was hij werkzaam voordat hij in december 2007 toetrad tot het kabinet. Onder anderen oud-minister Ed van Thijn (PvdA), VNG-voorzitter Ralph Pans, CDA-senator Jos Werner en terreurcoördinator Tjibbe Joustra hebben zitting in deze denktank, die „een maatschappelijke bijdrage wil leveren aan het beter functioneren van de publieke sector en publieke diensten”. Public Space kwam begin vorig jaar in het nieuws met een pleidooi, gericht op het kabinet, voor aanleg van een vliegveld in zee of een kunstmatig eiland met een kunstwerk dat een symboolfunctie krijgt voor Europa.

De regels voor nevenfuncties van bewindslieden zijn streng en helder. De premier stuurde er in december 2002 een duidelijke brief over naar de Tweede Kamer. Een bewindspersoon mag „alleen bij hoge uitzondering” een nevenfunctie accepteren, en dan alleen na schriftelijke toestemming van de minister-president. Het ambt van een bewindspersoon is „zo veeleisend en belangrijk dat het volledige inzet van betrokkenen vergt”. Bovendien moet iedere schijn worden vermeden dat nevenfuncties of nevenactiviteiten afbreuk doen aan objectieve besluitvorming.

De Vries vroeg die toestemming dus niet. De staatssecretaris had „niet de indruk dat deze activiteit onder nevenfuncties zou vallen”, zo liet hij vanmorgen weten. Daarom volgde hij niet de strikte procedure voor bewindslieden.

In de brief van december 2002 staat: „De termen (neven-)functie en nevenactiviteit moeten daarbij zo breed mogelijk worden opgevat.” De minister-president noemt dan een aantal voorbeelden waarvan hij op de hoogte moet worden gesteld: vrijwilligersfuncties in clubs en verenigingen, parttime-hoogleraarschappen, redactiefuncties en lidmaatschappen van comités van aanbeveling. „Het uitsluitend lid zijn van een vereniging (dus niet een bestuursfunctie) valt niet onder deze regeling.” Daarom mocht toenmalig minister Remkes lid blijven van het ‘Genevergenootschap’; het betrof niet een echte functie, maar een titel.

De Vries vond zijn nieuwe nevenfunctie, stelt hij, „slechts een manier om in gesprek te blijven over bredere maatschappelijke thema’s die ook voor defensie van belang zijn, namelijk vernieuwende innovatie”. Maar hij legt per direct de functie neer. Zijn woordvoerder: „Nu blijkt dat de afspraken in het kabinet over nevenactiviteiten dit niet toelaten, zal hij zich daar natuurlijk naar voegen.” Hij voegt er aan toe „dat het zo klaar als een klontje” is dat het lidmaatschap van de denktank niet kan. Dat De Vries in de fout ging, wijt de staatssecretaris „aan zijn groot enthousiasme om te werken aan draagvlak voor Defensie”.

De Rijksvoorlichtingsdienst stelde vanmorgen dat voor Balkenende de kous af is. Volgens zijn woordvoerder wil hij geen kwalificatie verbinden aan het handelen van De Vries. „De minister-president heeft kennisgenomen van het feit dat hij de functies meteen neerlegt.”