Is dit een neutrale bemiddelaar?

Prins Turki (63) vindt dat president Bush zich te veel vereenzelvigt met Israël.

Amerika moet zijn macht eerlijk gebruiken, zegt hij.

President Bush en premier Olmert van Israël in het zuiden van Israël, in mei. De Saoedische prins Turki vindt dat Bush minder partijdig moet zijn in het Midden-Oosten. Foto AFP US President George W. Bush (R) and Israeli Prime Minister Ehud Olmert (L) chat during a tour to the ancient hilltop fortress of Masada on May 15, 2008 in the Judean Desert, southern Isarel. The Masada fortress became a symbol of Jewish heroism after dozens of Jews there chose to kill themselves rather than surrender to the Romans in 70 AD. AFP PHOTO/Jim WATSON AFP

De Verenigde Staten zijn als olie-afnemer en wapenleverancier een belangrijke bondgenoot van Saoedi-Arabië – maar president George Bush heeft het in Riad volstrekt verkorven. De „lamest of lame ducks”, noemt prins Turki al-Faisal hem in een vraaggesprek met deze krant, in zijn ruime werkkamer in het Koning Faisal Onderzoekscentrum in de Saoedische hoofdstad. Machtelozer dan machteloos.

Prins Turki (63) is de jongste zoon van wijlen koning Faisal (1964-1975) en broer van de huidige minister van Buitenlandse Zaken, prins Saud al-Faisal. In het gesprek onderstreept hij enkele malen niet namens de Saoedische regering te spreken, maar als particulier burger. Niettemin is hij zonder twijfel op de hoogte van het denken van de inner circle van het Saoedische regime.

Als chef van de inlichtingendienst (1977-2001) onderhield hij in de jaren tachtig contacten met Osama bin Laden in Afghanistan, toen die nog geen internationale terroristenleider was, maar hulp leverde aan het verzet tegen de Sovjet-bezettingstroepen. Hij was daarna ambassadeur in Londen en tot december 2006 ambassadeur in Washington. Nu leidt hij het Koning Faisal-instituut.

De moeizame oorlog in Irak is één belangrijke factor die Bush’ positie in Saoedische ogen heeft verzwakt, maar ook zijn vereenzelviging met de positie van Israël in het Arabisch-Palestijns-Israëlische conflict, een zaak die de Saoediërs zeer ter harte gaat. „Op zijn laatste trip naar Israël zei hij vorige maand dat niet alleen zeven miljoen Israëliërs vechten voor Israëls bestaansrecht, maar ook 300 miljoen Amerikanen”, onderstreept prins Turki. Merkbaar verontwaardigd: „Vervolgens ging hij naar Sharm al-Sheikh en kritiseerde hij alle Arabische leiders, omdat ze autoritair waren en ondemocratisch en onderwees hij hun hoe ze hun bewind moesten verbeteren. Er is hier een duidelijke discrepantie tussen zijn standpunt ten aanzien van Israël en van de Arabische wereld. Dat verzwakt zijn positie in de Arabische wereld.”

„Het is niet zozeer een kwestie van belediging, de politiek is vol beledigingen en kleineringen en dergelijke, maar van een eerlijke toepassing van de Amerikaanse macht en invloed om een probleem op te lossen. Toen president Clinton hielp het Ierse conflict op te lossen, was de Amerikaanse positie neutraal. Die neutraliteit is nu niet te zien in de bemoeienis van president Bush met het Palestijns-Israëlische conflict.”

Vorig jaar herbevestigden de Arabische leiders in Riad het vredesvoorstel uit 2002 aan Israël van de Saoedische koning (toen kroonprins) Abdullah – ruwweg normale betrekkingen met de hele Arabische wereld in ruil voor Israëlische terugtrekking uit alle bezette gebieden en een Palestijnse staat. De verwachtingen waren hooggespannen, maar een jaar later is geen enkele vooruitgang geboekt.

„De Israëlische premier Olmert praat met de Palestijnse president Abbas over een definitieve oplossing en tegelijkertijd gaat Israël door met het annexeren van Palestijns land en het uitbreiden van nederzettingen.

„Israël wil vrede met de Palestijnen, terwijl het blijft streven naar uitbreiding van zijn grondgebied en vasthoudt aan veiligheidsinspecties in de Palestijnse gebieden. Maar je kunt geen vrede hebben en tegelijk deze uitgebreide definitie van Israëlisch gezag handhaven. De Palestijnen verkeren tegelijk in wanorde. Hamas zit in de Gazastrook en Fatah op de Westelijke Jordaanoever. De situatie is niet erg hoopvol. Op zijn laatste bezoek aan Saoedi-Arabië, vorige maand, herhaalde president Bush zijn belofte dat er voor het einde van zijn termijn een vredesakkoord zal zijn. We luisteren naar premier Olmert die dezelfde belofte doet. Maar we zien niets gebeuren op de grond.”

Het andere grote probleem in het Midden-Oosten is de kwestie van het omstreden nucleaire programma van Iran, het shi’itische buurland aan de overkant van de Golf. De Israëlische vicepremier Shaul Mofaz zei vorige week dat een Israëlische aanval op Iran „onvermijdelijk” leek, omdat Teheran weigerde zijn nucleaire plannen – volgens hem voor een atoombom – te staken. De Amerikaanse regering gaat niet zover, maar wil een aanval niet uitsluiten. Volgens sommige westerse analisten zouden de Arabische Golfstaten zo bevreesd zijn voor de toenemende invloed van Iran dat zij eveneens gewapende actie zouden voorstaan.

Prins Turki ziet Iran als tegelijk erg kwetsbaar, onder andere wegens zijn grote economische problemen, en bedreigend, wegens de geopolitieke en sektarische interventies buiten zijn grenzen. Maar een militaire aanval kan volgens hem niets oplossen. „De koning heeft herhaaldelijk verklaard dat we een constructieve bemoeienis moeten hebben, niet een destructieve militaire actie. Niet alleen ten aanzien van Iran, maar in het algemeen.”

De Saoedische positie is – overigens net als de Iraanse – dat de massavernietigingswapens uit de wereld moeten worden verwijderd. En dat iedereen onder het nucleaire Nonproliferatieverdrag moet vallen, niet alleen Iran, dat deelnemer is, maar ook Israël, dat het NPV niet heeft ondertekend. Prins Turki: „Naar mijn persoonlijke idee is de manier om om te gaan met Irans nucleaire ambities niet Teheran apart aan te pakken, maar de hele zaak collectief te benaderen. Vorig jaar riepen de Amerikaanse ex-senator Sam Nunn en ex-minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger in een artikel [in The Wall Street Journal, red.] op tot verwijdering van alle kernwapens: dat is de juiste aanpak.”

„Een van de dingen die ik als individu niet begrijp, is waarom Amerika zo gedreven is ten aanzien van Iran, terwijl het op hetzelfde moment onderhandelt met Noord-Korea en Pyongyang aanmoedigingsmaatregelen aanbiedt. Waarom richt Amerika zich exclusief op Iran en zegt het niets over Israël? Terwijl ex-president Carter een week of drie geleden zei dat Israël 130 kernwapens heeft en misschien meer. En het heeft niet alleen atoombommen, ook de middelen om ze af te werpen. Daaraan wordt niets gedaan. India en Pakistan hebben ook kernwapens. De Verenigde Staten onderhandelen met India, maar niet met Iran. Dat is met twee maten meten. Het verzwakt tegelijk de positie van Amerika en het Westen wanneer ze vragen om een speciale aanpak van Iran.”

Het Westen moet volgens prins Turki gaan onderhandelen met Iran. „Saoedi-Arabië praat rechtstreeks met Iran. In ons deel van de wereld praten we met alle partijen wanneer we denken dat dat belangrijk is. Als we iets van Iran willen, dan gaan we rechtstreeks naar hen toe en vertellen we het hun. Zonder aarzeling en zonder gêne. We drukken zelfs publiekelijk onze zorgen uit over Iraanse interventie in Arabische zaken. U heeft de verklaringen gezien. Wij hebben voordeel gehad uit directe gesprekken met Iran. En we denken dat Iran ook heeft geprofiteerd. Dus wij zien geen probleem in gesprekken met Iran.”

In het Midden-Oosten groeien de tegenstellingen tussen sunnieten, van wie Saoedi-Arabië een belangrijke woordvoerder is, en shi’ieten, aangevoerd door Iran. Het begon met de Iraanse islamitische revolutie (1979): „die onderstreepte de verschillen”, aldus prins Turki. Voor die tijd werd er erg weinig melding gemaakt van sektarische verschillen of conflicten. „Dat wil niet zeggen dat er geen problemen waren of dat de shi’ieten niet op sommige plaatsen werden onderdrukt. Ik denk dat we zonder meer sommige plaatsen kunnen aanwijzen, ook in Saoedi-Arabië, waar shi’ieten geen gelijke kansen genoten. Maar de mensen identificeerden zich zelf niet op deze sektarische manier.” De oorlog in Irak verergerde de sektarische problemen.

In het algemeen voelen de sunnieten zich aangevallen door de shi’ieten hoewel die maar 15 procent van alle moslims uitmaken. Waarom dan die angst? Prins Turki: „Hoe rechtvaardig je angst in enig sektarisch conflict? Er waren godsdienstoorlogen in Europa, in de 15de, 16de, 17de eeuw. De meerderheid van de landen was katholiek, en de protestanten vormden een kleine minderheid. Toch voelden de katholieken zich bedreigd door deze kleine en dynamische minderheid, die in een land genaamd Holland was opgestaan. Wanneer de emotie en existentiële vragen de overhand krijgen, doet het er niet meer toe hoe groot of klein de dreiging mogelijk is.”

Lees ook het commentaar op pagina 19