Internet Weblog van de dag

Cilinderhoed, ook opvouwbaar

Verouderde woorden. Ewoud Sanders schrijft op zijn weblog Woordhoek over verouderde woorden: ‘Wat is een mastel, waar bestel je een masteluin en op welk lichaamsdeel plaats je een gibus? Een mastel, zegt het Woordenboek der Nederlandsche Taal, is „een rond broodje of koekje (met eene middellijn van ongeveer 1 decimeter) van tarwebloem, soms met boter, kaneel, suiker, anijs enz. gebakken, en met een kuiltje in het midden”. [...] Een gibus is een opvouwbare cilinderhoed. De hoed dankt zijn naam aan de uitvinder, de Parijse hoedenmaker Antoine Gibus (eerste helft negentiende eeuw). Over deze Gibus is weinig meer bekend dan dat hij in 1812 patent verkreeg op een ingenieuze, inklapbare herenhoed. Deze hoed heette aanvankelijk chapeau Gibus; later werd dit verkort tot gibus. Naar het klikkende geluid dat je bij het inklappen hoorde, werd de hoed ook wel chapeau claque genoemd.

De hoed raakte internationaal geliefd bij operabezoekers omdat hij, ingeklapt, niet in de weg zat. De Engelsen noemden de gibus daarom wel opera hat. Ook bij ons stond de gibus tevens bekend als operahoed. Lodewijk van Deyssel vereeuwigde de gibus in 1887 in zijn roman Een liefde: „Meneer Ster kwam bij haar staan, om een praatje te maken; hij hield zijn gibus op zijn rug en klepte er meê heen en weêr.” ’ Lees verder over verouderde woorden op nrc.nl/woordhoek