Geen Wiedergutmachung van 1 miljoen

Prins Bernhard kreeg na de Tweede Wereldoorlog een miljoen mark compensatie van Duitsland (nrc.next, 9 juni).

Ja, voor een claim van vlak na de Eerste Wereldoorlog.

Onder het kopje ‘Benno was weer bezig’ wordt in nrc.next van 9 juni een oud nieuwtje opgewarmd van Gerard Aalders, senior onderzoeker aan het Nederlands Instituut voor Oorlogdocumentatie, dat prins Bernhard in 1963 1 miljoen mark van de Duitse regering heeft weten los te peuteren. Het verbaast me dat voor dit bericht niet een eerdere en meer betrouwbare bron is geraadpleegd: de biografie van voormalig minister van Buitenlandse Zaken Beyen, waarop in 2005 oud-redacteur van NRC Handelsblad Wim Weenink is gepromoveerd.

De claim van Bernhard bij de West-Duitse regering ging terug naar het einde van de Eerste Wereldoorlog. Bij de revolutie die toen in Duitsland was uitgebroken, werd niet alleen de keizer de laan uitgestuurd, maar verloren kleine vorstenhuizen hun privileges. Zo ook het vorstenhuis Lippe, waartoe Bernhard behoorde. De rechtszaken die de familie Lippe in 1936 en 1938 voerde om schadevergoeding voor de verloren privileges te krijgen, bevestigden de aanspraken. Omdat geen overeenstemming werd bereikt over de hoogte ervan, sleepte de zaak zich voort.

Na de Tweede Wereldoorlog blies prins Bernhard, die als hij meende een voordeel te kunnen behalen daar hardnekkig achteraan ging, de oude claim nieuw leven in. Hij eiste van de Duitse regering 1,4 miljoen mark „voor achterstallige betaling en de definitieve afkoop van de macht in het ‘land’ Lippe”, aldus Weenink. Bernhard was niet alleen geldbelust, hij wilde tegelijkertijd dat zijn claim niet aan de grote klok kwam te hangen.

Prins Bernhard vond uiteindelijk gehoor bij kanselier Konrad Adenauer. Deze was namelijk bereid aan de prinselijke claim tegemoet te komen zonder dat deze in de openbaarheid zou komen. De oplossing die uiteindelijk werd gevonden was dat prins Bernhard een bedrag van 1 miljoen mark werd aangeboden, met daarbij alle waarborgen van geheimhouding die hij had gewenst. De 1 miljoen werden ‘verstopt’ in de 280 miljoen mark die Duitsland op grond van het verdrag over de Generalbereinigung van 1960 aan Nederland zou betalen.

Maar, schrijft Weenink erbij, „niet in het kader daarvan”. Wat Aalders dus niet heeft weten te achterhalen, had Weenink eerder al boven water gebracht: de miljoen mark die prins Bernhard aan de Duitse staat heeft weten te ontfutselen, werd niet uitbetaald als Wiedergutmachung voor het leed van de Tweede Wereldoorlog, maar uit hoofde van een verlate claim die nog van de Eerste Wereldoorlog dateerde.

Dr. Lambert Giebels is historicus en auteur van onder andere het boek ‘De Greet Hofmans-affaire - Hoe de Nederlandse monarchie bijna ten gronde ging.’