Een zompig moeras van geknal en gejank

Acteur Joost Steltenpool spoelt herrezen uit de dood aan in de put waar ‘WeerSlechtWeer’ (‘The Waste Land’) zich afspeelt. Foto Koen Broos Broos, Koen

Theater Holland Festival: WeerSlechtWeer, door Toneelhuis en De Filmfabriek. Tekst: T.S. Eliot: The Waste Land. Vertaling: Paul Claes. Concept/regie: Peter Missotten. Gezien: 11/6 Theater Bellevue, Amsterdam. Daar t/m 14/6.

Het publiek moet rond een diepe put zitten, een put van lood met op de bodem een laagje water. Daarin drijft een man. Een andere man, ook in een nat pak, praat door een microfoon. Dan begint het te regenen. Dunne stralen eerst, plenzen water later. Deze voorstelling doet haar naam eer aan: het is WeerSlechtWeer.

Scenograaf Peter Missotten van de Vlaamse Filmfabriek maakt van T.S. Eliots gedicht The Waste Land een bar land bij ons in de buurt. Een zompig, somber land, waar door de nattigheid alles verrot en vermolmt. Ook daar waar de dichter het over droge rotslandschappen heeft, daalt bij Missotten de regen gestaag neder. De grote stad, Eliots andere metafoor van nare verlatenheid, verdwijnt hier in de waterdamp.

Missottens verbeelding van de onherbergzame, maar toch gevarieerde locaties in The Waste Land is, kortom, een beetje eenzijdig. Al valt er voor zijn keus wel wat te zeggen. Ook in het lange, uit 1922 daterende gedicht speelt water een rol. Het staat nu eens voor hoop, voor vruchtbaarheid en leven – en dan weer voor de dood. Met geluiden probeert Missotten dichter bij de sfeer van toen te komen, een morbide, door slachtingen bepaalde sfeer; de Eerste Wereldoorlog was nog maar net afgelopen toen Eliot aan zijn gedicht begon.

We horen geknal, geknetter en het gekras van kraaien. Of troosteloos hondengeblaf, verre kerkklokken en een lied over de elektrische stoel. En de regen natuurlijk, de regen. Griezelig belicht, door rode of grijze (onderwater-)spots.

Van het gedicht vangen we woorden op als ‘rattengang’, ‘gehangenen’ en ‘verdrinkingsdood’. Meer niet: zelfs in de nieuwe vertaling van Paul Claes blijft deze poëzie op een afstand.

Dat ligt niet alleen aan haar hoge moeilijkheidsgraad, aan haar hermetische aard. Het ligt ook aan de twee acteurs. Teun Luijkx en Joost Steltenpool doen hun werk met uitgestreken smoelen. Geen enkele emotie lees je af van hun gezichten of van hun door de regen geplaagde lijven. Met vlakke stem dragen zij de verzen voor, alsof het hun niet echt aangaat.

Je kunt die koelheid goedpraten door op de vervreemding te wijzen waar Eliot zo mee zat. Maar daar heeft de toeschouwer niks aan. Die wil meegesleept worden door fantasievol spel. Technische hoogstandjes, zoals de put, de soundtrack en de lichteffecten kunnen de mens niet vervangen.

Meer over het Holland Festival op nrc.nl/hollandfestival