Een oldtimer voor de doe-het-zelver

Geen wegenbelasting. Een autoverzekering van slechts 100 euro per jaar. En rijden in een klassieke Mercedes. Duizenden Nederlanders gaan ervoor.

Een oude Mercedes voor reparatie op de brug bij garage Klasse Klassiek. Foto Florèn van Olden Utrecht 9-6-2008 Bedrijf gespecialiseerd in het repareren en renoveren van oude Mercedes-en Monteurs links Kamil Dulik, rechts Ricky Muileman. Foto Floren van Olden Olden, Floren van

Het rijden in een klassieke Mercedes-Benz mag zich in een toenemende populariteit verheugen. Er bestaat een levendige handel in deze oldtimers, maar het is beslist geen wagen die uitsluitend door liefhebbers van klassieke modellen wordt aangeschaft, denkt Harrie Puite. Hij is de eigenaar van garage Klasse Klassiek, een in oude Mercedessen gespecialiseerd bedrijf in Utrecht.

Puite: „Oude Volvo’s zie je vaak in het weekend op de weg. En vooral als het mooi weer is. Het is echt een auto voor de liefhebber. Maar oude Mercedessen zie je dag en nacht op de weg. Ook Jan met de pet rijdt erin rond.”

De meest populaire klassieke Mercedessen zijn de wagens uit eind jaren zeventig, begin jaren tachtig met de typeaanduidingen 200, 230 en 240. Tussen 1976 en 1986 zijn er in Duitsland 2,6 miljoen van geproduceerd. Dit type Mercedes wordt vanuit heel Europa naar Nederland gehaald, omdat hier een auto na 25 jaar vrij van wegenbelasting is. Elders is dat pas na 30 of 35 jaar. „Zwitserland is al leeggehaald, wagens uit Duitsland en Italië blijven Nederland nog binnenkomen”, zegt Puite. Op het moment is hij bezig een grote partij Mercedessen uit Denemarken te halen. „Al was het maar voor de onderdelen, want die zijn natuurlijk altijd bruikbaar en daar is moeilijk aan te komen.”

Veel mensen schaffen een oude Mercedes aan omdat het in eerste instantie goedkoop lijkt, maar dat blijkt in de praktijk vaak erg tegen te vallen. Puite: „De kosten van onderhoud zijn al snel net zo hoog als de wegenbelasting die je uitspaart. Alleen een nieuwe uitlaat kost al gauw 600 euro.”

Ook Karel Schaapman, eigenaar van een Mercedes 300 diesel uit 1980 uit Zwitserland en Leon van Amerongen, eigenaar van een Mercedes 230 van 1977 uit Frankrijk, ervaren dat het onderhoud van een oldtimer een dure zaak is. Ze zijn beiden actief in de zogeheten ‘W123 Club’ van bezitters van klassieke Mercedessen. Schaapman: „De jaarlijkse kosten zijn net zo hoog als die van een nieuwe auto, soms zelfs meer. En dan doe ik bijna alles zelf. Alleen de afschrijving is natuurlijk laag.” Van Amerongen vult aan: „Maar een dergelijke auto rijd je niet omdat het goedkoop is, maar omdat je er aardigheid in hebt.” Ook hij doet bijna alle noodzakelijke reparaties zelf. „En dat geldt voor iedereen die ik ken.”

Het is natuurlijk belangrijk wanneer je zelf een beetje handig bent, zegt Puite. „Als ik heel eerlijk ben, dan moet je niet in een oldtimer gaan rijden wanneer je twee linkerhanden hebt. Als je voor elk wissewasje met je auto naar de garage moet, wordt het natuurlijk een erg dure hobby.”

Veel mensen verkijken zich op de vaak relatief lage aanschafprijs van een klassiek model, constateert Puite. „Wat wordt vergeten is dat veel geïmporteerde wagens achterstallig onderhoud hebben. Er is in gereden tot hij weg moest.”

Van Amerongen heeft zijn auto nu bijna een jaar en is al ruim 1.500 euro aan reparatiekosten kwijt. Vooral laswerk om verroeste delen te vervangen is duur, want daarvoor is een vakman nodig.

Het weer in goede conditie brengen van een Mercedes met een aanschafprijs van minder dan 5.000 euro kost de nieuwe eigenaar al snel 2.000 tot 3.000 euro aan reparatiekosten, schat Puite. Bovenop de kosten van onderhoud en reparaties komt nog eens het hoge brandstofverbruik. De diesel van Schaapman rijdt 1 op 11. „Ik denk erover de motor om te bouwen voor plantaardige olie.” De auto van Van Amerongen rijdt nu 1 op 6. Hij is ook bezorgd over de carburateur. „Die functioneert niet helemaal lekker.”