Chinese inflatie daalt, voor even

Terwijl voedingsmiddelen in China in mei 19,9 procent duurder werden, daalde de inflatie licht, dankzij de subsidie op brandstoffen en lagere winstmarges bij bedrijven.

Voor het eerst in ruim een half jaar is de inflatie in China gedaald. In mei steeg de consumentenprijsindex met 7,7 procent, terwijl in voorgaande maanden de inflatie steeg met meer dan 8 procent. Maar Chinese analisten en mediacommentatoren waarschuwen dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de inflatie weer gaat stijgen als gevolg van de voortdurend stijgende prijzen van vooral olie en olieproducten, zoals diesel.

De Chinese overheid heeft de diesel- en benzineprijzen aan de pomp voor het laatst in november 2007 verhoogd met 11 procent. Sindsdien mogen de grote olie-importeurs en raffinaderijen de gestegen wereldprijzen niet doorberekenen aan de pomp.

Dat beleid, aangevuld met een verbod op onredelijke prijsstijgingen op markten en in de winkels, heeft volgens het Chinese bureau voor de statistiek een stabiliserend effect opgeleverd. Maar volgens Zuo Xiaoxie, chef-econoom van vermogensbeheerder Huafa in Shanghai, geven de cijfers geen goed beeld, omdat de situatie door de bemoeienis van de overheid „abnormaal” is.

De Chinese autoriteiten verbieden niet alleen prijsverhogingen van diesel en benzine, maar steunen ook de landbouwsector. Graan- en varkensboeren zijn vrijgesteld van belastingbetaling en worden gesubsidieerd omdat de autoriteiten door middel van vergroting van het aanbod de prijzen voor de consumenten willen stabiliseren.

„Er komt een moment dat deze noodmaatregelen niet langer houdbaar zijn en consumenten en bedrijven de energierekening gepresenteerd krijgen”, aldus Zuo. Dat denken ook Chinese investeerders, want de beurs van Shanghai zakte gisteren voor het eerst door de grens van 3.000 punten heen. In oktober 2007 stond de beurs op ruim 6.000 punten. Hierbij is meer dan 2.000 miljard euro aan beurswaarde verdampt.

In China werden levensmiddelen in mei 19,9 procent duurder. Chinese consumenten zagen de prijs van varkensvlees weliswaar opnieuw stijgen, maar aanzienlijk minder fors dan in de afgelopen maanden en bovendien werd vooral groente goedkoper. De prijzen van andere producten stegen slechts 1,7 procent, ook doordat Chinese bedrijven genoegen lijken te nemen met steeds lagere marges. De producentenprijsindex steeg in mei met 8,2 procent, mede als gevolg van de gestegen olieprijzen in China zelf. De Chinese olie-industrie produceert jaarlijks 1,3 miljard vaten.

De grote Chinese oliemaatschappijen hebben intussen gevraagd om een twee jaar oude winstbelasting van 20 tot 40 procent op Chinese olie af te schaffen. De Chinese maatschappijen mogen de importprijzen niet doorberekenen aan de pomp en lijden daardoor grote verliezen, die gedeeltelijk door de Chinese staat worden gecompenseerd. Maar de bestuurders van de oliemaatschappijen zeggen dat er meer gedaan moet worden om de kosten van de olie-importen te dekken.

Het verzoek is ingegeven door het feit dat de oliemaatschappijen in mei 25 procent meer olie hebben ingevoerd dan een jaar geleden. Leek in april van dit jaar alsof de Chinese olie-import daalde, een maand later is een nieuw record gebroken. Mede door de gestegen vraag in China stijgen de olieprijzen op de wereldmarkt onophoudelijk.

De importstijging in mei was volgens de Chinese overheid wenselijk om verzekerd te zijn van voldoende diesel en benzine in de aanloop naar en tijdens de Olympische Spelen. De Chinese leiders hebben ook beloofd dat het probleem van de lange rijen wachtenden bij de benzinepompen zal worden opgelost. Als gevolg van distributieproblemen, de economische groei en het snel stijgende autobezit kunnen de pompen de vraag naar benzine en diesel niet aan en vormen zich in steden en op het platteland dagelijks lange rijen wachtenden.