Bush stuit op grenzen leiderschap

Nieuwsanalyse

De reis van president Bush door Europa illustreert het herstel van de Amerikaans-Europese betrekkingen. Maar stagnatie dreigt.

De Amerikaanse president die in Europa aanvankelijk gold als een typische Texaanse cowboy, werd deze week aan het begin van zijn Europese afscheidstournee in Slovenië onthaald op een show van Lipizzaner paarden. De tijd van diplomatieke rodeo’s in de betrekkingen tussen Amerika en Europa is al weer een paar jaar voorbij – en het bezoek van president Bush aan de elegante witte hengsten onderstreepte dat nog eens. Netjes gelijk oplopen heeft zo zijn charmes.

Het herstel van de Amerikaans-Europese betrekkingen had aan het begin van de tweede ambtstermijn van Bush hoge prioriteit – aan beide kanten van de oceaan. De verdeeldheid die de Amerikaanse ‘War on Terror’ en de invasie van Irak hadden veroorzaakt moest overwonnen worden. En dat is gelukt.

Niet alleen is de kou uit de lucht in de diplomatieke en politieke contacten. In de praktijk vindt een intensieve en grootschalige samenwerking politieke en militaire plaats, van de Balkan tot Afghanistan. Dat gaat niet zonder problemen, soms grote problemen. Maar die worden niet meer op de spits gedreven zoals tijdens de eerste termijn van Bush.

Daarbij speelt een rol dat in Frankrijk en Duitsland, die in 2003 het verzet tegen de Irak-oorlog aanvoerden, nieuwe leiders zijn aangetreden. Frankrijk wil bovendien weer volwaardig lid worden van de NAVO. En belangrijker nog is dat de regering-Bush meer oog heeft gekregen voor het nut van een goede relatie met de Europeanen.

Maar tegen de achtergrond van die verbeterde betrekkingen is ook pijnlijk duidelijk geworden dat er grenzen zijn aan wat haalbaar is binnen de Atlantische familie. En even duidelijk is dat de leiderschapsrol die Washington daarin vanouds speelt, de afgelopen jaren ernstig is aangetast.

Het pijnlijkst bleek dat in april op de NAVO-top in Boekarest. President Bush had hoog ingezet, door er van te voren op te hameren hoe belangrijk het was dat Georgië en Oekraïne duidelijk uitzicht zouden krijgen op het lidmaatschap van de NAVO. Hij kreeg het er bij zijn bondgenoten niet doorheen.

De twee voormalige Sovjet-landen mogen ooit wel lid worden, was de uitkomst, maar volkomen onduidelijk bleef wanneer. Niet Amerika, maar Duitsland had deze keer het laatste woord.

De hele wereld was zo getuige van wat James Rubin, oud-onderminister van Buitenlandse Zaken, in het juli-augustusnummer van Foreign Affairs „het eind van George W. Bush’ leiderschap van het trans-Atlantisch bondgenootschap” noemt.

Ook al zit Bush nog tot 20 januari volgend jaar in het Witte Huis, hij is de gaande man en wordt alom gezien als „vleugellam”. In Duitsland kwamen zelfs de demonstranten die hem daar altijd verwelkomen met kleurrijke betogingen, gisteren niet meer op de been voor hun favoriete kop van jut. „Zelfs in de rol van vijand is hij niet meer populair”, schreef een krant.

Dat Bush deze week zélf herhaaldelijk zinspeelde op het naderende einde van zijn presidentschap, bevestigde dat van hem niet veel leiderschap meer verwacht kan worden. En zo dreigt de rust in de trans-Atlantische betrekkingen, waar zo naar uitgekeken is, tot stagnatie te worden.

Daarom hebben Europese politici hun hoop gevestigd op de opvolger van Bush, in de verwachting dat die de samenwerking met Europa een nieuwe impuls kan geven. Maar wie straks ook de nieuwe man wordt, McCain of Obama, twee grote problemen zullen de verhoudingen voorlopig blijven belasten.

Ten eerste geven peilingen aan dat de publieke opinie in Europa niet alleen negatief staat tegenover Bush en zijn beleid, maar in het algemeen een sterk afnemend vertrouwen heeft in Amerikaans leiderschap en in de NAVO. Uitgerekend in Duitsland, een cruciale bondgenoot, tekent zich die ontwikkeling sterk af.

Dat vergt meer reparatiewerk dan de aanstelling van een nieuwe president. Te meer omdat het hier niet alleen gaat om de in veel Europese landen gebruikelijke afkeer van een conservatieve Republikeinse president, en evenmin om louter anti-Amerikanisme. Ook Europeanen die de VS altijd een goed hart toedragen of er zich zelfs aan spiegelen, zien dat Europa en Amerika de afgelopen jaren op belangrijke terreinen – van bestrijding van het broeikaseffect tot respect voor internationaal recht – uit elkaar zijn gegroeid.

Het andere obstakel voor een vernieuwde, sterkere Amerikaans-Europese samenwerking ligt volledig aan deze kant van de oceaan. Nog altijd kunnen de Europese landen niet met één stem spreken. Daarvoor lopen hun nationale belangen en sentimenten al te vaak uiteen.

Bijvoorbeeld in de relatie met Moskou blijkt dat keer op keer. Terwijl het voor Duitsland vooral van belang is de verhouding met de grote energieleverancier Rusland niet te verstoren, staat voor landen als Polen het verzekeren van de strategische veiligheid voorop, desnoods ten koste van het humeur van de leiders in het Kremlin.

Zo is uitbreiding van de NAVO in oostelijke richting niet alleen een twistappel tussen de NAVO en Rusland. Ook binnen de NAVO, en zelfs binnen het Europese deel van de alliantie, heerst er verdeeldheid over. Europese eenstemmigheid is niet alleen meer een Europese wens, maar ook een Amerikaanse.