Brown boekt eindelijk een zege

De Britse regering loodste gisteren haar voorstel door het Lagerhuis om terreur-verdachten tot 42 dagen te mogen vasthouden zonder aanklacht. Maar het Hoger-huis slijpt zijn messen.

De Britse premier Gordon Brown, de afgelopen maanden niet verwend met overwinningen, boekte gisteren een belangrijke zege in het Lagerhuis op het gevoelige terrein van de antiterreurwetgeving.

Na een volgens velen bedenkelijke koehandel wist de regering een meerderheid van negen stemmen te winnen voor haar voorstel om de termijn waarin verdachten van terreur zonder aanklacht kunnen worden vastgehouden te verlengen tot 42 dagen.

De anders zo stugge premier vierde de afloop alsof zijn leven er van had afgehangen. Stralend omhelsde hij minister van Binnenlandse Zaken, Jacqui Smith, die veel steun voor het omstreden voorstel had helpen vergaren.

De kwestie van de termijn zonder aanklacht verhit de gemoederen al jaren. In 2005 probeerde Browns voorganger Tony Blair, een reeks zelfmoordaanslagen in Londen nog vers in het geheugen, al eens de termijn op te rekken tot negentig dagen. Het Lagerhuis maakte korte metten met die poging en accepteerde uiteindelijk een verlenging van 14 dagen naar 28 dagen, de termijn die nu geldt.

Dat is toch al veel meer dan in andere Westerse landen. In de VS en in Duitsland heeft justitie twee dagen om een klacht te formuleren, in Frankrijk zes. Australië gunt politie en justitie 12 dagen.

De fundamentele vraag in dit debat is in hoeverre de staat ten behoeve van de veiligheid van de burgers inbreuk mag maken op de fundamentele rechten van diezelfde burgers. Veel liberaal ingestelde Britten, ook in Browns Labour-partij, schermen in dit verband met de befaamde Magna Carta uit 1215. Daarin is al vastgelegd dat burgers niet zomaar door de overheid kunnen worden opgepakt.

Brown en de regering betogen echter dat de politie vandaag de dag in bepaalde gevallen meer tijd nodig heeft om voldoende materiaal te achterhalen tegen verdachten van terrorisme. Vooral het doorlichten van computerbestanden in binnen- en buitenland kan tijdrovend zijn. Een prettige bijkomstigheid voor Brown, wiens populariteit ongekend laag is, is dat volgens peilingen een ruime meerderheid zijn aanpak steunt.

De Conservatieven en de Liberaal-Democraten, gesteund door enige tientallen Labour-dissidenten, zijn er echter fel tegen. Ze wijzen erop dat de autoriteiten de afgelopen jaren volgens officiële cijfers slechts zes keer de maximale termijn van 28 dagen hebben nodig gehad om een kansrijke aanklacht te formuleren. Ook schermen ze met het (uitgelekte) feit dat de binnenlandse inlichtingendienst MI5 niet om 42 dagen zit te springen. Bovendien lieten de vroegere minister van Justitie, Lord Falconer, en Blairs hoogste juridische adviseur, Lord Goldsmith, weten er niets in te zien.

Lange tijd zag het er naar uit dat Brown wederom afstevende op een nederlaag. Koortsachtig bewerkten hij en zijn bondgenoten de afgelopen weken de eigen achterban en andere mogelijke medestanders. Tegen een prijs, in sommige gevallen. Labour-Lagerhuislid Diane Abbott beschuldigde de regering ervan „oeroude burgerrechten te verhandelen in een smoezelige bazaar”.

De doorslag gaf uiteindelijk de steun van de negen Lagerhuisleden van de Democratische Unionistische Partij (DUP) van de Noord-Ierse dominee Ian Paisley. Volgens hardnekkige geruchten hadden zij bedongen dat Noord-Ierland 200 miljoen pond aan inkomsten niet hoeft af te dragen aan de Britse schatkist. De regering en de DUP ontkenden dit. Ook individuele Lagerhuisleden zouden hun stem voor gunsten in hun district hebben ‘verkocht’.

Veel commentatoren noemen Browns winst een pyrrusoverwinning. Het voorstel gaat nu naar het Hogerhuis, waar Labour geen meerderheid heeft. Veel leden van het House of Lords, dat de laatste jaren vaker in de bres is gesprongen voor de burgerrechten, hebben al laten weten dat ze gehakt willen maken van het voorstel. Zo ligt er nog een lange, en voor Brown mogelijk schadelijke kaatswedstrijd tussen beide huizen van het parlement in het verschiet.