‘Aan verzoening moeten we elke dag werken’

De Canadese regering bood gisteren haar ‘oprechte verontschuldigingen’ aan voor de kostscholen voor indianenkinderen. ‘Het was erg emotioneel.’

Phil Fontaine, opperhoofd van de Assembly of First Nations, mocht gisteren een unieke toespraak houden in het Lagerhuis, waar normaal alleen leden het woord voeren. „Dit is een nieuw begin.” Foto Reuters Canada's Prime Minister Stephen Harper (bottom L) and other MP's listen as National Chief of the Assembly of First Nations Phil Fontaine (R) speaks in the House of Commons on Parliament Hill in Ottawa June 11, 2008. Canada, seeking to close one of the darkest chapters in its history, formally apologized on Wednesday for forcing 150,000 aboriginal children into grim residential schools, where many say they were abused. REUTERS/Chris Wattie (CANADA) REUTERS

Glimlachend komt Steven Pash, een indiaan van de Cree-bevolking uit noordelijk Canada, van de trappen van het Canadese parlementsgebouw in Ottawa. Hij heeft de verontschuldigingen door de Canadese regering voor het voormalige beleid van indiaanse kostscholen aangehoord vanaf de publieke tribune in het Lagerhuis. Hij voelt zich enorm opgelucht, zegt hij.

„Het was erg emotioneel”, aldus Pash, een vijftiger in een losjes zittend pak en een zonnebril met spiegelende glazen. „De bereidheid van de regering om te erkennen wat wij hebben doorgemaakt, heeft een zware last van onze schouders gehaald. Eindelijk realiseert de Canadese bevolking zich dat het verkeerd was om de indianenbevolking te dwingen om op te gaan in de blanke maatschappij.”

Als zesjarig kind werd Pash weggehaald bij zijn ouders in noordelijk Québec en ondergebracht op een kostschool voor indianenkinderen, eerst in Québec, later in Ontario. Doel van de kostscholen, waarvan er tussen circa 1850 en 1970 ongeveer 130 waren in het hele land, was om indianenkinderen te assimileren in de blanke maatschappij. Zo’n 150.000 kinderen bezochten de scholen. Pash werd met een vliegtuigje opgehaald; zijn ouders, die leefden van het land, konden er niets aan doen.

„Ze ontnamen me mijn familiebanden en mijn cultuur”, vertelt Pash. „Op school mochten we geen Cree meer spreken, ze zeiden: ‘dat is een verkeerde manier van leven’. En als je niet deed wat de superieuren zeiden, dan werd je hard bestraft. Wanneer je zes jaar oud bent, dan doe je wat je gezegd wordt. Ik dacht dat het normaal was, dat ik dit moest doormaken om een mens te worden.”

Maar het was allerminst normaal, zo is sindsdien erkend door Canadese overheid en kerken, die de scholen veelal bestuurden. Tien jaar geleden werd al een ‘spijtbetuiging’ uitgesproken. Die werd als ontoereikend ervaren. Gisteren volgden volwaardige verontschuldigingen bij een grootscheepse ceremonie in het Lagerhuis – excuses voor de beroving van cultuur en identiteit van de leerlingen, voor het verbreken van gezinsbanden, voor lichamelijk, psychologisch en seksueel misbruik, voor verwaarlozing en voor de dood van een onbekend aantal indianenkinderen, en voor het hele doel van het beleid.

Dat doel was „racistisch”, zei een parlementariër. Een hoogwaardigheidsbekleder van Indiaanse Zaken zei het in 1920 zo: „We zetten dit voort, totdat er geen enkele indiaan meer is in Canada die niet is geabsorbeerd in het politieke systeem.” Harper verklaarde gisteren dat „er nooit opnieuw plaats zal zijn in Canada voor de opvattingen die aan het stelsel van indiaanse kostscholen ten grondslag lagen.”

De historische verontschuldigingen volgen op excuses in februari door de regering van Australië aan Aboriginals voor kostscholen in dat land (naar schatting 100.000 kinderen werden naar die instituten gestuurd). In Canada is aan de excuses ook een schadevergoedingsregeling verbonden: in totaal is bijna 3 miljard dollar uitgetrokken voor schadevergoedingen aan alle oud-leerlingen die nog in leven zijn. Pash heeft 40.000 dollar ontvangen, zegt hij. Ook is er een Waarheid- en Verzoeningscommissie ingesteld, die de komende jaren ervaringen van oud-leerlingen zal optekenen.

Ervaringen als die van Ray Mason van de Peguis First Nation in de provincie Manitoba. Hij zat twaalf jaar lang op drie verschillende kostscholen, zegt hij bij het parlement. „Ze deden al het mogelijke om je ervan te weerhouden jezelf te zijn”, herinnert hij zich. „Als ik mijn eigen taal sprak, dan trokken ze voor straf aan mijn tong met een pincet. Ik probeerde de roodheid van mijn huid te krabben, want ik wilde geen Indiaan zijn. Die manier van denken werd me aangeleerd.”

Mason is gematigd positief over de excuses, die ook hij aanhoorde vanaf de publieke tribune. „Het was het beste wat we konden verwachten.’’

Toch is er ook kritiek. Margaret Sutherland, een indiaanse van de Cree-bevolking in noordelijk Ontario, hoopt dat Harper daden bij zijn woorden zal voegen om het leven van indianen in Canada, die in reservaten veelal in armoedige omstandigheden leven, te verbeteren. Ze wijst erop dat de premier een miljardenakkoord over investeringen in onderwijs en gezondheidszorg voor indianen, bereikt onder zijn voorganger, heeft verworpen.

Sutherland zat tot 1966 op een kostschool in Fort Albany. Ze draagt de ervaring altijd bij zich. „We zagen onze ouders nooit. Het is moeilijk om volwassen te worden en zelf kinderen groot te brengen als je van je ouders gescheiden bent. Daarom werken de kostscholen ook door op de jongeren van nu. Ze zijn niet verbonden met onze cultuur, velen kampen met verslaving en alcoholisme.”

Desondanks heeft Sutherland vertrouwen in de toekomst. „Ik geloof dat onze mensen weer sterk kunnen worden, dat we onze eigen talen en tradities kunnen handhaven”, besluit ze. De excuses kunnen volgens haar helpen bij dat herstel, maar zijn op zichzelf niet genoeg. „Het is één ding om het in woorden te zeggen, maar verzoening is ook iets waar we elke dag aan moeten werken.”

Videobeelden van de ceremonie in het parlement via: nrc.nl/buitenland