WRR: markt is risico voor de infrastructuur

Te ver doorgevoerde marktwerking brengt de infrastructuur voor wegen, drinkwater en energie op lange termijn in gevaar. Om het publieke belang te beschermen, moet het toezicht worden verscherpt.

Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een advies dat vanmiddag zou worden gepresenteerd. De Nederlandse overheid zal volgens de raad een fundamenteel andere rol moeten spelen bij het bewaken van de infrastructuur.

Zo moet er beter toezicht komen, en wet- en regelgeving om het publieke belang te beschermen tegen de risico’s van marktwerking. Met die aanbevelingen past het advies in een reeks kritische kanttekeningen bij de gevolgen van marktwerking.

Volgens de WRR heeft marktwerking op het spoor, in de telecom, de riolering, afvalverwerking en energiesector op korte termijn wel gezorgd voor een grotere efficiëntie en keuzevrijheid voor de consument. Maar er bestaat een „reëel risico” dat de duurzaamheid, langdurige toegankelijkheid en beschikbaarheid van die infrastructuren in het gedrang komen. De WRR pleit daarom voor de introductie van toezicht op investeringen en meer coördinatie van toezichthouders.

Tegelijkertijd distantieert de raad zich nadrukkelijk van anti-marktdenken. Een (re)nationalisatie van bedrijven is geen oplossing. „Daartegen pleiten de risico’s van politiek opportunisme, verkokering en een te gering innoverend vermogen.” Hiermee keert de WRR zich impliciet tegen het streven van het kabinet om de energiebedrijven te splitsen en de netwerken onder de hoede van de nationale overheid te brengen.

De raad meent dat bij de Nederlandse infrastructuur op korte termijn nog voldoende toezicht is op prijs en kwaliteit van producten maar regels voor investeringen op lange termijn ontbreken. Als voorbeeld noemt de raad de drinkwatersector, die niet is geliberaliseerd maar waar bedrijven wel commerciëler zijn gaan opereren en eisen stellen aan het rendement. Omdat er geen verplichting bestaat de winsten te herinvesteren in het leidingnetwerk, is hier „speciale aandacht geboden”.

Ook is het toezicht volgens de WRR versnipperd. Zo ontbreekt volgens de raad voldoende financiële kennis bij de Energiekamer, Vervoerskamer of Nederlandse Mededingingsautoriteit, terwijl zulke toezichthouders wel geconfronteerd worden met de opkomst van moderne investeerders.

WRR-advies: pagina 15