Westers avontuur bevalt China slecht

Het uitstapje naar het Westen is China zwaar gevallen. De investeringen die het land heeft gedaan in financiële instellingen als Morgan Stanley, Barclays en Blackstone zijn allemaal verlieslijdend. Geen wonder dat de Chinezen dit jaar niet met vers kapitaal op de proppen zijn gekomen voor strompelende banken in de Verenigde Staten en Europa. Het Chinese Citic wist slechts ternauwernood te ontsnappen aan een knauw van 1 miljard dollar, toen zijn overeenkomst met Bear Stearns werd ingehaald door de overname van die zakenbank door JP Morgan.

Intussen hebben Amerikaanse en Europese financiële instellingen wél de hoofdprijs gewonnen in de loterij van Shanghai. Tien grote investeringen in Chinese banken, tussen 2003 en 2006, hebben in totaal ongeveer 13 miljard dollar gekost. Die belangen zijn nu 60 miljard dollar waard – en dat is al na een scherpe marktcorrectie. Zo heeft zakenbank Goldman Sachs een investering van 2,6 miljard dollar in ICBC in nog geen twee jaar tijd zien uitgroeien tot 13,3 miljard dollar. En de investering van 2,5 miljard dollar van HSBC in Bank of Communication, de op vier na grootste kredietverlener van China, heeft een nominale winst opgeleverd van 9,5 miljard dollar.

De beloning voor de investeringen in westerse branchegenoten had een lesje in ordentelijk ondernemingsbestuur, adequate interne controles en verantwoord risicobeheer moeten zijn. Maar wat Bank of China bijvoorbeeld had kunnen leren van zijn partners Royal Bank of Scotland, UBS en Merrill Lynch is niet geheel duidelijk, gezien de puinhoop die deze banken er zelf van gemaakt hebben.

Het is geen verrassing dat China op dit moment even geen nieuwe Westerse investeringen wil toestaan. Zeker, Bank of America en het Spaanse BBVA breiden hun Chinese belangen uit, maar dat zijn opties die nog uit eerdere overeenkomsten stammen. Morgan Stanley lijkt daarentegen op een blokkade te zijn gestuit bij zijn pogingen om de ene relatie in China te kunnen beëindigen teneinde een andere te kunnen starten. Henry Paulson, de Amerikaanse minister van Financiën, lijkt zich eveneens zorgen te maken. Hij is opnieuw campagne aan het voeren om China ertoe te bewegen zijn financiële markten verder open te stellen.

Toch zal dat waarschijnlijk niet gebeuren voordat de Westerse banken schoon schip hebben gemaakt. Hoewel de teleurstelling van China begrijpelijk is, heeft het land nog steeds veel te winnen bij het aangaan van relaties met buitenlandse partners. China heeft nog steeds behoefte aan grote instroom van financiële diensten om te helpen de effecten van de inflatie en de hogere wisselkoers van zijn munt te compenseren.

Als langetermijnbelegger zou het de Westerse prijzen laag kunnen vinden. Amerikaanse en Europese banken hebben nog veel meer nieuw kapitaal nodig, en er zijn niet meer zo veel plekken waar dat verkrijgbaar is. Intussen zullen de winsten op hun belangen in Chinese banken hen gedeeltelijk compenseren voor hun struikelpartijen elders.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com