‘Wacht, nee, jij hebt 1 nodig, seizoen 1!’

Kan het gezeur of ‘Sex and the City’ verantwoord feministisch vertier is, een keer ophouden? Dat vraagt een groot liefhebster van de serie over vier singles in New York zich af.

De tuttige Charlotte (Kristin Davis), de neurotische Carrie (Sarah Jessica Parker), de zakelijke Miranda ( Cynthia Nixon ) en de libidineuze Samantha (Kim Cattrall) in ‘Sex and the City: The Movie’ (L to R) Actresses Kristen Davis, Sarah Jessica-Parker, Cynthia Nixon and Kim Cattrall are shown in this undated publicity photo released to Reuters April 23, 2008 in a scene from New Line Cinema's upcoming release of "Sex and the City: The Movie". With the summer movie season set to begin with next week's release of comic book movie "Iron Man," Hollywood is holding its breath, hoping for a big start to the lucrative moviegoing period. REUTERS/Craig Blankenhorn/New Line Cinema/Handout (UNITED STATES). NO SALES. NO ARCHIVES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. REUTERS

„Alstublieft mevrouw: alle seizoenen Sex & The City. Dat is dan honderdtien euro.” De verkoper in een sombere Free Record Shop op het station zei het nogal hard. De vijf andere klanten in het zaakje (allen man) keken half angstig, half meewarig mijn kant op. Even woog de glimmende kartonnen doos zwaar aan mijn stuur en voelde ik me beroerd als na een geheide miskoop; een paar tv-avondjes verder was ik al stiekem blij, en nu, na 94 afleveringen plus talloze reprises, verkondig ik aan elke vriendin die het horen wil: koop die doos! Of: leen seizoen 3 van me! Of wacht, nee, jij hebt 1 nodig, seizoen 1!

Op het moment van de aanschaf was mijn eigen leven nogal loos, vond ik zelf. Single. 30-plus. Geen kinderen. Huurwoning. Wat ik nodig had, en wat die doos me drie jaar later nog steeds geeft, is troost en herkenning, maar dan met pit, en hier en daar een vermanend woord. Een richtlijn in de chaos, of liever: meerdere richtlijnen, want ik ben zelf vaak verbaasd over welke lijn ik blijk te volgen. Ik heb niets aan Bridget Jones die maar blijft stuntelen, niets aan Jane Austen-heldinnen die nog net op tijd in een paar sterke mannenarmen vallen, niets aan Grace (van Will) die zich vastklampt aan haar homovriend. Ik wil van moderne, goedgebekte vrouwen horen wat er in het leven allemaal te koop is.

Carrie, Miranda, Charlotte en Samantha zijn geen van allen dom. Ze zijn beperkt, zeker, en ze jagen dingen na waar ze eigenlijk boven zouden moeten staan: de mooiste schoen, het perfecte huwelijk, de meeste seks. Allemaal onzin. Maar de grap is: ze wéten dat het onzin is. Daar zorgt hun onderlinge vriendschap voor. De vier zijn zo verschillend dat hun doorlopende groepsgesprek hun sores niet vergroot, maar relativeert. Ze zijn elkaars geweten, elkaars spiegels, en ze gunnen elkaar het allerbeste.

Vrouwen lezen en kijken anders dan mannen, naar het schijnt: herkenning en identificatie met hoofdpersonen vinden wij belangrijker dan intriges of plots. Wat mijn eigen SATC-gedrag betreft klopt die theorie in elk geval. In eenzame of neurotische buien voel ik mij Carrie (Sarah Jessica Parker); op sarcastische dagen ‘ben’ ik Miranda (Cynthia Nixon). Samantha (Kim Cattrall) – ik lijk niet op haar, maar ik geniet van haar uitbundigheid en levenslust. Van Charlotte (Kristin Davis) word ik rustig: haar huwelijksdrang en rigide opvattingen over hoe het hoort staan zo ver van me af dat ik in elk geval weer even weet waar ik mijn energie níet aan hoef te besteden.

Meer is in dit geval beter en dus toog ik zondag met een hartsvriendin naar Antwerpen om drie dagen voor de Nederlandse voorpremière, door Pathé verpakt in de tuttige ‘Ladies Night’-formule, alvast gezamenlijk te zwelgen in het voor de bioscoop gemaakte SATC-vervolg van 144 minuten.

Ik was ruimschoots gewaarschuwd over het tegenvallende niveau van de film. Drie zure BBC-recensenten had ik op tv gehakt horen maken van het rammelende script, het schaamteloze materialisme, de zichtbare ‘product placement’, het racisme (Carrie huurt een zwarte assistente in, inderdaad een nogal genante poging om wat kleur in het verhaal te brengen). Maar een van die critici, een man nota bene, meldde ook op verontwaardigde toon dat hij had gehuild – gehuild, terwijl hij wist naar wat voor troep hij zat te kijken! Ha, dacht ik. Meer hoef ik niet te weten.

Na de film gaan mijn vriendin en ik uit eten, maar we zijn al verzadigd. We hebben niets nieuws geleerd. We wisten al dat vergeving belangrijk is en dat er geen recept voor geluk bestaat. Maar allebei hadden we ook een paar momenten van ongemakkelijke herkenning. Mijn vriendin: in je eentje Oud en Nieuw vieren omdat je, net als Miranda, je kind die dag volgens afspraak aan je ex hebt afgestaan. Ik: zo verdrinken in liefdesverdriet en zelfbeklag dat je tijdelijk als zwarte weduwe door het leven gaat. Carrie’s lijden beviel mij sowieso beter dan haar geluk: als het haar goed gaat, zet ze het op een kleuterachtig kirren en verliest ze elke scherpte. Gelukkig voelt ze zich het grootste deel van de film miserabel. Samantha heeft, vinden we, in de film de grappigste rol: ze baadt in weelde in Los Angeles, maar verveelt zich kapot.

Is dit nou feministisch verantwoord vertier, vragen serieuze critici zich al sinds het begin van de serie af. Alsjeblieft zeg. Wat doet het ertoe? Alsof de ‘vrouw aan de top’ waar officiële feministen nu over orakelen geen sprookje is. Een feministe is, in mijn ogen, iemand die het beste met vrouwen voor heeft, en die zich noch in haar privéleven, noch in het publieke leven weg laat cijferen. Dat is best een klus. Mag die vrouw dan misschien af en toe onderuitzakken en zich laven aan een paar goed aangeklede, geestige lotgenotes?

    • Sandra Heerma van Voss