Vignet ‘Europa’ trekt studenten

Onderwijsinstellingen kiezen er steeds vaker voor om een opleiding het predicaat ‘Europa’ mee te geven.

Is dat terecht of speelt een marketingaspect mee?

Dit Keltische landschap wordt tijdens de studie Europese Archeologie bestudeerd. Foto Roger Mapp Hill of Tara (Newscom TagID: rgpphotos003089) [Photo via Newscom] Mapp, Roger;Rough Guides

Aan de Hanzehogeschool in Groningen kunnen studenten afstuderen in Europese bouwkunde, aan de Universiteit Maastricht in European Studies en de Universiteit van Amsterdam heeft Europese Archeologie in de aanbieding. ‘Europese’ opleidingen zijn er tegenwoordig te kust en te keur.

Dat er Europese juristen nodig zijn volgt logisch uit de hoeveelheid wetgeving die de Europese Unie produceert, net zoals de toename van de invloed van de EU om Europadeskundigen vraagt. Maar wat is een Europees bouwkundige? Wat kan een student met een ‘European Media master’s’ op zak, dat een ‘Media master’ niet kan? Is het terecht dat steeds meer opleidingen het predicaat ‘Europa’ aan een opleiding toekennen, of is het een marketingtruc?

Volgens de koepelorganisatie van het Hoger Beroepsonderwijs, de HBO-raad, is het logisch dat er steeds meer Europese opleidingen ontstaan. „De arbeidsmarkt vraagt om internationalisering van het onderwijs. Neem de internationale bouwmarkt, waarin bouwopdrachten Europees worden aanbesteed. Die markt vraagt om Europees geschoolde bouwkundigen”, zegt een woordvoerder.

Bastiaan Verweij vraagt zich daarentegen af of het predicaat Europa wel altijd terecht is. Volgens de voorzitter van de Nederlandse studentenvakbond ISO „lopen sommige instellingen met Europa te koop”. Het is volgens hem goed dat er aandacht is voor Europa, maar het curriculum van de opleiding moet de keuze voor de naam rechtvaardigen. „Zo’n Europese opleidingsnaam belooft veel, maar studenten worden misleid als Europese thema’s slechts voor een paar studiepunten staan.” Verweij is er bijvoorbeeld niet van overtuigd dat een opleiding als bouwkunde zich met Europese thema’s laat verenigen.

Die opvatting deelt Jo Ritzen, oud- minister van Onderwijs en huidig bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht. Hij is voorvechter van de internationalisering van het Nederlandse onderwijs, maar denkt dat het Europese karakter bij het oprichten van Europese opleidingen niet altijd wordt afgewogen. Cruciale vragen worden volgens hem vaak niet gesteld: Wat voegt het Europese aspect toe? Vraagt de samenleving om mensen die Europees zijn opgeleid in dit vak? En ook: is een curriculum Europees of eerder internationaal?

Ritzens vragen lijken slechts bij enkele opleidingen een rol te spelen. Instellingen hanteren verschillende maatstaven bij de keuze voor ‘Europa’. Zo wilde de Hanzehogeschool in Groningen Nederlandse studenten in aanraking laten komen met buitenlandse studenten en koos daarom voor Europese varianten van bouwkunde en civiele techniek. Het verschil tussen de Europees en de Nederlands geschoolde bouwkundige is volgens Erik Boer, coördinator van de opleidingen, dat zijn studenten 1,5 jaar in het buitenland hebben doorgebracht en zich goed staande kunnen houden in een ander land.

Bij de European Media Master of Arts (EMMA) aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht werd gekozen voor een Europese naam, omdat de opleiding in de eerste bestaansjaren werd gefinancierd door de EU. Dat is inmiddels niet meer zo, maar de naam is gebleven. Ina van der Brug, coördinator van de opleiding: „We konden er moeilijk afstand van doen, want de European Master was een merk geworden.”

Onderwijsinstellingen zijn in Nederland vrij om de naam van een opleiding te kiezen, zegt IJda van den Hout van de NVAO, de organisatie die in Nederland de kwaliteit van opleidingen in het hoger onderwijs waarborgt. Maar als een opleiding zichzelf Europees wil noemen, probeert de NVAO wel te toetsen of die Europese belofte wordt waargemaakt, door bijvoorbeeld een internationaal toetsingspanel samen te stellen. Een substantiële uitwisseling in het programma is genoeg om een Europese naam te rechtvaardigen. „Een uitwisseling van één maand niet. Daar zijn we streng in, want de keuze voor Europa in een opleidingsnaam is toch een vorm van marketing.”

    • Elleke Bal