Verzorgd vertrekken uit Hilversum

De opgestapte mediadirecteur van de KRO kreeg 6,5 ton mee. Dat komt neer op een jaarsalaris boven de Balkenende-norm. Is dat een goede deal?

Ton Verlind bracht als mediadirecteur van de KRO onder meer het succesvolle programma Boer zoekt vrouw op het scherm. Foto KRO

Ton Verlind is sinds begin dit jaar zelfstandig ondernemer. Hij zoekt werk bij ideële en commerciële bedrijven, schrijft de voormalig mediadirecteur van de KRO op zijn website. „Onder voorwaarde dat die bedrijven zich niet louter richten op winstmaximalisatie, maar een verantwoordelijkheid voelen in maatschappelijk ondernemen.”

Klanten werven is echter geen financiële noodzaak voor hem. Formeel staat Verlind nog op de loonlijst van de KRO, maar is hij vrijgesteld van werk. Hij ontvangt tot mei 2011 als afvloeiingsregeling een bedrag van 647.000 euro. Verdient hij toch op de vrije markt, dan wordt dat bedrag, aldus KRO-directievoorzitter Koen Becking in een interne nieuwsbrief, „in mindering gebracht” op zijn vertrekregeling. De nieuwsbrief van 5 juni werd gepubliceerd op het intranet van de KRO.

Verlind werkte meer dan 28 jaar bij de KRO in verschillende functies en stapte op wegens een reorganisatie. Hij verwijst voor commentaar naar de KRO die vandaag het jaarverslag presenteerde. Omroepen zijn tegenwoordig wettelijk verplicht de topinkomens openbaar te maken. In de interne nieuwsbrief zegt directievoorzitter Becking: „Voor Ton Verlind geldt dat het vorige bestuur een regeling op voorhand heeft getroffen, gezien zijn staat van dienst.”

De ontslagregeling met Verlind is de hoogste bij de publieke omroep over 2007 tot dusver bekend. Voormalig AVRO-presentator Karel van de Graaf kreeg vorig jaar 5,5 ton vergoeding mee. En uit het TROS-jaarverslag bleek dat bestuurder Karel van Doodewaerd in 2007 een gouden handdruk van ongeveer zes ton heeft gekregen. Maar Verlinds regeling bedraagt minder dan de getroffen wachtgeldregeling voor een lid van de vorige raad van bestuur bij de publieke omroep. Voor oud NOS-bestuurder Pieter Dirks werd in 2004 een bedrag van 894.000 euro gereserveerd dat tot 30 juni 2011 wordt uitgekeerd.

In alle gevallen van 2007 ligt het uit te keren bedrag voor omroepbestuurders fors hoger dan de gemiddelde ontslagvergoeding die in 2006 werd uitgekeerd aan de tien medewerkers die af moesten vloeien wegens reorganisatie of ontslag bij de publieke omroep. De ontslagvergoeding bedroeg dat jaar voor de semipublieke sector gemiddeld 217.881 euro, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Verlind ontvangt op jaarbasis een topinkomen dat boven de zogeheten Balkenende-norm ligt. Minister Plasterk (Media, PvdA) en de Tweede Kamer willen de salarissen van omroepbestuurders in Hilversum juist onder het gemiddelde ministerssalaris houden van 169.000 euro in 2007.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk (SP) spreekt in een reactie van „onaanvaardbare deals” en „buitensporige bedragen”. Omroepbazen, zegt hij, steken het geld in hun zak dat door de belastingbetalers „is opgehoest”. Zij brengen met z’n allen tweederde van de 726,4 miljoen euro op die de publieke omroep in 2007 kon uitgeven. Dat geld, aldus Van Dijk, is in de eerste plaats bestemd voor programma’s, „niet voor afkoopsommen aan omroepbonzen”. Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) wil geen commentaar geven, omdat het gaat „om een zaak tussen werkgever en werknemer”. Joop Atsma (CDA) denkt dat de vergoedingen voor Verlind, De Graaf en Dodewaerd bij de kantonrechter „waarschijnlijk veel hoger zouden zijn uitgevallen” door hun lange staat van dienst.

Jan Jacobs, hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit van Tilburg, waagt dat te betwijfelen. Hij zegt dat de meeste vertrekregelingen weliswaar zijn afgesproken „met in het achterhoofd de kantonrechtersformule, maar het is de vraag of de rechter alle factoren even zwaar zou hebben meegewogen als de omroepen nu doen.”

De kantonrechtersformule wordt sinds 1997 gebruikt om de hoogte te bepalen van een gouden handdruk. Maandsalaris, het aantal dienstjaren en specifieke omstandigheden bepalen de hoogte.

Jacobs maakte deel uit van de zogenoemde commissie-Dijkstal. Sinds 2004 adviseert de commissie de overheid over topsalarissen in de (semi-) publieke sector. Jacobs is persoonlijk voor een beloningscode voor de publieke omroep, die wettelijk wordt verankerd. Daarin zouden richtlijnen kunnen staan over salarissen, ontslagpremies en bonussen.

Alleen op die manier, zegt Jacobs, kan de overheid de omroep er toe bewegen hard te onderhandelen over de vertrekregeling. „Wil je dit gedonderjaag voorkomen, dan moet de overheid dat regelen. Simpel vertrouwen helpt niet. Een zelfstandig ondernemer draait elke cent wel drie keer om, anders komt-ie in de rode cijfers. Maar bij bestuurders die publiek geld uitgeven werkt dat niet zo. Die hebben veel eerder zwakke knieën. Die denken: het zijn toch onze centen niet.”