Spanje tempert de Russische euforie

Guus Hiddink bracht met zijn toverstaf Rusland naar het Europees kampioenschap.

Maar daar was het team gisteren een maatje te klein voor het sublieme Spanje.

Rusland had zich geen slechtere start kunnen wensen van het Europees kampioenschap. De ploeg van coach Guus Hiddink was in Innsbruck volkomen kansloos tegen Spanje. De uitblinker in het Spaanse elftal was David Villa. De spits scoorde driemaal, Cesc Fàbegras eenmaal. Spanje versloeg met superieur spel de flegmatieke Russen met 4-1.

Hoewel het Europees kampioenschap sinds de eerste uitgave in 1960 doorgaans verrassende winnaars als Denemarken (1992) of Griekenland (2004) heeft opgeleverd, mag allerminst worden verwacht dat coach Guus Hiddink outsider Rusland dit jaar aan de titel helpt. Zijn toverstaf mag dan tot opmerkelijke dingen in staat zijn geweest, met het Russische team dat gisteren aan Spanje tegenstand probeerde te bieden, zal hij deze weken geen opzienbarends uitrichten.

Dat is ook niet wat Hiddink heeft voorspeld. Zijn meerjarenplan om het Russische voetbal weer gezicht en structuur te geven hoopt hij immers pas in 2010 af te ronden. Als door een wonder plaatste Rusland zich voor de eindronde van het EK. Of was het toch Hiddinks toverstaf die teweegbracht dat Engeland zich in de eindfase van het kwalificatietoernooi thuis door Kroatië liet ringeloren? Eigenlijk alleen daardoor mocht Rusland met de Kroaten naar het EK.

Het Russische voetbalvolk hunkert naar grote daden, grote namen en grote bekers. Alleen al de uitzinnige vreugde vorig jaar oktober in Moskou na de overwinning op Engeland getuigde van een intens verlangen naar erkenning van Rusland en zijn voetbal. Hiddink haastte zich destijds om de euforie te temperen. Dit was slechts de eerste stap, want er moest nog veel veranderd worden. En toen hadden de Russen zich nog niet eens voor het EK geplaatst.

De eindzege van Zenit St. Petersburg in het UEFA-Cuptoernooi mag als een tweede stap worden gezien. De volgende stap is plaatsing voor de tweede ronde van dit EK. Maar of Hiddink daarin met zijn selectie slaagt, moet worden betwijfeld. Zeker na het spel tegen de professioneel en gelouterd spelende Spanjaarden. Ze zijn bijna allen actief in de sterke competitie van Spanje. De Russen spelen bijna allen in de Russische competitie, een wereld van verschil met de Spaanse.

In 1960 won de Sovjet-Unie nog als eerste nationale ploeg de Europese titel. Het door afwezigheid van Engeland, Duitsland en de Britse teams sterk gedevalueerde toernooi stond in het teken van de kwaliteiten van doelman Lev Jasjin, nog altijd een van de beste keepers in de historie. Vier jaar later versloeg Spanje in de finale van het EK bijna dezelfde ploeg van de Sovjet-Unie, mét Jasjin. Sinds 1964 heeft het altijd sterke Spanje geen titel meer veroverd. Al was de ploeg er in 1984 dichtbij. Frankrijk won toen de finale, dankzij Michel Platini.

Zou het dan nu wel gebeuren? De Spaanse ploeg is er toe in staat. Alleen al de aanvallers zijn van uitzonderlijke klasse. Een elftal dat kan beschikken over spitsen als Fernando Torres en David Villa mag zich gelukkig prijzen. De eerste (pas 24) maakt furore bij Liverpool als een spits die snel is, uit onmogelijke hoeken schiet, verdedigers uitspeelt alsof ze er niet staan en overzicht heeft. Villa is de spits van Valencia. Hij is klein, beweeglijk en scoort uit alle standen. Dit duo was een voortdurende plaag voor de naïeve Russische defensie, die vooral bestaat uit door Hiddink tot verdedigers omgeschoolde middenvelders.

Villa scoorde driemaal, maar hij had twee of drie doelpunten meer kunnen scoren. Zo gemakkelijk creëerde hij zijn kansen of werd hij aangespeeld door Torres. Het eerste doelpunt viel halverwege de eerste helft na een actie van Torres, die vervolgens Villa in staat stelde de bal in het doel te schieten. Weer Villa schoot Spanje naar 2-0. En met zijn vriend Torres op de reservebank scoorde Villa ook 3-0. Kort nadat Rusland door Roman Pavloetsjenko 3-1 had gemaakt, stond Villa aan de basis van de vierde Spaanse goal, van Fàbregas.

De Spaanse ploeg van coach Luis Aragones speelde bij vlagen technisch superieur, overtuigd van haar kwaliteiten. Maar is dat in het verleden ook niet het geval geweest? Een goed begin, maar zodra er andere belangen gaan spelen kan het tij zomaar keren. Een goed begin zegt helemaal niets. Vraag het de Italianen die zelden een toernooi superieur zijn begonnen, en toch uiteindelijk de titel grepen. Vraag het de Oranje-spelers die in 1988 de eerste wedstrijd verloren en alsnog kampioen werden.

Villa is nu topscorer van het toernooi. Niemand mag verbaasd staan als de kleine Bask, die zijn opleiding genoot bij Sporting Gijon, samen met Fernando Torres, Spanje dichtbij de Europese titel brengt. Het is maar de eerste wedstrijd. En het was maar Rusland. Een elftal speelt zo goed als de tegenstander toelaat, zei de Argentijnse voetbalfilosoof en oud-international Jorge Valdano eens. Later, toen Valdano technisch directeur was van Real Madrid, schreef hij in het in Duitsland bekroonde sportboek Über Fussball: „Van euforie wordt niemand wijzer.” Spaanse bondscoaches weten er alles van.

Spanje Rusland
4 1
Gespeeld op 10 juni, Innsbruck
Toeschouwers 30.000
Scheidsrechter Plautz (Oos)

Doelpunten

20' Villa 1-0
44' Villa 2 -0
75' Villa 3-0
86' Pavloetsjenko 3-1
90+1' Fabregas 4-1

Geen kaarten