Seks zonder sekse

XXY. Regie: Lucía Puenzo. Met: Inés Efron, Martín Piroyansky, Ricardo Darín. In: Cinecenter, Amsterdam en Filmhuis, Den Haag.

Soms lijken slapende baby’s al op de ouden van dagen die zij later zullen zijn. En hebben puberjongens voordat de mannelijkheid aan alle kanten uit hun lichamen begint te barsten even iets van meisjes. Over die rijke ambiguïteit van het leven gaat de Argentijnse debuutfilm XXY, die vorig jaar in Cannes met de Grand Prix van de Semaine de la Critique werd bekroond.

Regisseuse Lucía Penzo (1973) baseerde zich op een kort verhaal van schrijver Sergio Bizzio, maar ze wist dat zo filmisch tastbaar te vertalen dat het moeilijk voor te stellen is dat er ooit woorden nodig waren om XXY te vertellen. De film volgt de vijftienjarige Alex. Alex ziet er soms uit als een meisje en soms als een jongen. Wat er precies met Alex aan de hand is, of hij/zij hermafrodiet is, of beter gezegd interseksueel, wil de film niet uitleggen. Het is voor de mensen om Alex heen eigenlijk iets onbespreekbaars.

De titel geeft meer duidelijkheid. Het XXY-syndroom of Klinefelter-syndroom is een genetische aandoening waarbij een man ten minste een X-chromosoom te veel heeft. Hoewel in de puberteit van borstvorming sprake kan zijn, is er in principe geen onduidelijkheid over het geslacht. Waarom Alex’ vader (die nota bene bioloog is en onderzoek doet naar tweeslachtige wezens) er dan toch voor heeft gekozen om zijn kind met behulp van medicijnen als meisje volwassen te laten worden, is echter geen vraag voor deze film. XXY gaat niet over wetenschappelijke feiten, maar over emoties. Over de explosie aan verwarrende pubergevoelens bijvoorbeeld, die gierende hormonen die van jongens mannen maken en van meisjes vrouwen, maar vooral seksuele wezens met razend bloed en natte dromen.

Dat alles komt tot uitbarsting als Alex’ ouders, die na haar geboorte uit schaamte van Buenos Aires naar de kust van Uruguay zijn verhuisd, een plastische chirurg en zijn gezin (met puberzoon) laten overkomen om eens poolshoogte te nemen.

Het is knap hoe XXY tegelijkertijd een sprookje kan zijn en de kijker direct kan meenemen in de dauw van mythische droombossen of tussen de zweetdruppels van echte seks. Dat komt doordat de film niet echt gaat over waar hij over gaat: het is geen issue-film over interseksualiteit, maar een pijnlijk-eerlijke bespiegeling over de stadia in een mensenleven waarin nog niet alles gedetermineerd is.

De parel in de kroon is actrice Inés Efron die de volwassen Alex gestalte te geeft. Zij speelt zo lucide dat je door haar eigen lichaam steeds een ander lichaam heen ziet schemeren.