Rechter: man weigerde arts ten onrechte

Een islamitische vader uit Bourg-en-Bresse is gisteren door een Franse rechtbank veroordeeld tot 1.000 euro boete omdat hij zich tien jaar geleden om religieuze redenen verzette tegen de aanwezigheid van mannelijke artsen bij de bevalling van zijn echtgenote.

Zijn verzet leidde volgens de rechter tot te laat ingrijpen van de artsen, waardoor zoon Mohammed in november 1998 zwaar gehandicapt werd geboren.

De vader had zelf een rechtszaak aangespannen, waarin hij een schadevergoeding van 100.000 euro eiste van het ziekenhuis om de handicap. De rechter oordeelde evenwel dat de toestand van het kind „geheel toe te schrijven is aan de opstelling van [vader] Radouane Ijjou”. Toen hij zijn verzet tegen ingrijpen door mannelijke artsen opgaf, was het te laat om nog een keizersnede toe te passen, volgens de uitspraak.

De laatste tien jaar deed zich in Frankrijk een reeks incidenten voor in ziekenhuizen, met name in kraamafdelingen, met strenggelovige moslims die soms op gewelddadige wijze scheiding van mannen en vrouwen eisten. De voorzitter van de Franse moslimraad, Boubakeur, sprak twee jaar geleden zijn afschuw uit over wat hij „de talibanisering” noemde van de Franse islam.

Vorig jaar bracht de Franse regering een charter van religieuze neutraliteit (laïcité) uit waarin wordt uitgelegd dat personeel, patiënten en bezoekers verplicht zijn zich in publieke instellingen te houden aan uitgangspunten als gelijkheid tussen man en vrouw.

Dit charter hangt in alle publieke instellingen zoals ziekenhuizen en kraamklinieken. Er staat ook in dat patiënten en hun begeleiders in noodgevallen geen arts mogen uitsluiten. Buiten noodsituaties is bij medische onderzoeken waarbij één man en één vrouw betrokken zijn de aanwezigheid gewenst van een derde persoon.

Intussen heeft het debat over de grenzen tussen religieuze eisen en algemene regels zich verplaatst naar de rechtbank. Aanleiding is een uitspraak dit voorjaar van een rechter in Lille, die een huwelijk tussen twee jonge moslims nietig verklaarde nadat de vrouw bekende te hebben gelogen over haar maagdelijkheid. De rechter verklaarde dat daarmee in de ogen van de huwelijkspartners kon worden gesproken van misleiding over een „essentiële kwaliteit”. Het openbaar ministerie is daartegen in beroep gegaan.