Prins en president

President Bush staat nog acht maanden aan het hoofd van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Die leiding is niet louter formeel van aard. Een scheidend staatshoofd heeft in de diplomatieke arena nog steeds feitelijke macht.

Bush houdt daarom goede moed dat hij zijn loopbaan in het buitenland op de valreep nog cachet kan geven. Sinds april is hij bezig met een soort afscheidstournee. Telkens kondigt hij daarbij voor het einde van zijn ambtsperiode een doorbraak aan in de internationale betrekkingen. Hij reisde met die boodschap naar Rusland, Israël en Egypte of hij ontving gasten in Washington, onder wie premier Balkenende.

Deze week toert Bush door Midden-Europa om de banden met het avondland aan te halen. In Slovenië riep hij de EU op Turkije toe te laten. Tegelijkertijd erkende hij in een vraaggesprek met het Britse dagblad The Times voor het eerst dat hij in de aanloop naar de oorlog in Irak verbaal heeft gefaald. Door zijn „retoriek” is hij niet overgekomen als een „man van vrede”, een imago dat zijn opvolger belast en ook niet bevorderlijk is voor een brede multilaterale aanpak van Iran, zolang dat land zijn nucleaire programma’s niet staakt.

Deze nieuwe toonzetting moet serieus worden genomen. Het is namelijk een misverstand te denken dat alles in de VS straks anders wordt. McCain en zelfs Obama zullen zich rekenschap moeten geven van de continuïteit in de Amerikaanse buitenlandse politiek, zeker in het Midden-Oosten.

Juist daarom is het interview met de Saoedische prins Turki al-Faisal, zoals vandaag in deze krant gepubliceerd, zo opzienbarend en in zekere zin ook omineus. In kraakheldere bewoordingen en op „persoonlijke titel” legt Turki, die een kwart eeuw chef was van de inlichtingendienst van Saoedi-Arabië en nu een denktank in Riad leidt, uit waarom de huidige Amerikaanse diplomatie in het Midden-Oosten zo weinig effectief is. Bush is de „lamest of lame ducks”, aldus de prins. Ook de Amerikaanse dreiging om eenzijdig actie te ondernemen tegen Iran, als dat land niet aantoonbaar afstand neemt van een nucleair programma dat tot kernwapens kan leiden, noemt Turki een doodlopende weg.

De betekenis van deze waarschuwing moet niet worden onderschat. Het signaal komt immers uit de mond van een lid van het Saoedische establishment, dat zich altijd door de VS heeft laten leiden. Die traditie loopt kennelijk op haar eind.

Prins Turki al-Faisal schetst zodoende de contouren van geopolitieke machtsverhoudingen in het Midden-Oosten, waarmee met name de Verenigde Staten rekeningen moeten gaan houden. De tegenstellingen tussen het sunnitische Saoedi-Arabië en shi’itische Iran zijn, mede door het geweld in Irak en Libanon, eerder verscherpt dan afgezwakt. Desondanks neemt Saoedi-Arabië afstand van de VS. Dat illustreert dat de klassieke geopolitieke beginselen niet altijd gemeengoed zijn. ‘Divide et impera’ kent zijn grenzen. Dat vraagt om nieuwe diplomatieke kaders, ook van Europa.