Perverse notarissen

De notaris als boegbeeld van betrouwbaarheid wankelt. Zo is de vastgoedfraude, die epidemische vormen lijkt aan te nemen, mede mogelijk gemaakt door notarissen die malafide huizenhandelaren van dienst zijn. Ook bij witwassen spelen sommige notariskantoren een rol. De omvang van deze fraude werd deze maand door de Rekenkamer op gezag van Utrechtse onderzoekers op 18,5 miljard euro geschat.

Er lopen twaalf tuchtzaken tegen notarissen. Er zijn drie aanhoudingen verricht. En het Bureau Financieel Toezicht heeft tegen zeven notariskantoren een onderzoek lopen.

De overheid heeft nauwelijks greep op deze criminaliteit, klaagde de Rekenkamer. Er zijn geen prestatieafspraken, er „ontbreekt een realistische ambitie” en van gezamenlijk optrekken binnen de overheid is geen sprake. Alleen dat is al reden tot zorg. Kennelijk hebben oplichters vrij spel.

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) roept intussen om hulp: notarissen moeten bij wangedrag stante pede kunnen worden geschorst. De KNB wil de Belastingdienst en het openbaar ministerie de bevoegdheid aanbieden om geldstromen via notariskantoren te controleren. Het tuchtrecht dient door de wetgever nu echt heel snel te worden gereorganiseerd, zo wordt bepleit.

Er lijkt zich een lichte paniek van de branche meester te hebben gemaakt. Maatregelen in eigen kring zetten kennelijk onvoldoende zoden aan de dijk. Of ze zijn van zo’n onthutsende eenvoud dat het probleem er mee wordt onderstreept en eigen naïviteit dan wel onvermogen wordt aangetoond. Zo heeft het notariaat afgesproken vanaf 1 januari van dit jaar bij een onroerendgoedtransactie de koopsom voortaan alleen nog over te maken naar het rekeningnummer van de verkoper. „En dus niet bijvoorbeeld naar een rekeningnummer van een stroman in Liechtenstein”, aldus de KNB eind april. Wat een goed idee!

Is het notariaat geperverteerd geraakt? Van een poortwachter in de samenleving die rechtszekerheid moet waarborgen, de belangen van alle partijen in het oog moet houden naar dienstverlener in duistere zaakjes?

Nu is de notaris van oudsher geen rechercheur, maar een vrij gevestigde dienstverlener aan een klantenkring die hij wenst te vertrouwen. In ruil voor exclusieve taken heeft de notaris een ministerieplicht. Ambtsweigering kan tot een veroordeling leiden. Maar bij te veel notarissen lijkt plat eigenbelang het van gezond wantrouwen te hebben gewonnen. Een notaris die eenzelfde pand binnen een dag meerdere malen helpt verkopen en een waardesprong van tonnen vaststelt zonder gegronde redenen, heeft de schijn tegen. Die is zijn vertrouwenspositie en verschoningsrecht niet waard.

Het is tijd voor een fundamentele vraag over de hybride positie van een commerciële dienstverlener met publieke taken. Kan dat nog wel? Of is dat een relict uit onschuldiger tijden? Een politiek antwoord is geboden. In elk geval dient de KNB in eigen kring orde op zaken stellen. Een waakzaam en kritisch notariaat is harder nodig dan ooit.