Ontmoeting met Afrika in woestijn van Las Vegas

Blackwater Fever. Regie: Cyrus Frisch. Met: Ellen ten Damme en Roeland Fernhout. In: Het Ketelhuis, Amsterdam, Louis Hartlooper Complex, Utrecht.

Goed onderwerp, goede acteurs, goede locaties, bedroevend povere uitwerking: dat is het probleem van de surrealistische roadmovie Blackwater Fever van de veelbesproken jonge regisseur Cyrus Frisch. Het onderwerp: hoe kunnen we rustig verder leven, met de kennis van al het leed in de wereld, die we als westerlingen voortdurend en in realtime voorgeschoteld krijgen? Dat is een kwestie die een film verdient en Frisch heeft bovendien een vorm gevonden om die te visualiseren.

Roeland Fernhout speelt, zeer expressief, een man die een vorm van malaria onder de leden heeft (‘blackwater fever’). Met zijn vriendin, de niet zo expressieve maar wel filmsterachtige Ellen ten Damme, rijdt hij door de woestijn tussen Los Angeles en Las Vegas. Door zijn ziekte hallucineert hij: de landschappen van Amerika en Afrika lopen door elkaar; westerse leegte en de overbekende beelden van wereldleed (burgeroorlog, honger) beginnen te vervloeien.

Komt de man terug van een reis door Afrika en zijn het zijn herinneringen die hem blijven achtervolgen?

Zijn ziekte lijkt daarop te wijzen, maar Frisch, die ook het vrijwel dialoogloze scenario schreef, maakt het niet expliciet. De man is een achterneefje van de in Afrika verdwaalde verslaggever Jack Nicholson in Professione: reporter van Michelangelo Antonioni.

Het probleem is niet dat Frisch wil moraliseren, maar dat hij dat op zo’n naïeve, haast kinderlijke manier doet. „Als ik in de spiegel kijk, zie ik een man die toekijkt hoe anderen creperen. Als ik in de spiegel kijk zie ik een moordenaar”, laat hij Fernhout zeggen. Maar aan de andere kant is het natuurlijk onmogelijk om de dag door te komen, voor iemand die elk rampbericht op de televisie persoonlijk opvat. Zonder afstomping gaat dat ook niet. Daar zit een spanning, die Frisch negeert. Daarmee maakt hij het zich te gemakkelijk.

Aan het einde van de film zit Fernhout in een Afrikaans dorp met een baby’tje in zijn armen te grienen. Dat demagogische beeld doet denken aan de inzet van vertederende kindertjes in een gemiddelde verkiezingscampagne. De Afrikanen kopen bovendien niet veel voor het westerse schuldgevoel dat de regisseur etaleert.

In een van de visioenen verdwijnt een Afrikaans aandoende gestalte onder de voortrazende wielen van de Amerikaanse slee. De man lijdt aan een oogaandoening – hij ziet het onrecht en het leed van de wereld immers niet scherp. Dat verklaart ook de wazige, digitale beelden. Frisch behandelt een serieus thema, nu moet hij de kijker nog serieus nemen.