Olie op de golven

Er zat een vleugje paniek in de oproep, afgelopen weekeinde, van de G8, de groep van grootste industrielanden aan de grote olieproducenten. Ze vroegen de investeringen fors op te schroeven en zo de olieproductie op termijn te verhogen. De ministers, die verantwoordelijk zijn voor de energiepolitiek, deden hun oproep in zeldzaam directe bewoordingen. En in vrijwel volledige eensgezindheid. Ook China, India en Zuid-Korea zetten in het Japanse Aomori hun handtekening onder de verklaring.

De timing kon nauwelijks beter zijn. Vorige week donderdag steeg de olieprijs met ruim 5 dollar, op vrijdag kwam er nog eens bijna 11 dollar bij. De uiteindelijke prijs van bijna 140 dollar voor een vat West Texas Intermediate, een geliefde laagzwavelige oliesoort, betekende een record. Ook gisteren bleef de prijs hoog, met rond de 136 dollar per vat.

Er is op korte termijn weinig te doen aan de hoge olieprijs, en dat komt niet in de laatste plaats doordat voor de stijging niet één oorzaak is. Er is de inmiddels bekende reden dat de nieuwe spelers in de wereldeconomie, zoals China en India, de vraag naar olie duurzaam opdrijven.

Bekend is ook dat gebrek aan investeringen in de OPEC-landen en Rusland zorgt voor een stagnerende productie van olie. Aan deze twee factoren is op korte termijn weinig te verhelpen. Er zijn eveneens politieke conflicten, zoals in Nigeria, die de productie verstoren.

En er zit een element van speculatie in de olieprijs. De bestaande speciale grondstoffenfondsen worden ook gezien als prijsopdrijvers. Grote beleggers, waaronder vrijwel alle belangrijke Nederlandse pensioenfondsen, hebben veel geld gestoken in deze fondsen. In een hoorzitting voor de Amerikaanse Senaat werd speculatie onlangs nog verantwoordelijk gesteld voor 40 dollar van de prijs per vat. Maar zekerheid over de rol van speculatie is er niet, al was de reuzensprong van ruim 15 dollar die olie eind vorige week maakte wel het gevolg van het handelen van beleggers die op een prijsdaling hadden gespeculeerd en massaal moesten bijkopen toen de olieprijs tegen de verwachting in juist omhoog bleek te schieten.

Snelle oplossingen zijn er niet voor de nog steeds oplopende olieprijzen. De oproep aan de olieproducerende landen zal vermoedelijk worden herhaald op de bijeenkomst van de ministers van Financiën van de G8, komend weekeinde in Osaka, en die van de regeringsleiders volgende maand.

Maar belangrijker is het voornemen van de grote industrielanden om nu echt ernst te maken met energiebesparing en alternatieve energiebronnen, alsmede om technieken te delen die dit doel bevorderen.

Want, los van alle mogelijke speculatie, de hoge prijs olie is ook een fundamenteel signaal. Fossiele brandstoffen raken op en zullen moeten worden vervangen door alternatieven. Hoe eerder daarmee wordt begonnen, hoe beter – zeker ook met het oog op het broeikaseffect. Zo bezien komt het, hoe confronterend ook, niet slecht uit dat de oliemarkt zo vroeg al alarm slaat.