Muziekonderwijs wereldtop

De suggestie dat aan de Nederlandse conservatoria een ‘zesjescultuur’ bestaat, is onterecht, meent Hans van Beers. Het muziekonderwijs is juist van wereldniveau.

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

Wat een verrassing voor het Nederlandse muziekleven: NRC Handelsblad wijdde op 26 mei zijn hoofdredactionele commentaar aan het vertrek van de grote dirigent bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Gergjev. Even eervol als een hart onder de riem; dat leest men niet elke dag. En ook de toon beviel, een oase in het dagelijkse gedoe over de zuurgraad van de ontevreden burger. Zeer terecht plaatst de krant, in het onverdachte gezelschap van de maestro, het Nederlandse serieuze muziekleven op het allerhoogste plan: het is van wereldniveau.

Aan de bloei ervan hebben velen bijgedragen. Maar zo’n bloeiend muziekleven zou niet kunnen bestaan zonder hoogwaardig hoger muziekonderwijs.

En hier heeft de auteur van het commentaar zich wel erg laten meeslepen door de wonderschone vertolking van Brahms’ Deutsches Requiem in Rotterdam met een nog al stellig oordeel over de ‘zesjescultuur’ aan de Nederlandse conservatoria en de bureaucratie die, zoals overal in de anti-overheidsgrammatica-van-de-straat, de komst van de muzikale docentenbrille zou verhinderen. En daar haken wij af.

Zo toont het benoemingenbeleid aan dat de meeste spelers op de eerste stoelen van de grote symfonieorkesten als docent aan de conservatoria in de buurt zijn verbonden. Het is bijvoorbeeld in Amsterdam traditie dat de concertmeesters van het Concertgebouworkest, evenals hun vele collega’s, bijna zonder uitzondering docent aan het conservatorium zijn. Hetzelfde geldt voor verschillende (inter)nationale solisten waar de krant regelmatig lovend over schrijft en voor de vele uitmuntende pedagogen die zonder last van de bureaucratie de zeer getalenteerden uit de hele wereld – bijna 60 procent is buitenlands – opleiden tot goede en bovendien zelfredzame musici. Competentiegericht onderwijs – een term uit de gestaalde onderwijskaders – in optima forma.

Wat niet te ontkennen valt is de tanende belangstelling van jonge musici om hun toekomst vooral te zoeken in de wereld van het symfonieorkest, het even prestigieuze als statische instituut, waar de termijn van verblijf meestal parallel loopt met de looptijd van de afgesloten hypotheek. De toekomst kent veel meer perspectief dan men in die wereld veronderstelt. Alleen al het Nederlandse muziekleven is zo caleidoscopisch van aard qua omvang, repertoire, cultuur en werkwijze, dat een wat onzekerder carrière vaak verleidelijker en avontuurlijker is dan de zekerheid van een ‘vaste betrekking’.

Het aanstootgevende gedrag van een groep musici dat columnist Johan Schaberg waarnam tijdens genoemd afscheidsconcert (en beschreef in zijn column van 7 juni), zou een bijverschijnsel kunnen zijn van de gewapend betonnen rechtspositie in de gevestigde kunstbedrijvigheid en het onderwijs: CAO en excellentie staan van tijd tot tijd op gespannen voet met elkaar.

Los daarvan: het zou kortzichtig zijn om tientallen studenten op te leiden voor een plaats die slechts één keer in de zoveel jaar vrijkomt. Er is leven naast het Symfonieorkest.

Alle muziekliefhebbers kunnen het conservatorium kritisch maar ook met verwondering volgen door de lijst van docenten en alumni eens te bekijken en vooral de vrijwel altijd publieke en meestal gratis toegankelijke concerten, masterclasses en voorspeelavonden te bezoeken.

In Amsterdam kan dat in het nieuwe gebouw, dat sinds kort staat te stralen op het Oosterdokseiland. Met een prachtige grote zaal vernoemd naar dirigent Bernard Haitink, een van de bekendste alumni.

Ten slotte, met enige trots, een citaat uit de Science Guide, met daarin een quote uit de briefing van de ambtelijke top bij het aantreden van minister Plasterk (Cultuur, PvdA): „Het enige hoger onderwijs dat internationaal niet de reputatie heeft ‘subtop’ te zijn is de HBO-opleiding in de muziek aan de conservatoria. Deze zijn wereldtop”.

En helemaal ten slotte: waarom wordt het eerbetoon in het hoofdcommentaar nooit eens als openingszin uitgesproken door een vertegenwoordiger van de verschillende overheden; enthousiast, trots of desnoods ronkend?

Hans van Beers is directeur van het Amsterdamse Conservatorium en oud-directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.