‘Mogadishu krijgt toch nooit iets’

Een groepje buitenlandse verslaggevers werd gisteren onder begeleiding van Oegandese vredessoldaten door de Somalische hoofdstad Mogadishu gevoerd. Een impressie.

Straat in Mogadishu gezien vanuit een pantserwagen Foto M. Schenkel Schenkel, Mark

Mogadishu in. Links, rechts, voor en achter in de pantservoertuigen staan Oegandese vredestroepen met de vinger aan de trekker van zware mitrailleurs. Zonder stoppen gaat het in rap tempo door de stuk geschoten straten.

Een gisternacht bereikt akkoord tussen de Somalische interim-regering en islamitische opstandelingen moet een einde maken aan meer dan achttien jaar clangeweld, islamistische rebellie, en voedselschaarste in Somalië. In de straten van de hoofdstad zijn de gevolgen van die chaotische jaren goed zichtbaar. Rijen aan flarden geschoten woningen, met kogelgaten doorzeefde gepleisterde muren van winkeltjes. Mensen begeven zich op straat, er rijden auto’s rond. Maar het leven lijkt geen richting te hebben, groepjes inwoners hangen in de schaduw van de boompjes langs de weg. De zichtbare bedrijvigheid bestaat uit ruilhandel en wat karige markten.

Er is onderweg geen gelegenheid om uit te stappen en de bevolking te vragen naar hun verwachtingen van het aangekondigde staakt-het-vuren. Te gevaarlijk. De troepen van de Afrikaanse Unie (AU) zijn alleen bereid om de groep Nederlandse verslaggevers rond te rijden door de stad. De journalisten zijn opgepikt en worden weer afgezet in de haven van Mogadishu waar ze aan wal gingen via een schip dat voedsel namens de Verenigde Naties brengt.

De menigte toekijkers op de kale kade kan wel worden gevraagd naar hun mening over het akkoord. „Er is ook afgesproken dat meer wordt gedaan om voedsel naar Somalië te brengen’’, zegt Ali die sigaretten verkoopt voor dollars. „Maar in Mogadishu krijgen we nooit niets, dus nu ook niet.”

Het VN-Wereldvoedselprogramma (WFP) halveerde in mei noodgedwongen de rantsoenen voor de 300 duizend ontheemden rond Mogadishu. „Als er een wapenstilstand komt, kunnen we de voedselhulp verdubbelen, zoals we van plan zijn”, zegt Ahmed Marey, coördinator van het WFP in de hoofdstad. Marey staat naast de Fade 1, een door het WFP gehuurd schip met 2.500 ton bonen en spijsoliën. Het is vanuit de Keniaanse havenstad Mombasa geëscorteerd door de het Nederlandse fregat HMS Evertsen, dat WFP-schepen beschermt tegen piraterij.

De vraag is of de piraten, die opereren in crimineel verband, zich veel aantrekken van het nu bereikte akkoord. Op 23 juni eindigt bovendien de missie van de Evertsen, en er is nog geen vervanger. Wat gaat het WFP, dat 80 procent van het voedsel voor Somalië over zee vervoert, dan doen? Marey: „Dat is een goede vraag, dat wordt erg ingewikkeld.”

De haven behoort nu, samen met het vliegveld en het presidentiële paleis, tot het minuscule stukje Mogadishu waar door de aanwezigheid van ruim tweeduizend AU-militairen een minimale vorm van veiligheid bestaat. Door deze paar vierkante kilometers houdt de regering tegenover de buitenwereld de schijn op dat zij nog iets van macht geniet. Buiten de ‘veilige zone’ opereert Al-Shabab, de radicale vleugel van de islamistische opstandelingen in Somalië. Al-Shabab, dat door de Verenigde Staten beschuldigd wordt van banden met Al-Qaeda, verwerpt het staakt-het-vuren. De groep is verantwoordelijk voor de meeste aanslagen op de ingegraven troepen van de Unie. De laatste maanden viel ze een tiental steden en dorpen in het zuiden aan bij bliksemacties.

Majoor Barigye Ba-Hoku van de Oegandese AU-troepen zegt in het akkoord te geloven, ook al doet Al-Shabab niet mee. „Een weg van tienduizend kilometer begint met de eerste stap”. Ahmed, een oudere magere man met een witte sik, haalt zijn schouders erbij op. „We hebben al de veertiende regering sinds 1991. En ze gaan ons vertellen dat we nu wel vrede krijgen?”

Foto’s uit Mogadishu op het weblog nrc.nl/zeerovers