Lekker m’n eigen bammetjes

Nederlanders lunchen snel en nemen hun boterham met kaas mee van huis.

Maar de uitgebreide, warme maaltijd tussen de middag is langzaam in opkomst.

Een ambtenaar tijdens de lunchpauze. Foto Bas Czerwinski 21-08-2006, DEN HAAG. AMBTENAAR TIJDENS DE LUNCHPAUZE. FOTO BAS CZERWINSKI

De zon hoeft in Nederland maar te schijnen of half Amsterdam brengt de middagpauze door in het Vondelpark. De grasvelden zijn bezaaid met groepjes zonaanbidders, genietend van hun lunch. Soms zelf gesmeerd, soms gekocht. Zo neemt Mike Verzantvoort (27), grondsteward bij KLM, altijd boterhammen mee van huis. „Vier stuks, met kipfilet”. Zijn collega Peter Boot, die zijn lunch meestal koopt in de kantine, lacht. „Als hij naar de kroeg gaat neemt hij nog zijn eigen bier mee.”

Verzantvoorts middagmaal is typisch Nederlands. Volgens onderzoeksbureau Marketresponse, dat onlangs het lunchgedrag onder Nederlanders onderzocht, lunchen zeven van de tien Nederlanders met zelfgesmeerde bammetjes. Favoriet is de bruine boterham met kaas.

Geen wonder dat buitenlanders uit alle windstreken zich laatdunkend uitlaten over de Nederlandse lunchcultuur. Veelgehoorde verwijten zijn dat we geen tijd uittrekken voor de lunch en altijd hetzelfde eten. Volgens bovengenoemd onderzoek klopt dit in elk geval ten dele: twee op de tien Nederlanders lunchen achter het bureau, negen op de tien eten altijd hetzelfde. En daarnaast, opmerkelijk genoeg: ruim eenderde van ons heeft een broodtrommel. En vrouwen gebruiken vaker een boterhamzakje dan mannen. Zij verpakken hun brood liever in aluminiumfolie.

Jaap Seidell, hoogleraar Voedsel en Gezondheid aan de Vrije Universiteit, bevestigt de bevindingen. Volgens hem zijn de Hollandse lunchgewoontes inderdaad weinig enerverend. „Ik ken geen enkel land waar men zo weinig tijd aan de lunch besteedt als hier. In Frankrijk, Italië en Spanje is de lunch, die drie uur duurt en meerdere gangen heeft, het belangrijkste maal van de dag. Maar ook in Duitsland en Scandinavische landen wordt ’s middags warm gegeten.” Ongezond is het niet om weinig tijd te nemen voor de lunch, volgens Seidell. „Het is hoogstens sociaal wat armoedig.”

Niet de lunch, maar het diner is hier de belangrijkste maaltijd van de dag. Dit hangt volgens Seidell samen met de werkcultuur en de kinderopvang in ons land. „Omdat moeder altijd thuis was om de boterham te smeren is de kinderopvang nooit goed van de grond gekomen.” Het percentage vrouwen met voltijdbaan is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek laag: minder dan 10 procent. „In tegenstelling tot Zweden”, zegt Seidell. „Daar is de kinderopvang perfect geregeld, doordat sinds de Tweede Wereldoorlog beide ouders werken. Bovendien zorgt de schoolvoor warme maaltijden. De ouders koken dan niet meer ’s avonds.”

Typerend: het internationale cateringbedrijf Compassgroup verzorgt wereldwijd warme lunches op scholen, behalve in Nederland. Maar toch begint de warme lunch in Nederland langzaam ook aan terrein te winnen, aldus een woordvoerder. „Onze bedrijfsrestaurants serveren tegenwoordig ook in Nederland warme maaltijden tussen de middag. De porties zijn nog wel kleiner dan een avondmaaltijd.”

Seidell bevestigt de trend. „Mensen lunchen vaker warm om ’s avonds alleen een broodje te eten.” Dit komt volgens hem vooral voor in de hogere sociale klassen, waar ‘gezinsversnippering’ plaatsvindt. „De ouders zijn vaak tweeverdieners en de kinderen hebben veel naschoolse bezigheden. Tussen school, pianoles en hockeytraining is er geen tijd voor een gezamenlijke warme maaltijd. Gezinnen waar moeder de vrouw om zes uur het eten op tafel heeft staan worden steeds zeldzamer.”