Het onderwerp ‘waar maak je nog meer schoon?’ is nu behandeld

Mijn werkster, laten we haar Julie noemen, een Ghanese vrouw die mij bij aankomst altijd drie klapzoenen geeft, belt op. Of ze straks haar man mag meenemen. Ze willen voortaan graag samen schoonmaken bij mij.

Eerlijk gezegd vind ik dat nogal een Ghanese invasie, maar dat zeg ik niet. Ten eerste is Julie heel aardig. Ten tweede hebben haar man en zij me op mijn verjaardag een kaart geschreven waarop stond dat ze van me hielden. Ook schrijft zij dat vaak op de briefjes die ze voor me achterlaat. ‘We houden van je.’ Dus ik ben totaal weerloos.

Haar man belt eerst aan – Julie is te laat. Haar man heeft een interessante naam. Laten we hem Vrijheid noemen, want zo’n soort naam is het. Ik ga met hem aan tafel zitten en we wachten op Julie.

Ik vraag hem waar hij nog meer werkt. Nou, hij maakt schoon bij het Amstel Station, en in Hilversum, en Breukelen. Breukelen, zeg ik verbaasd. Dat is wel ver uit de buurt. ‘Ja, er zijn daar helemaal geen zwarte mensen’, merkt Vrijheid op. Ik zeg dat ik nog nooit in Breukelen geweest ben, maar dat ik me levendig kan voorstellen dat je er weinig zwarte mensen treft.

Julie is er nog steeds niet en het onderwerp ‘waar maak je nog meer schoon?’ is nu behandeld. Naarstig zoek ik naar een ander gespreksonderwerp. Ineens schiet het me te binnen. Voetbal. Dat vinden ze in Ghana volgens mij ook heel leuk.

En inderdaad, Vrijheid slaat aan. In Ghana is voetbal alles voor de mensen, zegt hij. Zo pleegt er regelmatig iemand zelfmoord als er een wedstrijd verloren is.

Zelf was Vrijheid ook een hele goede voetballer in Ghana, zegt hij. Maar ja, hij kreeg een knieblessure. Een reeks verdrietige blikken volgt, waaruit ik opmaak dat hij een bijzonder lucratieve carrière als international is misgelopen.

Komt het dan nooit meer goed met zijn knie? Nee, nooit meer. Maar hij wil wel trainer worden. In Engeland. Want hij heeft visie, hij heeft inzicht. Hij ziet dingen die anderen niet zien.

‘Daarom word ik soms gek van frustratie als ik naar voetbal kijk. Ik zie allemaal dingen die die voetballers niet zien. En dan zegt mijn vrouw: „Kijk maar niet, Vrijheid.” Dus dan kijken we maar niet.’

Die Julie is een hele slimme.