Het is feest van herkenning

Heerlijk, na de serie ook nog een film vol herkenning.

En waarom niet, feministen willen ook weleens op de bank genieten van lotgenotes.

„Alstublieft mevrouw: alle seizoenen Sex & The City. Dat is dan honderdtien euro.” Ik hoor het hem nog zeggen, de verkoper in een sombere Free Record Shop op het station. Hij zei het ook nogal hard. De vijf andere klanten in het zaakje (allen man) keken half angstig, half meewarig mijn kant op. Even woog de glimmende kartonnen doos zwaar aan mijn stuur en voelde ik me beroerd als na een geheide miskoop; een paar tv-avondjes verder was ik al stiekem blij, en nu, na 94 afleveringen plus talloze reprises, verkondig ik aan elke vriendin die het horen wil: koop die doos! Of: leen seizoen 3 van me! Of wacht, nee, jij hebt 1 nodig, seizoen 1!

Op het moment van de aanschaf was mijn eigen leven nogal loos, vond ik zelf. Single. 30-plus. Geen kinderen. Huurwoning. Wat ik nodig had, en wat die doos me drie jaar later nog steeds geeft, is troost en herkenning, maar dan met pit, en hier en daar een vermanend woord. Een richtlijn in de chaos, of liever: meerdere richtlijnen, want ik ben zelf vaak verbaasd over welke lijn ik blijk te volgen. Ik heb niets aan Bridget Jones die maar blijft stuntelen, niets aan Jane Austen-heldinnen die nog net op tijd in een paar sterke mannenarmen vallen, niets aan Grace (van Will) die zich vastklampt aan haar homovriend. Ik wil van moderne, goedgebekte vrouwen horen wat er in het leven allemaal te koop is.

Carrie, Miranda, Charlotte en Samantha zijn geen van allen dom. Ze zijn beperkt, zeker, en ze jagen dingen na waar ze eigenlijk boven zouden moeten staan: de mooiste schoen, het perfecte huwelijk, de meeste seks. Allemaal onzin. Maar de grap is: ze wéten dat het onzin is. Daar zorgt hun onderlinge vriendschap voor. De vier zijn zo verschillend dat hun doorlopende groepsgesprek hun sores niet vergroot, maar relativeert. Ze zijn elkaars geweten, elkaars spiegels, en ze gunnen elkaar het allerbeste.

Vrouwen lezen en kijken anders dan mannen, naar het schijnt: herkenning en identificatie met hoofdpersonen vinden wij belangrijker dan intriges of plots. Wat mijn eigen SATC-gedrag betreft klopt die theorie in elk geval. In eenzame of neurotische buien voel ik mij Carrie (Sarah Jessica Parker); op sarcastische dagen ‘ben’ ik Miranda (Cynthia Nixon). Samantha (Kim Cattrall) – ik lijk niet op haar, maar ik geniet van haar uitbundigheid en levenslust. Van Charlotte (Kristin Davis) word ik rustig: haar huwelijksdrang en rigide opvattingen over hoe het hoort staan zo ver van me af dat ik in elk geval weer even weet waar ik mijn energie níet aan hoef te besteden. Dat scheelt weer.

Meer is in dit geval beter en dus toog ik zondag met een hartsvriendin naar Antwerpen om drie dagen voor de Nederlandse voorpremière, door Pathé verpakt in de tuttige ‘Ladies Night’-formule, alvast gezamenlijk te zwelgen in het voor de bioscoop gemaakte SATC-vervolg van 144 minuten. De Belgen vierden geen Ladies Night; om ons heen zaten kinderen, mannen en vrouwen. We verdronken in de immense zaal. Er werd met ernstige toewijding gekeken.

Ik was ruimschoots gewaarschuwd over het tegenvallende niveau van de film. Drie zure BBC-recensenten had ik op tv gehakt horen maken van het rammelende script, het schaamteloze materialisme, de zichtbare ‘product placement’, het racisme (Carrie huurt een zwarte assistente in, inderdaad een pijnlijk opzichtige poging om wat kleur in het verhaal te brengen). Maar een van die critici, een man nota bene, meldde ook op verontwaardigde toon dat hij had gehuild – gehuild, terwijl hij wist naar wat voor troep hij zat te kijken! Ha, dacht ik. Meer hoef ik niet te weten.

Na de film gaan mijn vriendin en ik uit eten, maar we zijn al verzadigd. We hebben niets nieuws geleerd. We wisten al dat vergeving belangrijk is en dat er geen recept voor geluk bestaat. Soms was de film niet meer dan een übergestyled stripverhaal. Maar allebei hadden we ook een paar momenten van pijnlijk directe herkenning. Mijn vriendin: in je eentje Oud en Nieuw vieren omdat je, net als Miranda, je kind die dag volgens afspraak aan je ex hebt afgestaan. Ik: zo verdrinken in liefdesverdriet en zelfbeklag dat je tijdelijk als zwarte weduwe door het leven gaat. Carrie’s lijden beviel mij sowieso beter dan haar geluk: als het haar goed gaat, zet ze het op een kleuterachtig kirren en verliest ze elke scherpte. Gelukkig voelt ze zich het grootste deel van de film miserabel. Sarah Jessica Parker heeft er een formidabele close-up van een onopgemaakt, onmiskenbaar veertigjarig gezicht voor over om dat gestalte te geven. Styliste Patricia Field beweegt mee, en stuurt haar van blond en uitbundig gekleed, naar roodbruin en ingetogen. Samantha heeft, vinden we, in de film de grappigste rol: ze baadt in weelde in Los Angeles, maar verveelt zich kapot.

Is dit nou feministisch verantwoord vertier, vragen serieuze critici zich al sinds het begin van de serie af. Alsjeblieft zeg. Wat doet het ertoe? Alsof de ‘vrouw aan de top’ waar officiële feministen nu over orakelen geen sprookje is. Een feministe is, in mijn ogen, iemand die het beste met vrouwen voor heeft, en die zich noch in haar privéleven, noch in het publieke leven weg laat cijferen. Dat is best een klus. Mag die vrouw dan misschien af en toe onderuitzakken en zich laven aan een paar goed aangeklede, geestige lotgenotes?