Hapklare beeldenuit de oude doos

Het enorme archief van de Nederlandse omroepen wordt ontsloten voor het onderwijs.

Teleblik.nl viert vandaag de online publicatie van het 20.000ste beeldfragment.

„Wat was er gisteren allemaal op het Journaal?” vraagt Madelein van der Sloot aan haar eersteklassers op de Hofstad Mavo in Den Haag. Ze geeft het vak mens en maatschappij, een combinatie van maatschappijleer, geschiedenis, aardrijkskunde en economie. Elke les (drie keer per week een blokuur van 90 minuten) is het nieuws vaste prik. „Ze moeten van mij het journaal van de vorige dag gezien hebben, of een nieuwssite bekeken hebben.”

De vingers schieten omhoog. Zeker vier leerlingen weten iets te melden over het Nederlands elftal. Maar er is meer blijven hangen dan sportnieuws: „Juf, de bussen staken.” „In België was er een man die twee meisjes heeft vermoord.” „En er is een ruimteschip geland op Mars.”

Bij elk item vraagt Van der Sloot nog even door en na ongeveer een kwartier komt ter sprake waar het haar deze keer speciaal om te doen is: wéér een aardschok in China. Met een paar snelle muiskliks start ze op het digitale schoolbord een instructief filmpje over het ontstaan van aardbevingen. Ooit is het geproduceerd door de Nederlandse Onderwijstelevisie en daarna ‘verdwenen’ in de archieven van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Via de website Teleblik.nl maakt Van der Sloot het nu weer zichtbaar voor haar klas.

„Beeld en Geluid heeft een schat aan archiefmateriaal”, vertelt Dalida van Dessel, teamleider onderwijs en projectmedewerker Teleblik. „Het was al langer onze doelstelling om dat te ontsluiten en voor het onderwijs beschikbaar te maken. We kregen ook vaak vragen van leraren om beeldmateriaal. Met veel gedoe stelden we dan een videootje samen. Maar met nieuwe technieken als glasvezel en breedband, kan het een stuk eenvoudiger.” De combinatie van de website Teleblik met een beamer of smartboard op school blijkt ideaal.

Medewerkers van Teleblik hebben inmiddels zo’n 16.000 programma’s uit het archief geselecteerd op hun bruikbaarheid voor het onderwijs. „We zijn begonnen met de complete programma’s op de site te zetten”, vertelt Dalida van Dessel. „Maar intussen knippen we die ook op in kleinere fragmenten.” Dat opknippen maakt Teleblik bruikbaarder. Van Dessel: „De sketches in Klokhuis zijn erg leuk, maar het is voor leraren nog handiger als we alleen de educatieve onderdelen eruit lichten.” Van der Sloot beaamt dat: „Er staan veel korte stukjes op, dat is juist fijn. Teleblik neemt mijn lessen niet over. Ik heb mijn lesboek en ik weet zelf wel hoe ik les wil geven. Maar elke dag kijk ik toch even of ik iets van Teleblik kan gebruiken. Al is het maar een filmpje van 30 seconden.” Deze les laat ze nog drie filmpjes zien, over effectieve reclame en hoe je een poster ontwerpt. „De leerlingen hebben vorige week een poster moeten maken tegen drugs en alcohol. Als ze die filmpjes gezien hebben, krijgen ze tijd om hun werk te verbeteren.”

Op de site zijn de programma’s en fragmenten via verschillende routes op te vragen. De gebruiker kan zoeken op onderwijstype en daarbinnen weer op thema of op schoolvak. Via ‘uitgebreid zoeken’ kun je meer zoekcriteria aangeven, bijvoorbeeld door welke omroep het gemaakt moet zijn. (Dan kom je er bijvoorbeeld achter dat het onderwerp ‘evolutie’ (85 hits) niks oplevert als je tegelijk ook EO aanvinkt.) Het onderwerp ‘aardbevingen’ leverde Madelein van der Sloot met één klik 37 hits op. „Dan ben je nog wel een tijd bezig met de filmpjes bekijken. Niet alles is geschikt voor je doel of je klas.”

De makers van Teleblik hopen dat ook steeds meer leerlingen met het materiaal gaan werken. Van Dessel: „Het zal enorm helpen om ze te leren bronnen te interpreteren. Als je zoekt op WO II krijg je ook Duits beeldmateriaal uit die periode te zien. Daarmee kun je leren dat je informatie in de juiste context moet plaatsen.”

Het gebruik van Teleblik is gratis. Een school moet wel een licentie aanvragen en een contract tekenen. Alleen met inlognaam en wachtwoord kun je films afspelen. „Dat heeft te maken met de beeldrechten”, zegt Van Dessel. „De omroepen moeten wel zeker weten dat hun werk alleen in het onderwijs wordt gebruikt.” Rond de 90 procent van de basisscholen heeft zo’n licentie, in het voortgezet onderwijs is dat 70 procent.

    • Marlies Hagers