Die Helden in Orange

Duitsland, 9 juni. Het wordt een saaie EK-avond, meldt de Frankfurter Allgemeine. In de ‘poule des doods’ is enkel van Roemenië wat geïnspireerd benenwerk te verwachten. Zelfs de Nederlanders hebben bij monde van Van Nistelrooy aangekondigd geen puf meer te hebben voor spannend voetbal – in de laatste minuten profiteert de tegenstander altijd van Oranje’s uitputting. In het defensief dus, tot de tweede helft van de halve finale.

In München lopen kinderen nog met de zwart-rood-gele schmink van zondag. Elders in Beieren laat president Sarkozy bondskanselier Merkel vóór het toetje in de steek, maar „niet om de tweede helft nog te zien. Echt niet”. Hij had beter zijn Schwarzwalder Kirschtorte op kunnen eten.

„Het is te hopen dat de Hollanders een beetje gaan aanvallen”, verzucht expert Günter Netzer tijdens de voorbeschouwing van Nederland-Italië. „Nou”, zuigt de gebronsde presentator Gerhard Delling, „saaier dan Frankrijk-Roemenië kan het in ieder geval niet worden.” Als de gespannen spierbundels het veld betreden, prijst commentator Steffen Simon uitgebreid de Italiaanse keeper Buffon, immers „de beste van de wereld.”

Daar vliegt Van Nistelrooy. Sneijder. Bijna weer Van Nistelrooy. Die uitstekende Buffon, hè. „Ze zijn duidelijk fitter dan de Italianen”, zegt Netzer onbewogen. „Eens kijken of ze dit volhouden,” probeert Delling zijn zichtbare opwinding nog calvinistisch te temperen.

Tweede helft. Even ligt alles stil. Totdat de Italianen met aanvallen beginnen. “VAN DER SAR! Das ist ja nicht zu fassen!” De Duitse commentator wisselt eindelijk van keepervoorkeur na „die Wahnsinnsparade von Van der Sar”. Eén Van Bronckhorst later zijn de Nederlandse spelers „die Helden in Orange”, en beaamt de commentator dat het stil is aan de overkant. „Von den Italienischen Fans ist gar nichts mehr zu hören. Da zeigt sich Frust und Entsetzung.” Een tribune hysterische Nederlanders blijkt opeens het Wilhelmus te kennen. Nou ja, één couplet. En Netzer spreekt een Cruijffiaans slotwoord: „Ik zeg niet dat het nog nooit vertoond is, maar het was wel uitzonderlijk.”

Merel Boers