De natuur, de mens en de verzekeraar 4

In zijn bijdrage gebruikt Roel Kuiper het begrip `intrinsieke waarde`, die zonder onderscheid `het leven` eigen zou zijn. Het lijkt mij evenwel dat er een kwalitatief verschil is tussen een embryonaal weefsel van na enkele dagen en het menselijk wezen, dat mettertijd daaruit kan ontstaan.

Tekening Bas van der Schot Schot, Bas van der

Natuurlijk ben ik ook steeds weer verwonderd, als ik zie hoe gering `s mensen begin is. Maar dat is achteraf gepraat: in beginsel is de waarde ervan vrijwel nihil. Dit leert ons niet alleen moeder natuur (die aanvankelijk talloze embryo`s verspilt), maar ook de kerkvader Tertullianus (2e eeuw) die schrijft dat pas ongeveer drie maanden na de conceptie de ziel wordt ingeplant (en een embryo dus dan pas waardevol wordt).

Dit is in lijn met de Bijbel. Daar wordt (Exodus 21,22) verteld wat er moet gebeuren als twee mannen vechten en een zwangere vrouw komt tussenbeide en zij krijgt een klap, met als gevolg een miskraam. De dader wordt dan wel gestraft, maar niet voor moord, enkel voor door de aanstaande vader geleden (economische) schade.

Met andere woorden: aanvankelijk telt een embryo nog niet erg. Als het al waarde heeft, is dat geen `intrinsieke`, maar een `groeiende waarde`. Dat doet niets af aan het wonder. Dit moet echter metaforisch worden verstaan: een mensenkind moet zich niets verbeelden, hij is niet meer dan een krasje op de oneindigheid, een zandkorrel aan d`eeuw`ge stranden, een paar cellen bij elkaar.

Lees het opiniedossier op nrc.nl/embryo