De natuur, de mens en de verzekeraar 2

Religieuze tolerantie vereist dat je anderen toestaat een andere mening te verkondigen en op een andere manier te leven, ook al wijs je die ten scherpste af. De leiding van de ChristenUnie gelooft dat een bevruchte eicel `beginnend leven` is (Arie Slob, Zaterdag & cetera, 7 juni), een geschenk waarin de hand van God in de schepping zichtbaar is (Roel Kuiper, Opinie & Debat, 7 juni). Anderen beschouwen dit als een verzameling cellen die de potentie heeft uit te groeien tot een levend wezen.

Het eerste is een uitgesproken religieus standpunt. Het tweede is neutraal ten aanzien van religie en verenigbaar met een atheïstisch, agnostisch en religieus standpunt. Men zou bijvoorbeeld kunnen betogen dat God ons de kennis heeft gegeven om borstkanker te voorkomen.

Nederlanders zijn, al dan niet terecht, trots op hun geschiedenis van religieuze tolerantie en godsdienstvrijheid. Trots dus op een land waarin de overheid niet bij wet één bepaalde religie oplegde aan de rest van de bevolking. De ChristenUnie wil bij wet verbieden dat er embryoselectie plaatsvindt en wil zo haar religieuze opvatting opleggen. Dit betekent het einde van religieuze tolerantie en is een aantasting van de godsdienstvrijheid. Heel anders dus, dan Arie Slob denkt, die meent dat zijn partij `een meerderheid voor ons standpunt probeert te vinden binnen de grenzen die rechtsstaat daarvoor biedt`. Godsdienstvrijheid betekent ook in dit geval dat ieder individu kan besluiten deze cellen te laten onderzoeken. In dat besluit drukt zij een al dan niet godsdienstige overtuiging uit. Het is een schandaal dat de andere regeringspartijen hier niet onmiddellijk korte metten mee hebben gemaakt.