De bondscoach is een man op leeftijd

De bondscoaches bij het EK voetbal zijn gemiddeld 56 jaar. Opvallend: de oudere trainers krijgen meer krediet dan de jongere. „Trainen en praten, dat zijn onze enige wapens.”

Otto Rehhagel. Foto AFP TO GO WITH AFP EURO 2008 PACKAGE IN ARABIC (FILES) This picture taken on March 26, 2008 shows Greece's coach Otto Rehhagel attending their international friendly football match against Portugal in the western German city of Duesseldorf. AFP PHOTO/MICHAEL GOTTSCHALK AFP

Leo Beenhakker had gistermiddag niet veel zin uit te weiden over de wijze waarop hij de nationale ploeg van Polen heeft opgelapt na de gevoelige nederlaag tegen rivaal Duitsland. „Trainen en praten, dat zijn de enige wapens die je hebt”, zei de 65-jarige bondscoach bij het trainingskamp in kuuroord Bad Waltersdorf. „Ik doe dat, Marco van Basten doet dat ook. Zelfs met honderd jaar ervaring blijft dat hetzelfde. Ik doe het alleen al wat langer dan anderen.”

Het Spaanse persbureau EFE maakte een doorsneeprofiel van de zestien bondscoaches bij het EK. Mede door Beenhakker was de uitkomst: de trainer is 56 jaar, vierenhalf seizoen in dienst van de nationale voetbalbond en in het bezit van een Nederlands paspoort.

Luis Aragonés (bijgenaamd ‘De Wijze Man van Hortaleza’) van Spanje is met 69 jaar de oudste van zestien bondscoaches. Slaven Bilic van Kroatië (39 jaar, in 2001 gestopt met voetbal en lid van de rockband Rawbau) is de jongste.

Dat de Nederlandse nationaliteit het meest voorkomt onder de EK-trainers heeft vanzelfsprekend te maken met de aanwezigheid van Marco van Basten (Nederland), Guus Hiddink (Rusland) en Beenhakker.

Opvallend is dat ‘traditionele’ deelnemers en voormalig winnaars van het EK, Italië, Duitsland en Nederland, een veertiger uit eigen land als bondscoach hebben. Ook Kroatië – dat voor de onafhankelijkheid in 1991 deelnam als Joegoslavië – staat te boek als een sterke voetbalnatie en heeft met Bilic een ‘eigen’ jonge coach.

Relatieve nieuwkomers Polen, Oostenrijk en Zwitserland staan onder leiding van een zestiger. Ook Rusland, dat in 1960 Europees kampioen werd maar de laatste drie keer in de groepsfase werd uitgeschakeld, heeft met Guus Hiddink (61) een van de oudste bondscoaches.

Een reden voor die balans is dat landen met een rijk voetbalverleden zelf goede trainers voortbrengen, terwijl naties in ontwikkeling het moeten hebben van een buitenlandse coach met ervaring en kennis. Zo worden Beenhakker en Hiddink in het land waar zij werkzaam zijn, geroemd om hun opbouwwerk aan jeugdopleiding en bondsstructuur. In het afgelegen Bad Waltersdorf bleek gisteren na de training van de Poolse nationale ploeg opnieuw de mateloze populariteit van Beenhakker. Al grappend met bondsbestuurders werd hij door talrijke fans toegezongen.

Bij de gastlanden Zwitserland en Oostenrijk, evenals bij Spanje, is de leeftijd van de bondscoaches gebruikelijk hoog, omdat de functie in die landen een erebaantje is. Vaak zijn het trainers die nationale topclubs onder hun hoede hebben gehad en een aanzienlijke erelijst kunnen overleggen. Niet voor niets is de Zwitser Köbi Kuhn (64) met zeven dienstjaren een van de langstzittende bondscoaches bij het EK. En voorstanders van een frisse kijk op de Oostenrijkse nationale ploeg vrezen dat bij de opvolging van Josef Hickersberger (60) voorbij zal worden gegaan aan recordinternational Andreas Herzog (39), nu assistent van ‘Hicke’.

Mocht Herzog tot bondscoach worden verkozen, dan wacht hem waarschijnlijk dezelfde moeizame aanloopperiode als zijn leeftijdsgenoten bij het EK. Net als Van Basten en Bilic kreeg Roberto Donadoni (44) bij zijn aantreden het voordeel van de twijfel. De Italiaanse bondscoach heeft te maken met de erfenis van Marcello Lippi (60), die de Squadra Azzurra twee jaar geleden naar de wereldtitel leidde. Na de strafexercitie tegen Nederland (3-0) van maandag heeft Donadoni zijn krediet bij een deel van de Italiaanse media verspeeld.

Anders is dat voor Jochim Löw (48), die assistent was van Jürgen Klinsmann (43) toen Duitsland bij het WK van 2006 verrassend de halve finales haalde. Onder Löw won de Duitse ploeg zondag gemakkelijk van Polen (2-0), met het gegeven dat Die Mannschaft op de vorige twee EK’s geen enkele wedstrijd had gewonnen. Voor het eerst sinds het EK van 2000 wordt in Duitse kranten niet getwijfeld aan het aanblijven van de bondscoach.

Met vraagtekens rond hun positie hebben Felipe Scolari (59) van Portugal en Karel Brückner (68) van Tsjechië niet te maken gehad als bondscoach. De ervaren trainers kregen de tijd voor een meerjarenplan en haalden bij de afgelopen drie EK’s de knock-outfase, met voor beiden een tweede plaats als het beste resultaat. Scolari lijkt kansrijk dat succes in Oostenrijk en Zwitserland te verbeteren.

Beenhakker wilde het verband tussen leeftijd van bondscoaches en de prestaties van hun ploegen niet leggen. Maar zijn collega die bij het huidige EK het sterkste staaltje van bondscoachschap achter zijn naam heeft staan, is de Duitser Otto Rehhagel. De bondscoach van Griekenland is twaalf dagen jonger dan Aragonés en even lang in functie als Kuhn, maar zorgde vier jaar geleden in Portugal voor een stunt die niemand voor mogelijk had gehouden. Met het Piratenschip bracht Rehhagel de Europese titel naar een land van basketballers.