Chinese leger voorkomt massale overstroming

De dreiging van massale overstromingen ten gevolge van de aardbeving in China lijkt afgewend. De opvang van ontheemden blijft echter nog een grote zorg.

Met de succesvolle afwatering van een groot, bijna overlopend aardbevingsmeer zegt het Chinese leger gisteren „een beslissende overwinning” te hebben geboekt. Het Tangjiashanmeer, dat was ontstaan na de aardbeving van een maand geleden in de Chinese provincie Sichuan, liep geleidelijk leeg via drie, haastig gegraven kanalen. De natuurlijke dam van rotsen en aarde die zich door de aardbevingbeving in de rivier had gevormd, werd gedeeltelijk opgeblazen met explosieven en anti-tankwapens.

In verband met een dreigende, overstroming van het meer waren stroomafwaarts 250.000 mensen geëvacueerd uit een gebied rondom de stad Mianyang, waar 1,3 miljoen mensen wonen. De rivier die door deze stad loopt, steeg gisteren als gevolg van de afwatering binnen enkele uren met vijf meter. In de kolkende stroom zagen ooggetuigen tientallen dode lichamen van aardbevingsslachtoffers drijven uit de hoger gelegen dorpen en het bergstadje Beichuan. Het dodental is opgelopen tot 70.000.

Beichuan, twee kleinere steden en tientallen dorpen in het aardbevingsgebied zullen niet op dezelfde plaats worden herbouwd. Besloten is om voor zeker twee miljoen van de vijf miljoen ontheemden elders in Sichuan en in buurprovincies nieuwe huizen te bouwen. Met 100 miljoen inwoners is Sichuan een van de bevolkingsrijkste provincies van het land, terwijl beschikbare grond voor nieuwbouw als gevolg van de snelle industrialisering schaars is.

Onder de ontheemden bevinden zich naar schatting 100.000 bergbewoners die deel uit maken van de Qiang, een etnische minderheidsgroep. Deze groep met een eigen culturele identiteit en religie wil terugkeren naar de verwoeste dorpen in de bergen, maar dat is volgens de Chinese geologische overheidsdienst te riskant. Volgens schattingen zijn van de in totaal 160.000 Qiang 16.000 omgekomen bij de aardbeving.

De Chinese schrijver Dong Renwei, die gepromoveerd is op de Qiang en voorzitter is van de Associatie van Wetenschappelijke Schrijvers, heeft op een website een lans gebroken voor de Qiang. „De Qiang zijn in staat aardbevingen te overleven, ze wonen al eeuwen in dit gebied, maar als zij niet meer terug kunnen naar hun eigen gebieden dan zal hun cultuur worden vernietigd”, waarschuwde Dong.

De eerste zorg van de Chinese overheid is echter de opvang, herhuisvesting en werkvoorziening van miljoenen ontheemden. Tegelijkertijd maken de Chinese autoriteiten zich ook zorgen over wat eufemistisch de „sociale stabiliteit” wordt genoemd. Op verschillende plaatsen in het rampgebied is het tot botsingen met de politie gekomen, omdat ouders van de 9.000 omgekomen schoolkinderen doorgaan met demonstraties tegen in hun ogen corrupt partijkader dat scholen van slechte kwaliteit gebouwd zou hebben.

In Mianyang is geprotesteerd tegen overheidsfunctionarissen die hulpgoederen achterover gedrukt zouden hebben. In totaal zijn 15 ambtenaren ontslagen omdat zij hulpgoederen gestolen hadden en 30 partijfunctionarissen zijn overgeplaatst omdat zij verdacht worden van fraude en diefstal.

Hoogst waarschijnlijk in verband met de sociale onrust, is de bewegingsvrijheid van buitenlandse en Chinese journalisten in het gebied beperkt. Ook is een aantal websites geblokkeerd waarop openlijke kritiek op de kwaliteit van schoolgebouwen en het seismologisch waarschuwingssysteem werd uitgeoefend.

Reportages en infographics op nrc.nl/aardbevingchina