CDA en indianen

Een voetbalkampioenschap is een geschikt moment om eens goed te letten op wat er in de samenleving gebeurt. Kijk niet naar het veld, maar naar het publiek. Het land valt in twee delen uiteen: oranje en niet-oranje. Waarschijnlijk is het niet-oranjedeel te verwaarlozen, zeker na de overwinning op Italië. Nederland ís nu oranje.

Bewijs uit het ongerijmde: Albert Heijn zendt een commercial uit op speelfilmlengte. In Zaandam let men ook wat het reclamebudget betreft op de kleintjes, dus die reclame-inspanning duidt op een miljoenenpubliek. Ander bewijs: het CDA, de grootste regeringspartij, schaarde zich maandag vóór het begin van de wedstrijd (risico!) officieel achter het nationale elftal.

In de Zwitserse Alpen houdt zich het meest raadselachtige deel van de samenleving op: de oranjefundamentalisten. In het dagelijks leven gewone Nederlandse burgers, hardwerkende mensen, zou VVD-leider Rutte zeggen. Nu zitten zij onherkenbaar op hun campings. Zij hebben hun huid beschilderd met oranje verf, net zoals de laatste Amazone-indianen die onlangs vanuit een vliegtuig werden gefotografeerd.

Maar de oranjeburgers vertonen eigenlijk veel meer tribale kenmerken dan die indianen. Ze dragen pruiken, roodwitblauwe hoge hoeden, malle brillen, brulshirts en Löwehosen. Vaak gebruiken zij alcohol als hulpmiddel om hun alledaagse individualiteit af te leggen. Zo kunnen zij veranderen tot één organisme, dat weet wanneer het brult, zingt, de adem inhoudt, woedend is of dolgelukkig het badkamerlied („lalalalalaaaa”) kan aanheffen.

De christen-democraten voelen deze tijdgeest het beste van alle partijen aan. Fans kunnen nu ‘voetbalplaatjes’ krijgen van CDA-prominenten als Ab Klink, Peter van Heeswijk, Joop Atsma en Jan de Vries. Wie kent ze niet. Ook organiseert het CDA vrijdag in Rotterdam, in het Kasteel, het stadion van Sparta, een wedstrijd tussen maar liefst vijf CDA-voetbalteams! En daarna samen kijken naar Nederland-Frankrijk. Puur genieten.

Frank Vermeulen