Brueghel terug op het slot

De beheerder van het Tsjechische slot Feldsberg (Valtice) kocht in april op een veiling van Christie’s in Amsterdam in 1945 naar Liechtenstein gesmokkelde kunst en meubels terug.

De teruggekochte Brueghel (1628- ±1680); 84,5 x 63,2 cm. Foto Christie’s

Onder onze voeten knisperen de bubbelplasticvellen die over de parketvloeren uitgespreid liggen. We lopen door vervallen kasteelzalen met verveloze deuren en ramen. Hier en daar staan ingepakte schilderijen, groepjes stoelen en andersoortig meubilair.

Als delegatie van Europa Nostra, de Europese federatie van erfgoedverenigingen, bekijken wij het Tsjechische barokslot Feldsberg (Valtice), sinds de veertiende eeuw residentie van het vorstenhuis Liechtenstein.

We zijn al een week op pad en bezoeken kastelen in Tsjechië, die na de ‘Wende’ zijn teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. Zo waren we bij William Lobkowicz, die maar liefst tien kastelen heeft teruggekregen. De in Boston geboren prins heeft hard gewerkt: zowel het familiepaleis op de Praagse burcht als slot Mühlhausen (Nelahozeves) zijn voorbeeldig ingericht en opengesteld voor het publiek. We aten met de vrolijke Hugo Mensdorff-Pouilly, die zijn land nooit verlaten heeft. In de communistische periode was hij als edelman een ‘vijand van het volk’ en mocht dus niet studeren. Hij overleefde als garagehouder. Nu resideert hij weer op zijn familiekasteel.

Slot Feldsberg, dat we bekijken, wordt echter níet gerestitueerd. Dit tot knagend chagrijn van Hans Adam II, de vorst van Liechtenstein. Eeuwenlang was zijn familie verreweg de grootste (grond)eigenaar van Tsjechië. Zij bezat tientallen kastelen, industriebedrijven en vele duizenden hectaren land. Maar helaas: volgens de Beneš-decreten was de familie Duits en zo werd dit reusachtige bezit in 1945 geconfisqueerd.

Gelukkig was niet alles verloren. Aan het eind van de oorlog had de familie haar kostelijke meubel- en kunstcollecties vóór de oprukkende Russen uit de diverse kastelen gehaald en op vernuftige wijze naar Vaduz (vorstendom Liechtenstein) gesmokkeld. En daarom zijn we nu hier. Vorst Hans Adam liet namelijk in april bij Christie’s in Amsterdam een groot deel van deze ‘Tsjechische’ inboedel veilen.

De beheerder van slot Feldsberg, Michal Tlusták, was daarbij. Hij mocht bieden op meubelen en kunstvoorwerpen die uit Feldsberg afkomstig zijn. Van het Tsjechische ministerie van Cultuur, dat deze kavels beschouwt als deel van het nationale culturele erfgoed, had hij daarvoor een som geld meegekregen. „Het was een geweldige ervaring: onze eigen spullen terugkopen!”, vertelt Tlusták. „Zoiets maak je maar eens in je leven mee. Helaas heeft onze staat niet zo veel geld, dus ik moest heel goed nadenken bij het bieden en telkens blijven rekenen of het nog kon.”

En nu zijn Tlustáks aankopen vanuit Amsterdam gearriveerd. Opgetogen voert hij ons over het zacht knetterende noppenfolie, dat hij van de verworven erfgoederen heeft getrokken. „Kijk eens!”, roept hij wenkend. Hij verwijdert een laatste stukje bubbelplastic van een schilderij en onthult een 17de eeuws jachttafereel. Vervolgens tovert hij een oud fotoalbumpje uit zijn zak. „Hier”, wijst hij, „Hier kun je zien dat dit schilderij vroeger in deze zaal hing. En nu is het weer terug, na al die jaren.”

Hij bladert in het albumpje, dat de familie Liechtenstein zo’n tachtig jaar geleden maakte van het interieur van dit kasteel. Op de oude foto’s zien we de stillevens, bovendeurstukken en andersoortige schilderijen, die nu half uitgepakt om ons heen staan. Er staan verder tientallen stoelen, vele ervan gerafeld, bevlekt en/of doorgezakt.

Tlusták, achteloos gekleed in open hemd en de blote voeten gehuld in teenslippers, is in zijn nopjes. „Met het kopen van deze stoelen had ik echt geluk. Want er waren niet zoveel bieders geïnteresseerd in series van twaalf of meer stoelen, dus de prijzen vielen mee. Bij de persconferentie, die we binnenkort over onze acquisities houden, zet ik de meest versleten stoelen vooraan. Hopelijk levert dat extra geld op om ze op te knappen.”

Hij beent verder voor ons uit. „Let op!”, zegt hij, terwijl hij het zoveelste bubbelplastic verwijdert. „Hier laat ik niemand bij. Want dit wordt het pronkstuk van onze collectie: een Brueghel! Kijk daar, – daar hing het. En daar zal het binnenkort wéér hangen. En al onze rondleiders zullen erover vertellen.”