Bestand kan Somaliërs een adempauze geven

In de straten van Mogadishu zijn de gevolgen van achttien jaar burgeroorlog goed zichtbaar.

Alleen haven, vliegveld en paleis zijn enigszins veilig.

De bedrijvigheid in Mogadishu beperkt zich tot ruilhandel en wat karige markten. Foto Mark Schenkel Schenkel, Mark

Mogadishu in. Links, rechts, voor en achter in de pantservoertuigen staan Oegandese vredestroepen met de hand aan de trekker van zware mitrailleurs. Zonder stoppen gaat het in rap tempo door de stuk geschoten straten van de Somalische hoofdstad.

In de straten van de hoofdstad zijn de gevolgen de burgeroorlog goed zichtbaar. Rijen aan flarden geschoten woningen, tientallen met kogelgaten doortrokken, pleisterstenen winkeltjes. Mensen begeven zich op straat, er rijden auto’s. Maar het leven lijkt geen richting te hebben, groepjes inwoners hangen doelloos in de schaduw van de boompjes langs de weg. Bedrijvigheid beperkt zich tot ruilhandel en wat karige markten.

Na achttien jaar burgeroorlog, miljoenen vluchtelingen binnen en buiten het land en meer dan een dozijn mislukte vredesverdragen kwam het nieuws over een wapenstilstand tussen de Somalische interim-regering en islamitische opstandelingen gisternacht als een donderslag bij heldere hemel. Afgesproken is dat alle gewelddadigheden binnen een maand worden gestaakt, en dat de Ethiopische militairen in het land worden vervangen door troepen van de VN-vredesmacht (zie kader).

Een bestand zal miljoenen hulpbehoeftige Somaliërs een adempauze geven. Somalië is de grootste humanitaire ramp van Afrika. De helft van de inwoners van de hoofdstad is het afgelopen jaar gevlucht, de afgelopen dagen nog vonden er hevige gevechten plaats bij de centrale markt. Op het platteland zijn bewoners voortdurend op de vlucht wegens bliksemaanvallen van radicale islamitische opstandelingen op dorpjes. Droogte verergert de situatie, evenals de moeilijkheden die hulporganisaties ondervinden bij het verschepen van voedsel door de piraterij langs de kust.

De troepen van de Afrikaanse Unie (AU) zijn alleen bereid om een groep Nederlandse journalisten rond te rijden door de stad: er is onderweg geen gelegenheid om uit te stappen en de lokale bevolking te vragen naar hun verwachtingen van het aangekondigde staakt-het-vuren. Te gevaarlijk. De militairen hebben ons opgepikt en zetten ons weer af in de armetierige haven van Mogadishu waar we aan wal gingen via een schip dat voedsel namens de Verenigde Naties brengt. Het voedselschip is geëscorteerd door het Nederlandse fregat Hr. Ms. Evertsen, om aanvallen door piraten te voorkomen.

De menigte toekijkers op de kade kan wel worden gevraagd naar hun mening over het akkoord. „Er is ook afgesproken dat meer wordt gedaan om voedsel naar Somalië te brengen”, zegt Ali, die illegaal sigaretten verkoopt in ruil voor Amerikaanse dollars. „Maar in Mogadishu krijgen we nooit iets, dus nu ook niet.”

De haven behoort, samen met het vliegveld en het presidentiële paleis, tot het minuscule stukje Mogadishu waar door de aanwezigheid van ruim tweeduizend AU-militairen een minimale vorm van veiligheid bestaat. Door deze paar vierkante kilometers kan de Somalische regering tegenover de buitenwereld de schijn blijven ophouden dat zij nog iets van macht geniet. Buiten de ‘veilige zone’ opereert Al-Shabab, de radicale vleugel van de islamistische opstandelingen in Somalië. En die hebben het akkoord niet ondertekend.

In de haven van Mogadishu zegt majoor Barigye Ba-Hoku van de Oegandese vredestroepen desondanks in het akkoord te geloven. Dat Al-Shabab niet meedoet, daar doe je niks aan. „Een weg van tienduizend kilometer begint met de eerste stap”, zegt de majoor.

Ook de Ethiopische invasiemacht die nu de zwakke regering van president Abdullahi Yusuf in het zadel houdt, heeft het akkoord niet ondertekend en dat lijkt het grootste obstakel voor een definitief vredesakkoord. De VN-Veiligheidsraad heeft zich uitgesproken voor een VN-vredesmacht in Somalië, op voorwaarde dat de gevechten stoppen, maar de gevechten lijken niet op te houden zolang het Ethiopische leger aanwezig is en dat leger zegt alleen te zullen vertrekken als een VN-macht zijn plaats inneemt. Een vicieuze cirkel.

Ahmed, een oudere magere man met een witte sik, haalt zijn schouders erover op. ,,We hebben al de veertiende regering sinds 1991. En ze gaan ons vertellen dat we nu wel vrede krijgen?”

Mark Schenkel meerde gisteren aan in de haven van Mogadishu. Lees zijn weblog: nrc.nl/zeerovers