Baas weg, hond blijft

De hond was zijn idee, de zorg grotendeels voor mij. Ooit hebben we de hond huilend naar een dierenziekenhuis gebracht, hem elke avond steeds blijer bezocht en daar een bedrag voor neergelegd dat een woestijndorp van zijn drinkwaterprobleem had kunnen verlossen.

Vaak hebben we vanuit het bad naar de hond geschreeuwd wanneer die een schoen of een onderbroek stal. De hond hoorde wagenziek op onze achterbank, in tuinen van vrienden en gevangen onder een dekentje bij het spelen. Op vakantie vroegen we ons af hoe het met onze hond was en voelden we ons ook wel wat van hem verlost.

Eén baas is weg, de hond blijft hier. Veel verandert er niet, dagdagelijks. We maken wandelingen, waarbij ik andere baasjes groet en poep opraap met een plastic zakje. Ik gooi een piepende miniatuurstruisvogel voor hem weg, hij brengt hem terug. In restaurants blijft er meer op mijn bord liggen, maar daar heeft de hond niets aan. In bed heeft hij meer plaats dan voorheen. Wanneer de ex-baas iets uit dit huis komt halen, stormt hij hem euforisch tegemoet en loopt dan kwispelend van de een naar de ander tot de ander weer weggaat. Soms staart hij daarna nog lang door het raam of zucht hij klaaglijker in zijn slaap.

In kranten en tijdschriften worden wel vaker studies aangehaald die aangeven dat mensen met huisdieren langer leven en gelukkiger zijn. Je moet je bed en je huis wel uit, want het dier moet eten en bewegen. Je kan er eens iets tegen zeggen.

Ik vond echter ook een doctoraalstudie op internet waarin die meerwaarde gerelativeerd wordt. Het onderzoek van de auteurs kon enkel de positieve invloed van huisdieren op demente bejaarden met cijfers staven. Bij deze groep namen depressie, onrust en agressie af wanneer een huisdier in het tehuis aanwezig was.

Laatst toonde het VRT-journaal een reportage waarin een vachtloze robothond de inwoners van een bejaardentehuis verblijdde. Hij stapte zoemend rond en sprak zelfs een paar woorden Nederlands, geloof ik. Inderdaad, hoe dementer de gefilmde bejaarden waren, hoe meer ze terugpraatten. Men noemde die vertoning een project met het oog op de toekomst. Men toonde zich tevreden met de eerste resultaten. Ik voel mij sinds ik dat zag zo weinig gemotiveerd om met roken te stoppen.

Dogs never lie about love. Elektronische honden nog minder. Ik ben geen demente bejaarde. Dwangmatig vul ik mijn avonden met mensen. De hond kan meestal niet mee. In cafés vraag ik me af hoe het met de hond is en voel ik me ook wel wat van hem verlost.

Bij thuiskomst worden mijn zonden mij onvoorwaardelijk vergeven; hoe langer ik weg blijf, hoe euforischer ik word begroet.

Tenzij ik een man mee naar huis neem, zo merkte ik het voorbije weekend. Die werd bijna verscheurd. Wild blaffend ontblootte mijn hond zijn tanden terwijl hij de slaapkamerdeur versperde. Een erg uitnodigende indruk maakte dat niet. De man werd er een beetje nors van, de hond zond mij ‘slet!’ met zijn blik. Ik had geen droom waarin alles beter werd.