Afval leent zich niet voor winstbejag

Op de lange termijn is Nederlandse infrastructuur in gevaar. Of de markt of de overheid er nu over gaat. Volgens de WRR is er scherper toezicht nodig, met name op investeerders.

Afvalverwerking bij Essent in Wijster. Publiek belangrijke infrastructuur, zoals afvalverbranding, is volgens de WRR niet vanzelf in goede handen bij een investeerder. Foto Sake Elzinga Nederland - Wijster - Drenthe - 24-06-2005 Essent Milieu , ruwafval bunker . Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Kathedralen en piramides. Dat zijn de grootschalige, in het oog springende, projecten die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vandaag aanvoert om tegenwicht te bieden aan het oprukkende anti-marktdenken in de politiek.

Politici zouden als het om het spoor gaat vooral geïnteresseerd zijn in tot de verbeelding sprekende projecten. De reguliere spoorverbindingen lijden daaronder: Betuwelijn, HSL en de Hanzelijn (tussen Lelystad en Zwolle) hebben geresulteerd in minder geld voor de bestaande spoorlijnen. „De reguliere treinreiziger is het slachtoffer van deze praktijk.”

Het is te lezen in het lijvige onderzoeksrapport over de Nederlandse infrastructuur dat vanmiddag door de WRR is gepresenteerd. Het onderzoek gaat in op de rol die de overheid heeft bij het hoeden van infrastructuren voor onder meer wegen, spoor, drinkwater, afvalverwerking, elektriciteit, riolering, gas en vliegvelden.

Het spoor is een van de voorbeelden waar marktwerking tot curieuze taferelen leidde. Wie herinnert zich niet de malaise op het spoor waarbij een aantal jaren geleden het gebrek aan goede wagons verklaard werd door de aanvankelijke plannen voor een beursgang van de NS? Om beleggers een hockeystick van winstgroei te kunnen tonen waren de investeringen veronachtzaamd.

Maar (re)nationalisatie is volgens de WRR geen optie. „Daartegen pleiten de daarmee verbonden risico’s van politiek opportunisme, verkokering en een te gering innoverend vermogen”, aldus de raad.

Daarmee is allerminst gezegd dat de markt het ultieme antwoord is. De WRR stelt dat op korte termijn marktwerking goed is voor de infrastructuur: er wordt efficiënter gebruik van gemaakt en consumenten krijgen meer keuze. Op lange termijn vreest de raad echter dat de duurzaamheid, toegankelijkheid en beschikbaarheid van die infrastructuren in het gedrang komt. Hier heeft de overheid wel degelijk een rol, en een hele belangrijke, betoogt de WRR.

De overheid moet scherper toezien op investeringen in infrastructuur door private partijen, de keur aan sectorale toezichthouders beter met elkaar laten samenwerken en regelgeving aanscherpen om de publieke belangen beter te waarborgen.

De WRR is vooral kritisch op investeringsmaatschappijen die infrastructuur kopen. Uit onderzoek naar drie telecombedrijven die in handen kwamen van private-equityfondsen blijkt dat de grote schulden waarmee de telecombedrijven werden opgezadeld als gevolg van hun overname de investeringen in het netwerk frustreerden. Sterker, er werd niet geïnvesteerd, maar kapitaal onttrokken. Volgens de WRR conflicteerde het publieke belang van de netwerken met het belang van de directies die het meest konden verdienen door in te stemmen met de overnames en kapitaal aan de nieuwe eigenaren uit te keren.

In die zin vormen moderne investeerders een bedreiging voor de financiële gezondheid van bedrijven die infrastructuur bezitten. Het is in die gevallen een gemis dat er veelal geen „specifieke bepalingen” zijn voor de vermogensverhoudingen van die bedrijven.

De WRR noemt de bedrijven niet bij naam, maar stelt daarmee impliciet vraagtekens bij recente overnames in de kabelsector en de afvalverwerking. Twee Angelsaksische investeringsmaatschappijen kochten in 2006 Essent Kabelcom en Casema. Daarmee kregen zij in een keer een marktaandeel van meer dan 50 procent. De balans van de rechtsopvolger van deze ondernemingen is geen toonbeeld van een sterk incasseringsvermogen, zoals dat de regel is bij overnames door moderne investeerders. Hetzelfde geldt voor de afvalverwerkers AVR en Van Gansewinkel die in handen zijn van investeringsmaatschappijen. Ook daar explodeerden de schulden en werd het eigen vermogen tot vrijwel nul gereduceerd.

In de onderzoeksbundel van de WRR worden vergaande voorstellen gedaan om de vrijheid van investeringsmaatschappijen bij publiek belangrijke infrastructuur in te perken. Toezichthouders zouden volledig inzicht moeten krijgen in de financiering, investeringen en bestedingen van zulke bedrijven. De bedrijven zouden desgevraagd een investeringsplan moeten overleggen die de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de infrastructuur garandeert.

En dat is geen Europese vorm van marktprotectionisme: de WRR wijst erop dat toezichthouders in de VS en in Canada grote bevoegdheden hebben als het gaat om de financiële gezondheid van bedrijven in de nutssector. Daar kunnen overnames van bedrijven waar publieke belangen in het geding zijn niet plaatsvinden zonder voorafgaande toestemming van de autoriteiten. Op die manier zijn vaak eisen gesteld aan de minimale financiële gezondheid die een bedrijf moet behouden.

Lees het WRR-rapport via nrc.nl/economie