Terug naar Kraaifontein? Dat is zelfmoord

De regering van Zuid-Afrika wil immigranten terugsturen naar de wijken waar ze met geweld werden verjaagd.

Nimco (17) uit Somalië laat zien waarom ze dat niet wil.

Nimco Ahmed is de enige die terug durft naar Kraaifontein, de verpauperde buitenwijk in de Kaapse Vlakten. Niet om er te gaan wonen. ,,Dat is zelfmoord”, heeft ze eerder gezegd. Maar om te laten zien wat de voormalige buren haar familie hebben aangedaan. ,,Ik zal je de schuldigen aanwijzen”, zegt ze manhaftig. „Eén voor eén.”

Nimco is de luidruchtigste van alle Somalische vluchtelingen in het vluchtelingenkamp Soetwater op de uiterste punt van Kaap de Goede Hoop. Ze kunnen hier eindeloos verhalen van het leven op de Kaap, een van de grootste toeristentrekpleisters van Afrika. Over de meedogenloze wind die ongenadig over de landtong jaagt en de ijskoude golven van de Atlantische Oceaan metershoog de lucht in zwiept. Of over de spekgladde rotsen waarop de kinderen spelen. ,,Leuk om naar te kijken, niet om op te wonen’’, zegt Nimco.

De 3.000 vluchtelingen in dit kamp willen zo snel mogelijk weg. ,,We zijn geen honden’’, zeggen de Somaliërs luid, en vaak. Maar hun volgende bestemming is niet wat de Zuid-Afrikaanse regering in gedachten heeft. Afgelopen week namen de verantwoordelijke ministers en de spindoctors van president Mbeki het woord ,,herintegratie’’ opvallend vaak in de mond, opdat de buitenlanders zo snel mogelijk terugkeren naar de wijken waar ze met geweld werden verjaagd. Zuid-Afrika moet weer het land worden dat het de afgelopen veertien jaar was: toeristentrekpleister, investeerderslieveling, gastland van het wereldkampioenschap voetbal in 2010.

Voor herintegratie is het te laat. De vluchtelingen hebben de afgelopen dagen vergeefs geprobeerd die boodschap over te brengen naar de parlementsgebouwen in Kaapstad en de regering in Pretoria. Omdat geen van de ministers in Soetwater kwam kijken, belegden de vluchtelingen een persconferentie in de Baptistenkerk om de hoek van het kamp. Zimbabwe, Burundi, Congo, Mozambique, Ethiopië, Tanzania, Malawi en Somalië waren vertegenwoordigd. ,,Stuur ons desnoods terug naar de oorlog en de honger waar we vandaan kwamen”, was de boodschap.„ Zuid-Afrika wil ons niet meer.’’

Omdat ook daar geen bestuurders kwamen luisteren neemt Nimco Ahmed nu het voortouw om te laten zien wat ,,herintegratie’’ zou betekenen. Ze slaat haar burqa over haar hoofd. Zo zal de buurt haar niet herkennen, hoopt ze. In de auto naar Kraaifontein vertelt ze het drama van de 17 jaren sinds haar geboorte. De oorlog in Mogadishu ontvlucht, een broer, een neef en een nicht verloren. Van Kenia naar Tanzania, naar Zambia, naar Mozambique en toen naar Zuid-Afrika gevlucht. Het loopt parallel met het verhaal van bijna alle Somaliërs in Soetwater.

,,Wat de Zuid-Afrikaanse regering niet wil begrijpen’’, zegt ze als de auto langs de kilometerslange krotten rijdt, ,,is dat we sinds de dag dat we hier neerstreken worden geslagen, afgeperst en vermoord.’’ Vorig jaar kwamen er al 40 Somaliërs om bij geweld tegen buitenlanders in de wijken rond Kaapstad en Port Elizabeth. Het succes van de Somalische kooplui wekt jaloezie.

Nimco laat de auto stoppen voor een van de vier winkels die haar familie in Brakkenveld bezit en die alle zijn geplunderd. ,,De huisbaas is politieman, maar hij deed niets om ons te beschermen.”

,,Zie je die man in zijn zwarte T- shirt’’, wijst ze naar de overbuurman. ,,Dat is de man die elke maand 500 tot 1.000 rand (60 tot 120 euro) beschermingsgeld komt aftroggelen.”

Als een van de buurvrouwen haar een zoen op haar wang drukt, bitst ze in Xhosa: ,,Waarom heb je me niet geholpen?” De wijk is besmet. Nimco laat het ze voelen. „Hoe kan ik deze mensen ooit nog in de ogen kijken’’, zegt ze. ,,Hoe kan ik hier ooit nog terugkomen?’’