‘Teheran kent economische wetten niet’

De prijzen in Iran stijgen snel. Door hoge olieprijzen stroomt het geld binnen, maar de regering gaat daar niet verstandig mee om, zegt de gouverneur van de Iraanse centrale bank.

Tahmasb Mazaheri Foto Newsha Tavakolian Mazaheri head of the central bank in his office in tehran Tavakolian, Newsha

Iedere dag als Tahmasb Mazaheri, gouverneur van de Iraanse centrale bank, thuiskomt, klaagt zijn vrouw over de hoge prijzen in Iran. Hetzelfde gebeurt als hij naar een feestje gaat of op bezoek is bij kennissen. „Eigenlijk klaagt iedereen altijd en overal over de hoge prijzen”, concludeert de gouverneur.

Mazaheri, in pak en met de revolutionaire driedagen-stoppelbaard die Iraanse ambtenaren graag dragen, kijkt vanuit zijn werkkamer uit over Teheran. Hij heeft wat uit te leggen thuis, want dit jaar is de officiële inflatie in het land opgelopen tot 22,4 procent. Tegelijkertijd eist de regering onder leiding van president Mahmoud Ahmadinejad dat de bankrentes worden vastgezet op 10 procent. De centrale bank is het daar niet mee eens.

De prijzen van onroerend goed in de Iraanse hoofdstad zijn het afgelopen jaar met 100 procent of meer gestegen, omdat de lage rentes mensen ervan weerhouden hun geld op de bank te zetten. Door de VN-sancties tegen Iran kunnen Iraniërs hun geld alleen nog maar binnenslands investeren. Tegelijkertijd bereiken de oliewinsten van de vierde olieproducent ter wereld recordhoogtes, meer dan 70 miljard dollar in 2007. Hierdoor neemt de liquiditeit steeds toe en daarmee de inflatie. Iedereen investeert overtollig geld in huizen, wat de prijs tot astronomische hoogtes opdrijft.

Een woning van circa 100 vierkante meter in Teheran op een redelijke locatie kost nu ongeveer 275.000 euro. Een hypotheeksysteem zoals in Nederland bestaat niet. Het gemiddelde maandsalaris in de hoofdstad ligt rond de 500 euro, maar de rijkere bovenlaag – miljoenen mensen in Teheran – verdient vaak het tienvoudige.

„Het huidige overheidsbeleid leidt tot hyperinflatie”, legt Mazaheri na heel veel mitsen en maren uit. Zijn positie is gevoelig. Mazaheri werd benoemd door Ahmadinejad na een conflict met zijn voorganger, ook over het rentebeleid van de banken. Verschillende kranten zinspelen op zijn vertrek nu ook hij met de president in de clinch ligt over de rentestanden.

„De regering denkt dat ze door de rentes te verminderen de inflatie omlaag kunnen brengen”, zegt Mazaheri. „Ze zijn niet bekend met de principes van de macro-economie.” Hij legt uit dat renteverlaging de mogelijkheid biedt voedsel en diensten tegen lagere kosten aan te bieden, omdat de productiekosten omlaag gaan, vergelijkbaar met de renteverlagingen die de Amerikaanse centrale bank heeft doorgevoerd tijdens de kredietcrisis.

Maar in de Iraanse economie gaat dat principe volgens hem niet op, omdat de omstandigheden volledig anders zijn. De inflatie is veel hoger en de olie-inkomsten zorgen voor een ongekende instroom van geld in het land. „Het omlaag brengen van de productiekosten van een bedrijf heeft niet noodzakelijk met de rentekosten te maken”, zegt Mazaheri. Daarnaast is Iran traditioneel meer een handelsnatie dan een grote producent.

Toch wil de Iraanse regering van geen wijken weten, de adviezen van de centrale bank worden volledig genegeerd door de regering. „We proberen haar ons standpunt uit te leggen, maar ik weet niet of ze zal luisteren.”

Het renteconflict tussen de centrale bank en de regering heeft diepere oorzaken. De financiële instelling was decennialang het terrein van technocratische managers, die het westerse kapitalistische systeem ondersteunden. De regering van Ahmadinejad, die in 2005 aan de macht kwam, wil een belangrijker rol voor de islam in het dagelijkse leven, dus ook in bankzaken. Rente is voor de regering een noodzakelijk kwaad, dat indruist tegen hun interpretatie van de islam.

Daarnaast koestert de regering wantrouwen tegen experts en technocraten die volgens de aanhangers van Ahmadinejad de afgelopen jaren hebben bijgedragen aan de groeiende kloof tussen arm en rijk. „Het huidige beleid doet die kloof juist geweldig toenemen. Een klein gedeelte van de bevolking profiteert van de stijgende prijzen, maar de rest heeft het heel zwaar”, zegt Mazaheri.

Een van de eerste besluiten van de president in 2005 was verlaging van de rente van 24 naar 16 procent. De maatregel zou het voor arme mensen makkelijker moeten maken om te lenen. Tevens zou de renteverlaging voorkomen dat mensen met een vermogen van de rente zouden leven, iets wat gebruikelijk was in Iran. Dit alles zou tevens de productie ten goede komen, zo was de verwachting van de regering Ahmadinejad.

Maar volgens de centrale bank heeft dit juist geleid tot een explosie van de huizenprijzen. „Een jaar geleden hebben ze de rente verder verlaagd, naar 14 procent en vervolgens naar 12 procent. Maar we hebben dit jaar weer stijgende inflatie. Als de rente nu op 10 procent wordt vastgesteld, stijgt die inflatie nog verder,” zegt Mazaheri.

In 2007 schafte de regering de Organisatie voor Management en Planning af. Dit instituut, dat onder andere zestig jaar lang de overheidsbudgetten samenstelde, bepaalde ook de rentestanden in overleg met de regering en de centrale bank. Daarvoor in de plaats kwam een interne commissie, samengesteld uit leden van de regering en onbekende economen. Deze groep adviseert nu de president over de economie.

„Dat was een zeer slechte beslissing”, vindt de gouverneur van de centrale bank. De huidige commissie is volledig intransparant. Toen de minister van economische zaken in april werd ontslagen, hield hij een donderspeech bij zijn afscheid over „pressiegroeperingen achter de schermen”. Volgens deze ex-minister, Davoud Danesh-Jafari, zijn de leden van de commissie „onervaren en politiek gekleurd”, zo vertelde hij zijn toehoorders op zijn laatste dag op het ministerie.

Mazaheri is nog niet van plan om te vertrekken, zoals vele andere bewindslieden die onder Ahmadinejad dienen, hebben gedaan. „Ik uit mijn klachten niet tijdens mijn afscheidstoespraak, maar nu”, zegt de gouverneur. „Er zijn velen die me vragen hoe lang ik nog blijf. Ik kijk niet heel ver vooruit.”